Artikel III-326: Monetaire overeenkomsten

III-325
Artikel III-326
III-327
  • 1. 
    In afwijking van artikel III-325 kan de Raad hetzij op aanbeveling van de Europese Centrale Bank, hetzij op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank, met het oog op een consensus die verenigbaar is met de doelstelling van prijsstabiliteit, formele overeenkomsten sluiten over een stelsel van wisselkoersen van de euro ten opzichte van valuta's van derde staten. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen na raadpleging van het Europees Parlement en volgens de procedure van lid 3.

    De Raad kan hetzij op aanbeveling van de Europese Centrale Bank, hetzij op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank, met het oog op een consensus die verenigbaar is met de doelstelling van prijsstabiliteit, de euro-spilkoersen binnen het wisselkoersstelsel invoeren, wijzigen of afschaffen. De voorzitter van de Raad stelt het Europees Parlement in kennis van de invoering, wijziging of afschaffing van de euro-spilkoers.

  • 2. 
    Indien het wisselkoersstelsel een lacune vertoont ten opzichte van één of meer valuta's van derde staten in de zin van lid 1, kan de Raad hetzij op aanbeveling van de Europese Centrale Bank, hetzij op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank, algemene oriëntaties voor het wisselkoersbeleid ten opzichte van deze valuta's vaststellen. Deze algemene oriëntaties gelden onverminderd het hoofddoel van het Europees Stelsel van Centrale Banken, namelijk de handhaving van de prijsstabiliteit.
  • 3. 
    In afwijking van artikel III-325 treft de Raad, wanneer de Unie met één of meer derde staten of internationale organisaties moet onderhandelen over overeenkomsten inzake aangelegenheden betreffende het monetaire of wisselkoersstelsel, op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank, regelingen voor de onderhandelingen over en de sluiting van die overeenkomsten. Deze regelingen staan er borg voor dat de Unie één standpunt inneemt. De Commissie wordt ten volle bij de onderhandelingen betrokken.
  • 4. 
    Onverminderd de bevoegdheden en de overeenkomsten van de Unie op het gebied van de economische en monetaire unie, kunnen de lidstaten onderhandelingen voeren in internationale organen en overeenkomsten sluiten.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting Nederlandse regering

In artikel III-326 is vastgelegd hoe de Unie omgaat met het wisselkoersensysteem. De tekst is vergelijkbaar met de tekst van artikel 111 EG-Verdrag, waarbij het vierde lid van dit artikel (betreffende standpunten van de Gemeenschap in internationale fora die zaken bespreken die van belang zijn voor de Europese Monetaire Unie) is geschrapt.

2.

Toelichting Belgische regering

Artikel III-325 heeft betrekking op de onderhandelingsprocedure voor alle internationale overeenkomsten, behalve voor monetaire overeenkomsten die het voorwerp zijn van artikel III-326 (overname van artikel 111 VEG).

De Commissie of, indien de overeenkomst uitsluitend of in hoofdzaak betrekking heeft op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, de minister van Buitenlandse Zaken doet aan de Raad aanbevelingen inzake onderhandelingen. De Raad neemt een besluit dat het openen van onderhandelingen toelaat en wijst de onderhandelaar aan in functie van de materie van de overeenkomst. Zo kan deze onderhandelaar de minister van Buitenlandse Zaken zijn wanneer de overeenkomst zich situeert in het kader van het GBVB, of een andere commissaris.

Voor het overige is de procedure dezelfde als die welke wordt beschreven in artikel 300 VEG, behalve met betrekking tot de rol van het Europees Parlement, die sterk wordt uitgebreid. Het Europees Parlement moet immers zijn goedkeuring verlenen aan het sluiten van gelijk welke overeenkomst die betrekking heeft op gebieden die in het kader van de Unie door de procedure van medebeslissing worden beheerst.

Deze goedkeuring is meer bepaald vereist voor het sluiten van overeenkomsten inzake handelspolitiek of op het gebied van justitie en binnenlandse zaken. Het Parlement moet ook de toetreding van de Unie tot het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens goedkeuren.

Met betrekking tot het besluitvormingsproces binnen de Raad wordt het beginsel van parallellisme gehandhaafd. De gekwalificeerde meerderheid is van toepassing in alle fasen van de procedure, behalve wanneer de bewuste materie voor het aannemen van interne besluiten van de Unie wordt beheerst door de procedure van eenparigheid , zoals het geval is bij het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid.

