Artikel III-194: Algemene bepalingen lidstaten eurozone

III-202
Artikel III-194
III-195
  • 1. 
    Om bij te dragen tot de goede werking van de economische en monetaire unie, en overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de Grondwet stelt de Raad, overeenkomstig de procedure van artikel III-179 of van artikel III-184, al naar het geval, met uitzondering van de procedure van artikel III-184, lid 13, maatregelen vast voor de lidstaten die de euro als munt hebben:
    • a) 
      ter versterking van de coördinatie en de bewaking van hun begrotingsdiscipline;
    • b) 
      houdende bepaling van de richtsnoeren voor hun economisch beleid, met dien verstande dat deze verenigbaar moeten zijn met de richtsnoeren welke voor de gehele Unie zijn vastgesteld, en met het oog op de bewaking ervan.
  • 2. 
    Met betrekking tot de in lid 1 bedoelde maatregelen hebben alleen leden van de Raad die lidstaten vertegenwoordigen welke de euro als munt hebben, stemrecht.

    Onder gekwalificeerde meerderheid van stemmen wordt verstaan ten minste 55% van de leden van de Raad die lidstaten vertegenwoordigen waarvan de bevolking ten minste 65% uitmaakt van de bevolking van de deelnemende lidstaten.

    Een blokkerende minderheid moet ten minste uit het minimumaantal van die leden van de Raad bestaan die meer dan 35% van de bevolking van de deelnemende lidstaten vertegenwoordigen, plus één lid; in het andere geval wordt de gekwalificeerde meerderheid geacht te zijn verkregen.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting Nederlandse regering

Algemene beschouwing

[In artikel III-194, tweede lid, is] bepaald dat een blokkerende minderheid ten minste dient te bestaan uit het minimumaantal van die leden van de Raad die meer dan 35% van de totale bevolking van de deelnemende lidstaten vertegenwoordigen, plus één lid.

Deze bepaling is een analoge toepassing van het vereiste uit artikel I-25 dat een blokkerende minderheid altijd uit ten minste vier lidstaten dient te bestaan. De gekozen formule betekent dat in de Eurogroep-samenstelling van twaalf landen het minimum aantal lidstaten benodigd voor een blokkerende minderheid drie is.

De regering beschouwt dit als een winstpunt, aangezien hiermee de machtsbalans tussen de lidstaten gewaarborgd wordt (lidstaten met een grote bevolking zouden anders de besluitvorming relatief makkelijk kunnen blokkeren).

Toelichting bij dit artikel

Artikel III-194 is nieuw en geeft de lidstaten van de eurozone de mogelijkheid om binnen het kader van de artikelen III-179 (globale richtsnoeren voor het economisch beleid) en artikel III-184 (buitensporig tekortprocedure) de coördinatie van het budgettair beleid te versterken, dan wel eigen economische richtsnoeren voor de lidstaten van de eurozone op te stellen (die in lijn zijn met de richtsnoeren voor de Unie als geheel).

2.

Toelichting Belgische regering

Algemene beschouwing - Autonomie van de eurozone

In de uitgebreide Unie zijn de landen van de eurozone voortaan in de minderheid, daar waar ze in een Unie met 15 lidstaten nog in de meerderheid waren. Om de coherentie te versterken en een beter bestuur van de eurozone mogelijk te maken, moest men de beslissingsautonomie versterken van de landen die ertoe behoren.

Het Grondwettelijk verdrag komt ten dele tegemoet aan deze eis met een uitbreiding van de lijst van maatregelen die enkel de landen van de eurozone onderling kunnen vastleggen. Deze versterking van de beslissingsautonomie van de eurozone, die in gang werd gezet door de Europese Conventie, werd nog uitgediept door de Intergouvernementele Conferentie.

Toelichting bij dit artikel

De Europese Grondwet breidt de maatregelen uit waarover de landen van de eurozone binnen de Raad alleen mogen beslissen.

