Artikel 58: Geloofsbrieven

57a
Artikel 58
59

Elke kamer onderzoekt de geloofsbrieven van haar nieuwbenoemde leden en beslist met inachtneming van bij de wet te stellen regels de geschillen welke met betrekking tot de geloofsbrieven of de verkiezing zelf rijzen.


In andere talen:

English "English"
Français "Français"
Deutsch "Deutsch"
Español "Español"

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting

De Kamers beslissen zelf of nieuwe leden voldoen aan de vereisten om lid van de Kamer te kunnen zijn. Ook eventuele geschillen over de verkiezing van Kamerleden worden door de Kamers zelf beslist.

Het onderzoek van de geloofsbrieven is geregeld in de reglementen van orde van Tweede en Eerste Kamer.

2.

Formele toelichting

Op grond van artikel 58 beslissen de Kamers zelf of nieuwbenoemde leden voldoen aan de vereisten voor het lidmaatschap en of zij als lid kunnen worden toegelaten. Ook eventuele geschillen over de verkiezingen zelf worden door de Kamers beslist.

3.

In eenvoudig Nederlands

De Eerste en de Tweede Kamer onderzoeken bij hun nieuwe leden of zij wel lid mogen worden van de kamer. Ze nemen hierover ook de beslissingen. Ze moeten daarbij rekening houden met de regels die in de wet staan.

Uitleg

In dit artikel staat dat beide kamers onderzoeken of hun nieuwe leden terecht zijn gekozen. Zijn ze Nederlander? Zijn ze achttien jaar of ouder? Hebben ze een baan die je niet tegelijk met het kamerlidmaatschap mag hebben? Is hun verkiezing eerlijk geweest?

4.

Ontwikkeling artikel

1798

Deze commissie beöordeelt, binnen de drie naast-volgende Weeken, alle de ingekomen Geloofsbrieven, geduurende welken tijd een gekozene aan dezelve redenen kan inzenden, waarom hij meent zig te moeten verschoonen; gelijk ook, in dien tusschentijd, andere Burgers aan dezelve kunnen voordragen zoodanige schriftlijke bezwaaren, als zij tegen de wettigheid der verkiezing, of de bevoegdheid des gekozenen, oordeelen te hebben.

1815

Iedere Kamer in den haren, onderzoekt de geloofsbrieven der nieuwe inkomende leden, en beslist de geschillen, welke dienaangaande mogten oprijzen.

1840: art 96, 1848: art 93, 1887: art 98
1917

Voor zoover de wet niet anders bepaalt, onderzoekt elke Kamer de geloofsbrieven harer nieuw inkomende leden, en beslist de geschillen, welke aangaande die geloofsbrieven of de verkiezing zelve oprijzen, volgens regels door de wet te stellen.

1922: art 99, 1938: art 101, 1948: art 101, 1953: art 108, 1956: art 108, 1963: art 108, 1972: art 108
1983

Elke kamer onderzoekt de geloofsbrieven van haar nieuwbenoemde leden en beslist met inachtneming van bij de wet te stellen regels de geschillen welke met betrekking tot de geloofsbrieven of de verkiezing zelf rijzen.

1987: art 58, 1995: art 58, 1999: art 58, 2000: art 58, 2002: art 58, 2005: art 58, 2006: art 58, 2008: art 58, 2017: art 58, 2018: art 58