Associatieovereenkomsten en technische, economische en financiële overeenkomsten met kandidaatlidstaten worden nog steeds beheerst door de eenparigheid.

De IGC daarentegen heeft de procedure van toetreding tot het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens vereenvoudigd, door te voorzien in de gekwalificeerde meerderheid in plaats van de door de Conventie voorgestelde eenparigheid.

3.

Ontwikkeling artikel

2003
  • 1. 
    In afwijking van artikel 33 kan de Raad met eenparigheid van stemmen op aanbeveling van de Europese Centrale Bank of van de Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank teneinde een consensus te bereiken die verenigbaar is met de doelstelling van prijsstabiliteit, en na raadpleging van het Europees Parlement, volgens de procedure van lid 3 voor de aldaar omschreven regelingen, formele overeenkomsten sluiten over een systeem van wisselkoersen voor de euro ten opzichte van niet-Unie-valuta's. De Raad kan, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen op aanbeveling van de Europese Centrale Bank of van de Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank teneinde een consensus te bereiken die verenigbaar is met de doelstelling van prijsstabiliteit, de euro-spilkoersen binnen het wisselkoerssysteem invoeren, wijzigen of afschaffen. De voorzitter van de Raad stelt het Europees Parlement in kennis van de invoering, wijziging of afschaffing van de eurospilkoers.
  • 2. 
    Indien het wisselkoerssysteem een lacune vertoont ten opzichte van één of meer niet-Unievaluta's als bedoeld in lid 1, kan de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank, of op aanbeveling van de Europese Centrale Bank, algemene oriëntaties voor het wisselkoersbeleid ten opzichte van deze valuta's vaststellen. Deze algemene oriëntaties laten het hoofddoel van het Europees Stelsel van Centrale Banken, zijnde het handhaven van de prijsstabiliteit, onverlet.
  • 3. 
    In afwijking van artikel 33 neemt de Raad, wanneer de Unie onderhandelingen met één of meer staten of internationale organisaties moet voeren over aangelegenheden betreffende het monetaire of wisselkoersregime, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank, besluiten over de regelingen voor de onderhandelingen over en de sluiting van dergelijke overeenkomsten. Deze regelingen verzekeren dat de Unie één standpunt inneemt. De Commissie wordt ten volle bij de onderhandelingen betrokken.
  • 4. 
    Onder voorbehoud van lid 1 besluit de Raad, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen over het standpunt van de Unie in internationale fora ten aanzien van onderwerpen die van bijzonder belang zijn voor de Economische en Monetaire Unie, en over de wijze waarop zij overeenkomstig de in de artikelen X [ex 99] en Y [ex 105] vastgelegde bevoegdheidsverdeling wordt vertegenwoordigd.
  • 5. 
    Onverminderd de bevoegdheden en de overeenkomsten van de Unie op het gebied van de Economische en Monetaire Unie, mogen de lidstaten in internationale organen onderhandelingen voeren en internationale overeenkomsten sluiten.

4.

Commentaar

De voorgestelde tekst neemt het huidige artikel 111 VEG over, met dien verstande dat "ecu" door "euro" is vervangen en de tweede alinea van lid 3 is weggelaten, omdat lid 4 van ontwerp-artikel 33 een algemene bepaling bevat.

Werkgroep VI heeft erkend dat de efficiëntie van de huidige informele regelingen (die nodig zijn omdat de bepalingen van artikel 111, lid 4, VEG niet zijn uitgevoerd) voor de vertegenwoordiging van de eurozone in internationale organisaties moet worden verbeterd. Sommige leden meenden dat dit door betere coördinatie kan worden bereikt. Anderen wilden verder gaan, hoewel werd erkend dat de vereiste soort vertegenwoordiging gedeeltelijk van de betrokken internationale organisatie kan afhangen. Sommigen wensen dat deze rol in essentie toekomt aan de voorzitter van de Eurogroep, anderen vinden dat in het Verdrag een bepaling moet worden opgenomen waarbij deze taak, zoals voor het handelsbeleid, aan de Commissie wordt toevertrouwd.

In lid 4 van het voorgestelde artikel is derhalve geen beslissing in dezen genomen en wordt de Raad de keuze gelaten om een vertegenwoordiger van de Unie, in de praktijk van de eurozone, te benoemen: hetzij de voorzitter van de Raad ECOFIN, hetzij de Commissie, wat beter zou aansluiten bij de rest van de grondwet, aangezien het monetair beleid voor de lidstaten die de euro hebben ingevoerd, een exclusieve bevoegdheid is.

