Artikel III-281: Toerisme

III-285
Artikel III-281
III-286
  • 1. 
    De Unie zorgt voor aanvulling van het optreden van de lidstaten in de toerismesector, met name door bevordering van het concurrentievermogen van de ondernemingen van de Unie in die sector.

    In dit verband is het optreden van de Unie gericht op:

    • a) 
      het bevorderen van een klimaat dat gunstig is voor de ontwikkeling van bedrijven in deze sector;
    • b) 
      het stimuleren van de samenwerking tussen de lidstaten, met name door uitwisseling van goede praktijken.
  • 2. 
    Bij Europese wet of kaderwet worden de bijzondere maatregelen vastgesteld ter aanvulling van de acties die in de lidstaten worden ondernomen om de in dit artikel genoemde doelstellingen te verwezenlijken, met uitzondering van enige harmonisatie van de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten.
 

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting Nederlandse regering

Deze bepaling over toerisme is nieuw. De Unie krijgt daarmee de mogelijkheid, aanvullend aan het optreden van de lidstaten, het concurrentievermogen van het Europese toerisme te bevorderen. Dit impliceert dat beleid voor toerisme in eerste instantie een zaak van de lidstaten zelf is, wat conform de Nederlandse inzet is. Dit artikel bepaalt verder dat de Commissie, net als onder het EG-Verdrag, een rol kan blijven spelen in de uitwisseling van kennis en uitwisseling van goede praktijken. De regering acht een bijdrage van de Commissie nuttig.

Sommige lidstaten hechtten sterk aan opname van een rechtsgrondslag voor aanvullend optreden op het terrein van toerisme. Ook volgens artikel 3, eerste lid, sub u, van het EG-Verdrag kon de Gemeenschap echter reeds maatregelen treffen op dit terrein. De in het Grondwettelijk Verdrag opgenomen bepaling bevat een duidelijk afgebakende aanvullende bevoegdheid van de Unie die geen afbreuk doet aan de bevoegdheden van lidstaten op dit vlak.

2.

Ontwikkeling artikel

2003
  • 1. 
    De Unie zorgt voor aanvulling van het optreden van de lidstaten in de toerismesector, met name door bevordering van het concurrentievermogen van de ondernemingen van de Unie in die sector.
  • 2. 
    In dit verband is het optreden van de Unie gericht op:
    • a) 
      de bevordering van een klimaat dat gunstig is voor de ontwikkeling van bedrijven in deze sector,
    • b) 
      de stimulering van de samenwerking tussen de lidstaten, met name door uitwisseling van goede praktijken.
  • 3. 
    Bij Europese wet of kaderwet worden de specifieke maatregelen vastgesteld ter aanvulling van de acties die in de lidstaten worden ondernomen om de in dit artikel genoemde doelstellingen te verwezenlijken, met uitzondering van enige harmonisatie van de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten.
2004
  • 1. 
    De Unie zorgt voor aanvulling van het optreden van de lidstaten in de toerismesector, met name door bevordering van het concurrentievermogen van de ondernemingen van de Unie in die sector.

    In dit verband is het optreden van de Unie gericht op:

    • a) 
      het bevorderen van een klimaat dat gunstig is voor de ontwikkeling van bedrijven in deze sector;
    • b) 
      het stimuleren van de samenwerking tussen de lidstaten, met name door uitwisseling van goede praktijken.
  • 2. 
    Bij Europese wet of kaderwet worden de bijzondere maatregelen vastgesteld ter aanvulling van de acties die in de lidstaten worden ondernomen om de in dit artikel genoemde doelstellingen te verwezenlijken, met uitzondering van enige harmonisatie van de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten.