Artikel III-285: Administratieve samenwerking

III-284
Artikel III-285
III-281
  • 1. 
    De doeltreffende uitvoering van de wetgeving van de Unie door de lidstaten, die van wezenlijk belang is voor de goede werking van de Unie, wordt beschouwd als een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang.
  • 2. 
    De Unie kan de inspanningen van de lidstaten ter verbetering van hun administratieve vermogen om de wetgeving van de Unie uit te voeren, steunen. Dergelijke steun kan behalve het vergemakkelijken van de uitwisselingen van informatie en van ambtenaren ook ondersteunende opleidings- en ontwikkelingsregelingen omvatten.

    Geen enkele lidstaat is verplicht gebruik te maken van dergelijke steun.

    De daartoe noodzakelijke maatregelen worden bij Europese wet vastgesteld, met uitzondering van enige harmonisatie van de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten.

  • 3. 
    Dit artikel laat de verplichting van de lidstaten om de wetgeving van de Unie uit te voeren, alsook de prerogatieven en taken van de Commissie, onverlet. Het laat ook de andere bepalingen van de Grondwet die voorzien in administratieve samenwerking tussen de lidstaten onderling en tussen de lidstaten en de Unie, onverlet.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting Nederlandse regering

De lidstaten zijn gehouden de wetgeving van de Unie uit te voeren en het is hun plicht erop toe te zien dat de uitvoering van deze wetgeving doeltreffend en rechtmatig verloopt.

Artikel III-285 beschouwt een doeltreffende uitvoering van wetgeving door de lidstaten als een gemeenschappelijk belang en verleent de Unie de bevoegdheid om ondersteunende maatregelen vast te stellen. Het betreft hier een bevoegdheid tot aanvullend optreden, zoals ook uit artikel I-17 blijkt en het derde lid van artikel III-285 tot uitdrukking brengt.

Het tweede lid van dit artikel specificeert dat dergelijke ondersteunende maatregelen kunnen bestaan uit het vergemakkelijken van de uitwisselingen van informatie en van ambtenaren alsmede uit ondersteunende opleidings- en ontwikkelingsregelingen.

De regering acht dit artikel een nuttige rechtsbasis voor de samenwerking.

2.

Toelichting Belgische regering

Artikel III-263 bevestigt de algemene juridische basis inzake administratieve samenwerking (artikel III-285) en preciseert dat de Unie deze samenwerking tussen bevoegde diensten van de lidstaten kan regelen.

Ook artikel III-285 voert een juridische grondslag in voor de vaststelling van Europese wetten of kaderwetten die erop gericht zijn het administratieve vermogen van de lidstaten om de wetgeving van de Unie uit te voeren te verbeteren. Deze samenwerking doet geen afbreuk aan de verplichtingen van de lidstaten noch aan de rechten en prerogatieven van de Commissie, in het bijzonder in het kader van inbreukprocedures.

3.

Ontwikkeling artikel

2003
  • 1. 
    De doeltreffende uitvoering op nationaal niveau van de wetgeving van de Unie door de lidstaten, die van wezenlijk belang is voor de goede werking van de Unie, wordt beschouwd als een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang.
  • 2. 
    De Unie kan de inspanningen van de lidstaten ter verbetering van hun administratieve vermogen om de wetgeving van de Unie uit te voeren, steunen. Dergelijke steun kan naast het vergemakkelijken van uitwisselingen van informatie en van ambtenaren, ook ondersteunende opleidings- en ontwikkelingsregelingen omvatten. Geen enkele lidstaat is verplicht gebruik te maken van dergelijke steun. De daartoe noodzakelijke maatregelen worden in een Europese wet vastgesteld.
  • 3. 
    Dit artikel doet geen afbreuk aan de verplichting van de lidstaten om de wetgeving van de Unie uit te voeren, noch aan de prerogatieven en taken van de Commissie. Dit artikel is ook niet van invloed op andere bepalingen van de grondwet die voorzien in administratieve samenwerking tussen de lidstaten onderling en tussen de lidstaten en de Unie.

4.

Toelichting

In het eindverslag van de Werkgroep aanvullende bevoegdheden staat de volgende aanbeveling: "In een toekomstig Verdrag moet een bepaling worden opgenomen waarin het gemeenschappelijke belang bij doeltreffende nationale toepassing van de EU-wetgeving wordt onderstreept en waarbij de Unie de bevoegdheid wordt verleend om ondersteuningsmaatregelen vast te stellen om de uitwisseling van gegevens en personen in de context van de nationale administratie van de EU-wetgeving te vergemakkelijken en communautaire steun te verlenen voor opleidings- en ontwikkelingsprogramma's."