2003
  • 1. 
    In afwijking van [artikel 33] kan de Raad met eenparigheid van stemmen op aanbeveling van de Europese Centrale Bank of van de Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank teneinde een consensus te bereiken die verenigbaar is met de doelstelling van prijsstabiliteit, en na raadpleging van het Europees Parlement, volgens de procedure van lid 3 voor de aldaar omschreven regelingen, formele overeenkomsten sluiten over een systeem van wisselkoersen voor de euro ten opzichte van niet-Unie-valuta's. De Raad kan, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen op aanbeveling van de Europese Centrale Bank of van de Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank teneinde een consensus te bereiken die verenigbaar is met de doelstelling van prijsstabiliteit, de euro-spilkoersen binnen het wisselkoerssysteem invoeren, wijzigen of afschaffen. De voorzitter van de Raad stelt het Europees Parlement in kennis van de invoering, wijziging of afschaffing van de euro-spilkoers.
  • 2. 
    Indien het wisselkoerssysteem een lacune vertoont ten opzichte van één of meer niet-Unievaluta's als bedoeld in lid 1, kan de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank, of op aanbeveling van de Europese Centrale Bank, algemene oriëntaties voor het wisselkoersbeleid ten opzichte van deze valuta's vaststellen. Deze algemene oriëntaties laten het hoofddoel van het Europees Stelsel van Centrale Banken, zijnde het handhaven van de prijsstabiliteit, onverlet.
  • 3. 
    In afwijking van [artikel 33] neemt de Raad, wanneer de Unie onderhandelingen met één of meer staten of internationale organisaties moet voeren over aangelegenheden betreffende het monetaire of wisselkoersregime, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank, besluiten over de regelingen voor de onderhandelingen over en de sluiting van dergelijke overeenkomsten. Deze regelingen verzekeren dat de Unie één standpunt inneemt. De Commissie wordt ten volle bij de onderhandelingen betrokken.
  • 4. 
    Onverminderd de bevoegdheden en de overeenkomsten van de Unie op het gebied van de Economische en Monetaire Unie, mogen de lidstaten in internationale organen onderhandelingen voeren en internationale overeenkomsten sluiten.
2003
  • 1. 
    In afwijking van artikel III-227 kan de Raad van Ministers met eenparigheid van stemmen op aanbeveling van de Europese Centrale Bank of van de Europese Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank teneinde een consensus te bereiken die verenigbaar is met de doelstelling van prijsstabiliteit, en na raadpleging van het Europees Parlement, volgens de procedure van lid 3 voor de aldaar omschreven regelingen, formele overeenkomsten sluiten over een stelsel van wisselkoersen van de euro ten opzichte van valuta's die geen wettig betaalmiddel zijn in de Unie.

    De Raad van Ministers kan, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, hetzij op aanbeveling van de Europese Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank, hetzij op aanbeveling van de Europese Centrale Bank teneinde een consensus te bereiken die verenigbaar is met de doelstelling van prijsstabiliteit, de euro-spilkoersen binnen het wisselkoersstelsel invoeren, wijzigen of afschaffen. De voorzitter van de Raad van Ministers stelt het Europees Parlement in kennis van de invoering, wijziging of afschaffing van de euro-spilkoers.

  • 2. 
    Indien het wisselkoersstelsel een lacune vertoont ten opzichte van één of meer valuta's die in de Unie geen wettig betaalmiddel zijn, in de zin van lid 1, kan de Raad van Ministers op aanbeveling van de Europese Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank, of op aanbeveling van de Europese Centrale Bank, algemene oriëntaties voor het wisselkoersbeleid ten opzichte van deze valuta's vaststellen. Deze algemene oriëntaties laten het hoofddoel van het Europees Stelsel van Centrale Banken, zijnde het handhaven van de prijsstabiliteit, onverlet.
  • 3. 
    In afwijking van artikel III-227 treft de Raad van Ministers, wanneer de Unie onderhandelingen met één of meer staten of internationale organisaties moet voeren over aangelegenheden betreffende het monetaire of wisselkoersstelsel, op aanbeveling van de Europese Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank, regelingen voor de onderhandelingen over en de sluiting van dergelijke overeenkomsten. Deze regelingen verzekeren dat de Unie één standpunt inneemt. De Commissie wordt ten volle bij de onderhandelingen betrokken.
  • 4. 
    Onverminderd de bevoegdheden en de overeenkomsten van de Unie op het gebied van de Economische en Monetaire Unie, kunnen de lidstaten in internationale organen onderhandelingen voeren en internationale overeenkomsten sluiten.
2003
  • 1. 
    In afwijking van artikel III-227 kan de Raad, hetzij op aanbeveling van de Europese Centrale Bank, hetzij op aanbeveling van de Commissie, na raadpleging van de Europese Centrale Bank, met het oog op een consensus die verenigbaar is met de doelstelling van prijsstabiliteit, formele overeenkomsten sluiten over een stelsel van wisselkoersen van de euro ten opzichte van valuta's van derde landen. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen na raadpleging van het Europees Parlement en volgens de procedure van lid 3.