Afdeling 4 omvat de bepalingen die eigen zijn aan de lidstaten die de euro als munt hebben. Zo kan de Raad beslissen, waarbij de lidstaten van de eurozone als enige stemmen :

  • over maatregelen ter versterking van de coördinatie en de bewaking van de begrotingsdiscipline van deze staten (artikel III-194, lid 1, a));
  • over richtsnoeren voor het economisch beleid van deze staten en over maatregelen met het oog op de bewaking ervan (artikel III-194, lid 1, b));
  • over gemeenschappelijke standpunten met betrekking tot kwesties die een specifiek belang inhouden voor de eurozone binnen de internationale financiële instellingen en conferenties;
  • over maatregelen met het oog op een gezamenlijke vertegenwoordiging in voornoemde instellingen en conferenties.

3.

Ontwikkeling artikel

2003
  • 1. 
    Om bij te dragen tot de goede werking van de economische en monetaire unie, en overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de Grondwet, worden voor de lidstaten die deel uitmaken van de eurozone maatregelen vastgesteld:
    • a) 
      ter versterking van de coördinatie en ter bewaking van hun begrotingsdiscipline;
    • b) 
      houdende bepaling van de richtsnoeren voor hun economisch beleid, met dien verstande dat deze verenigbaar moeten zijn met de richtsnoeren welke voor de gehele Unie zijn vastgesteld, en om te zorgen voor de bewaking ervan.
  • 2. 
    Met betrekking tot de in lid 1 bedoelde maatregelen hebben alleen leden van de Raad van Ministers die de lidstaten vertegenwoordigen welke deel uitmaken van de eurozone, stemrecht. Als gekwalificeerde meerderheid geldt de meerderheid van de stemmen van de vertegenwoordigers van de lidstaten die deel uitmaken van de eurozone, welke ten minste drievijfde van hun bevolking vertegenwoordigt. Eenparigheid van stemmen van de leden van de Raad van Ministers is vereist voor iedere handeling waarvoor eenparigheid van stemmen vereist is.
2003
  • 1. 
    Ter bevordering van de goede werking van de economische en monetaire unie, en overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de Grondwet, stelt de Raad volgens de procedure van artikel III-71 of van artikel III-76, met uitzondering van de in lid 13 van dit artikel bedoelde procedure, naargelang het geval, voor de lidstaten de euro als munt hebben, maatregelen vast: [*]
  • a) 
    ter versterking van de coördinatie en ter bewaking van hun begrotingsdiscipline;
  • b) 
    ter bepaling van de richtsnoeren voor hun economisch beleid, met dien verstande dat deze verenigbaar moeten zijn met de richtsnoeren welke voor de gehele Unie zijn vastgesteld, en om te zorgen voor de bewaking ervan.
  • 2. 
    Met betrekking tot de in lid 1 bedoelde maatregelen hebben alleen leden van de Raad van Ministers die de lidstaten vertegenwoordigen welke de euro als munt hebben, stemrecht.

Onder gekwalificeerde meerderheid wordt verstaan ten minste 55% van de leden van de Raad, welke meerderheid lidstaten vertegenwoordigt waarvan de totale bevolking ten minste 65% uitmaakt van de totale bevolking van de deelnemende lidstaten. [**]

Een blokkerende minderheid dient ten minste te bestaan uit het minimumaantal van die leden van de Raad die meer dan 35% van de totale bevolking van de deelnemende lidstaten vertegenwoordigen, plus één lid; in het andere geval wordt de gekwalificeerde meerderheid geacht te zijn verkregen. [**]

 

Voetnoot [*] bij lid 1

De slottekst van dit lid is vastgesteld tijdens de Europese Raad van 17-18 juni 2004 (document CIG 85/04). De eerste wijzigingen bij lid 1 ten opzichte van de Conventie-tekst (juli 2003) waren gemaakt tijdens het ministerieel conclaaf van 28 november 2003 (document CIG 60/03 ADD 1). De tekst van de eerste paragraaf luidde:

  • 1. 
    Ter bevordering van de goede werking van de economische en monetaire unie, en overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de Grondwet, stelt de Raad volgens de procedure van artikel III-71 of van artikel III-76 , naargelang het geval, voor de lidstaten de euro als munt hebben, maatregelen vast:

Voetnoot [**] bij lid 2

Het secretariaat van de IGC heeft aanpassingen aangebracht (document CIG 86/04) in artikelen waar sprake is van besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid, in de gevallen waarin slechts sommige leden van de Raad stemrecht hebben, en nam hierbij de gecursiveerde tekst op blz. 7 van doc. CIG 85/04 al leidraad. Deze tekst luidde:

Gevallen waarin slechts sommige leden van de Raad stemrecht hebben:

In gevallen waarin slechts sommige leden van de Raad stemrecht hebben (bv. nauwere samenwerking of eurozone), zullen de bepalingen van de grondwet die specifiek de gekwalificeerde meerderheid in dergelijke gevallen definiëren, worden aangepast. Die aanpassing zal bestaan in het invoegen in deze bepalingen van de in artikel I-24 , leden 1 en 2, genoemde percentages, zodat ze slechts van toepassing zijn op leden van de Raad die stemrecht hebben en op de bevolking van de lidstaten die zij vertegenwoordigen. Wat de aanpassing van het cijfer in de tweede alinea van lid 1 betreft, zal het aantal leden van de Raad het minimumaantal zijn dat op grond van het bevolkingscriterium een blokkerende minderheid kan vormen, plus één.

De twee laatste alinea's hebben één laatste alinea vervangen, waarvan de tekst (document CIG 50/03) luidde:

Onder gekwalificeerde meerderheid wordt verstaan de meerderheid van de stemmen van de leden van de Raad, welke meerderheid lidstaten vertegenwoordigt waarvan de totale bevolking ten minste drievijfde uitmaakt van de totale bevolking van de deelnemende lidstaten. [**]

Noot bij lid 2 (= de cursieve alinea hierboven, document CIG 50/03):

De Groep juridische deskundigen van de IGC is van oordeel dat deze alinea vraagt om een overgangsbepaling met een definitie van gekwalificeerde meerderheid vóór 9 november 2009, welke bepaling zou moeten worden opgenomen in één "Protocol betreffende de overgangsbepalingen" dat genoemd wordt in de voetnoot [bij artikel I-19] (zie bij wijze van voorbeeld de tekst van de juridische adviseur op blz. 33 van Addendum 1 bij dit document).

In verband met de overbrenging van deze overgangsbepaling naar het protocol betreffende de overgangsbepalingen, die door alle andere delegaties is goedgekeurd, rijzen echter voor de Spaanse en de Poolse delegatie vragen in verband met politieke opportuniteit. De groep vindt dat deze overbrenging moet plaatsvinden voorzover deze vragen worden opgelost.

2004
  • 1. 
    Om bij te dragen tot de goede werking van de economische en monetaire unie, en overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de Grondwet stelt de Raad, overeenkomstig de procedure van artikel III-179 of van artikel III-184, al naar het geval, met uitzondering van de procedure van artikel III-184, lid 13, maatregelen vast voor de lidstaten die de euro als munt hebben:
    • a) 
      ter versterking van de coördinatie en de bewaking van hun begrotingsdiscipline;
    • b) 
      houdende bepaling van de richtsnoeren voor hun economisch beleid, met dien verstande dat deze verenigbaar moeten zijn met de richtsnoeren welke voor de gehele Unie zijn vastgesteld, en met het oog op de bewaking ervan.
  • 2. 
    Met betrekking tot de in lid 1 bedoelde maatregelen hebben alleen leden van de Raad die lidstaten vertegenwoordigen welke de euro als munt hebben, stemrecht.

    Onder gekwalificeerde meerderheid van stemmen wordt verstaan ten minste 55% van de leden van de Raad die lidstaten vertegenwoordigen waarvan de bevolking ten minste 65% uitmaakt van de bevolking van de deelnemende lidstaten.

    Een blokkerende minderheid moet ten minste uit het minimumaantal van die leden van de Raad bestaan die meer dan 35% van de bevolking van de deelnemende lidstaten vertegenwoordigen, plus één lid; in het andere geval wordt de gekwalificeerde meerderheid geacht te zijn verkregen.