Bovenstaande bepaling is een concretisering van de aanbeveling van de werkgroep. De bepaling zou een aanvullend gebied van ondersteunende maatregelen vormen dat moet worden toegevoegd aan die welke in artikel I-16 worden genoemd.

Een van de grondbeginselen van de Unie luidt dat de verantwoordelijkheid voor de uitvoering en toepassing van de wetgeving van de Unie bij de lidstaten ligt (tenzij het Verdrag anders bepaalt); bij dit beginsel behoort uiteraard de plicht van de lidstaten om erop toe te zien dat de administratie en de uitvoering doeltreffend en juridisch correct verlopen. Lid 1 herinnert eraan dat de kwaliteit van de administratie van de wetgeving van de EU door de lidstaten een zaak van gemeenschappelijk belang is. Lid 2 machtigt de Unie ertoe in dit verband ondersteunende maatregelen te treffen, in de vorm van een vergemakkelijking van de uitwisseling van informatie en personen die te maken hebben met de administratie van de EU-wetgeving en ondersteuning van gemeenschappelijke opleidings- en ontwikkelingsprogramma's. Lid 3 onderstreept dat de overeenkomstig deze rechtsgrondslag aangenomen maatregelen de door andere bepalingen van de Grondwet opgelegde taken en verplichtingen onverlet laat.

2003
  • 1. 
    De doeltreffende uitvoering op nationaal niveau van de wetgeving van de Unie door de lidstaten, die van wezenlijk belang is voor de goede werking van de Unie, wordt beschouwd als een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang.
  • 2. 
    De Unie kan de inspanningen van de lidstaten ter verbetering van hun administratieve vermogen om de wetgeving van de Unie uit te voeren, steunen. Dergelijke steun kan behalve het vergemakkelijken van de uitwisselingen van informatie en van ambtenaren ook ondersteunende opleidings- en ontwikkelingsregelingen omvatten. Geen enkele lidstaat is verplicht gebruik te maken van dergelijke steun. De daartoe noodzakelijke maatregelen worden bij Europese wet vastgesteld, met uitzondering van enige harmonisatie van de wettelijke of bestuursrechtelijke regelingen van de lidstaten.
  • 3. 
    Dit artikel laat de verplichting van de lidstaten om de wetgeving van de Unie uit te voeren, alsook de prerogatieven en taken van de Europese Commissie, onverlet. Het laat ook de andere bepalingen van de grondwet die voorzien in administratieve samenwerking tussen de lidstaten onderling en tussen de lidstaten en de Unie, onverlet.
2003
  • 1. 
    De doeltreffende uitvoering op nationaal niveau van de wetgeving van de Unie door de lidstaten, die van wezenlijk belang is voor de goede werking van de Unie, wordt beschouwd als een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang.
  • 2. 
    De Unie kan de inspanningen van de lidstaten ter verbetering van hun administratieve vermogen om de wetgeving van de Unie uit te voeren, steunen. Dergelijke steun kan behalve het vergemakkelijken van de uitwisselingen van informatie en van ambtenaren ook ondersteunende opleidings- en ontwikkelingsregelingen omvatten. Geen enkele lidstaat is verplicht gebruik te maken van dergelijke steun. De daartoe noodzakelijke maatregelen worden bij Europese wet vastgesteld, met uitzondering van enige harmonisatie van de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten.
  • 3. 
    Dit artikel laat de verplichting van de lidstaten om de wetgeving van de Unie uit te voeren, alsook de prerogatieven en taken van de Commissie, onverlet. Het laat ook de andere bepalingen van de grondwet die voorzien in administratieve samenwerking tussen de lidstaten onderling en tussen de lidstaten en de Unie, onverlet.
2004
  • 1. 
    De doeltreffende uitvoering van de wetgeving van de Unie door de lidstaten, die van wezenlijk belang is voor de goede werking van de Unie, wordt beschouwd als een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang.
  • 2. 
    De Unie kan de inspanningen van de lidstaten ter verbetering van hun administratieve vermogen om de wetgeving van de Unie uit te voeren, steunen. Dergelijke steun kan behalve het vergemakkelijken van de uitwisselingen van informatie en van ambtenaren ook ondersteunende opleidings- en ontwikkelingsregelingen omvatten.

    Geen enkele lidstaat is verplicht gebruik te maken van dergelijke steun.

    De daartoe noodzakelijke maatregelen worden bij Europese wet vastgesteld, met uitzondering van enige harmonisatie van de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten.

  • 3. 
    Dit artikel laat de verplichting van de lidstaten om de wetgeving van de Unie uit te voeren, alsook de prerogatieven en taken van de Commissie, onverlet. Het laat ook de andere bepalingen van de Grondwet die voorzien in administratieve samenwerking tussen de lidstaten onderling en tussen de lidstaten en de Unie, onverlet.