    De Raad kan, hetzij op aanbeveling van de Europese Centrale Bank, hetzij op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank met het oog op een consensus die verenigbaar is met de doelstelling van prijsstabiliteit, de euro-spilkoersen binnen het wisselkoersstelsel invoeren, wijzigen of afschaffen. De voorzitter van de Raad van Ministers stelt het Europees Parlement in kennis van de invoering, wijziging of afschaffing van de eurospilkoers.

  • 2. 
    Indien het wisselkoersstelsel een lacune vertoont ten opzichte van één of meer valuta's van derde landen, in de zin van lid 1, kan de Raad, hetzij op aanbeveling van de Europese Centrale Bank, hetzij op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank, algemene oriëntaties voor het wisselkoersbeleid ten opzichte van deze valuta's vaststellen.

    Deze algemene oriëntaties laten het hoofddoel van het Europees Stelsel van Centrale Banken, zijnde het handhaven van de prijsstabiliteit, onverlet.

  • 3. 
    In afwijking van artikel III-227 treft de Raad, wanneer de Unie onderhandelingen met één of meer staten of internationale organisaties moet voeren over aangelegenheden betreffende het monetaire of wisselkoersstelsel, op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank, regelingen voor de onderhandelingen over en de sluiting van dergelijke overeenkomsten. Deze regelingen verzekeren dat de Unie één standpunt inneemt. De Commissie wordt ten volle bij de onderhandelingen betrokken.
  • 4. 
    Onverminderd de bevoegdheden en de overeenkomsten van de Unie op het gebied van de Economische en Monetaire Unie, kunnen de lidstaten in internationale organen onderhandelingen voeren en overeenkomsten sluiten.
2004
  • 1. 
    In afwijking van artikel III-325 kan de Raad hetzij op aanbeveling van de Europese Centrale Bank, hetzij op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank, met het oog op een consensus die verenigbaar is met de doelstelling van prijsstabiliteit, formele overeenkomsten sluiten over een stelsel van wisselkoersen van de euro ten opzichte van valuta's van derde staten. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen na raadpleging van het Europees Parlement en volgens de procedure van lid 3.

    De Raad kan hetzij op aanbeveling van de Europese Centrale Bank, hetzij op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank, met het oog op een consensus die verenigbaar is met de doelstelling van prijsstabiliteit, de euro-spilkoersen binnen het wisselkoersstelsel invoeren, wijzigen of afschaffen. De voorzitter van de Raad stelt het Europees Parlement in kennis van de invoering, wijziging of afschaffing van de euro-spilkoers.

  • 2. 
    Indien het wisselkoersstelsel een lacune vertoont ten opzichte van één of meer valuta's van derde staten in de zin van lid 1, kan de Raad hetzij op aanbeveling van de Europese Centrale Bank, hetzij op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank, algemene oriëntaties voor het wisselkoersbeleid ten opzichte van deze valuta's vaststellen. Deze algemene oriëntaties gelden onverminderd het hoofddoel van het Europees Stelsel van Centrale Banken, namelijk de handhaving van de prijsstabiliteit.
  • 3. 
    In afwijking van artikel III-325 treft de Raad, wanneer de Unie met één of meer derde staten of internationale organisaties moet onderhandelen over overeenkomsten inzake aangelegenheden betreffende het monetaire of wisselkoersstelsel, op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank, regelingen voor de onderhandelingen over en de sluiting van die overeenkomsten. Deze regelingen staan er borg voor dat de Unie één standpunt inneemt. De Commissie wordt ten volle bij de onderhandelingen betrokken.
  • 4. 
    Onverminderd de bevoegdheden en de overeenkomsten van de Unie op het gebied van de economische en monetaire unie, kunnen de lidstaten onderhandelingen voeren in internationale organen en overeenkomsten sluiten.