Debat voorafgaand aan top van Nice

woensdag 29 november 2000, Verklaringen van Raad en Commissie over de voorbereiding van de Europese Raad te Nice van 7 t/m 9 december 2000, inclusief het handelsbeleid

Verklaringen van Raad en Commissie over de voorbereiding van de Europese Raad te Nice van 7 t/m 9 december 2000, inclusief het handelsbeleid (art. 133 van het verdrag)

Debat : 29 november 2000

 

1. Raad

De Franse minister van Buitenlandse Zaken Hubert VEDRINE meldt dat er voor de Top van Nice nog een ministerieel conclaaf plaatsvindt met onder meer de Franse minister van Europese zaken Moscovici en de EP-leden Brok en Tsatsos. Op de informele Top van Biarritz is vooruitgang geboekt wat de versterkte samenwerking en de stemming met gekwalificeerde meerderheid betreft. In elk geval streeft Védrine een ambitieus akkoord in Nice na.

Op gebieden als fiscaliteit, asiel, visa, en immigratie zijn er met enkele landen nog problemen. Védrine spreekt wel van een positieve ingesteldheid. Een akkoord over de versoepeling van de versterkte samenwerking is niet veraf. Op de IGC kunnen oplossingen worden gevonden die in de buurt van het standpunt van het EP komen.

Wat de samenstelling van de Europese Commissie betreft, lijken de meeste delegaties gewonnen voor de idee om het aantal leden vanaf een bepaald moment in de uitbreiding te begrenzen. Verder moeten in Nice de bevoegdheden van de Commissievoorzitter en de vice-voorzitters worden bekeken.

Er zal ook worden gepraat over de aanpassing van artikel 7 om een soort alarmsysteem in te bouwen als fundamentele rechten geschonden dreigen te worden. Bij een verwijzing naar het Handvest in artikel 6 hebben diverse lidstaten nog serieuze bedenkingen. Volgens sommige landen zou dit zelfs de proclamatie van het Handvest op de helling kunnen zetten.

Védrine herinnert eraan dat het Franse voorzitterschap in juli heeft aangedrongen op snellere onderhandelingen met de kandidaat-landen. Op de Raad van 20 november heeft daarover een goed debat plaatsgevonden. In Nice zal met alle kandidaat-landen verder worden gepraat over de vereiste hervormingen en de uitbreiding.

Verheugend vindt Védrine het akkoord dat op de ECOFIN-Raad van vorige woensdag is bereikt over de fiscale harmonisatie. Ook de sociale agenda werd deze week goedgekeurd. Andere thema' s waar het Franse voorzitterschap veel belang aan hecht, zijn de kennismaatschappij, een grotere mobiliteit voor onderzoekers en een betere omschrijving van het voorzorgsprincipe. In Nice zal ook over de voedselveiligheid, over een onafhankelijke voedselautoriteit en over de veiligheid van het vervoer over zee worden gepraat.

2. Commissie

Commissie-voorzitter Romano PRODI meent dat Nice een succes zal worden als overeenstemming bereikt wordt over de versterkte samenwerking, het Hof van Justitie, de democratische waarden zoals vastgelegd in art. 7 van het Verdrag en meer zeggenschap voor de Europese politieke partijen.

Een compromis is in zicht over de samenstelling van de Europese Commissie en de stemmenweging in de Raad. Ongeacht het aantal commissarissen zal de voorzitter van de commissie de nodige bevoegdheden moeten krijgen om het college efficiënt te kunnen besturen. En hoe de stemmenweging in de Raad ook uitvalt, er moet een waarborg zijn dat geen beslissingen genomen worden die ingaan tegen de wens van de meerderheid van de lidstaten. De eenvoudigste oplossing is de dubbele meerderheid.

Op één gebied is er niet genoeg vooruitgang: de hervorming van de instellingen van de EU. Een groot probleem is de uitbreiding van de stemming bij gekwalificeerde meerderheid. De co-decisie zal uitgebreid moeten worden, maar de lidstaten vinden het lastig af te stappen van hun vetorecht op gebieden als asiel en immigratie, fiscaliteit, sociale cohesie en buitenlandse handel, ook al is dat noodzakelijk voor de interne markt. Prodi waarschuwt dat de EU bij vasthouden aan het vetorecht onbestuurbaar wordt. Met name op handelsgebied is het van belang dat de gekwalificeerde meerderheid wordt ingevoerd, om de economie te kunnen blijven stimuleren.

De huidige tekst van de IGC is volgens Prodi te ingewikkeld, te lang en te dubbelzinnig. Na Nice zal gekeken moeten worden of de resultaten bevredigend zijn. Prodi zal niet aarzelen daar op de plenaire van Straatsburg een duidelijk antwoord op te geven.

Veel belang hecht Prodi ook aan de mogelijkheid voor de EU om aan conflictpreventie te doen. Het instrumentarium daarvoor zal moeten worden uitgebreid en er is een geïntegreerde aanpak nodig. Anders kan crisisbeheer niet doeltreffend zijn. De Commissie moet daarom beter in staat gesteld worden om goed op de dingen in te kunnen spelen. De acties zullen volledig binnen het institutionele kader moeten plaatsvinden.

En na de Top van Nice zal nagedacht moeten worden over een ware Europese justitie, de herinrichting van de Verdragen en een goed evenwicht tussen de EU-instellingen. Na Nice is het werk nog niet klaar

3. Fractiewoordvoerders

Het Franse voorzitterschap staat een enorme taak te wachten, aldus Hans-Gert POETTERING (EVP/ED, D). Een regeling voor meerderheidsbesluiten vindt hij heel belangrijk. Maar het Franse voorzitterschap moet zelf ook bereid zijn om concessies te doen als het dat van anderen verwacht. De medebeslissing moet ook gelden voor fundamentele onderdelen van het landbouwbeleid. Wat de herweging van de stemmen betreft, deelt Poettering het standpunt van Prodi dat een dubbele meerderheid democratisch is, en dat zou ook aanvaardbaar moeten zijn voor Frankrijk.

De laatste maanden is een politiek van de arrogantie van de grote landen gevoerd, vervolgt Poettering. Hij vindt dat eerst de Commissie moet worden versterkt en dat bewezen moet worden dat een en ander niet ontaardt in een intergouvernementele aanpak. Er moet aandacht gaan naar de kleine landen, die in het verleden zo vaak bakzeil moesten halen. Wat de versterkte samenwerking betreft, is Poettering het eens met Védrine. Het verheugt hem dat de secretariaten van de agenda zijn afgevoerd en dat de Britse collega =s er ook zo over denken. Van groot belang is dat de communautaire procedures geëerbiedigd worden. En het mag niet blijven bij een afkondiging van het Handvest.

Als er een minimaal resultaat uit de bus komt, krijgt Chirac gelijk, dan heeft Nice gefaald. Er moet verder worden gekeken dan Nice en er moet duidelijkheid komen over de afbakening van de bevoegdheden van de Unie en van de lidstaten, benadrukt Poettering. Hij hoopt dat het enthousiasme van Mitterand in 1995 in Straatsburg nu ook opduikt bij zijn opvolgers.

Enrique BARON CRESPO (PES, E) maakt zich zorgen dat de voorbereidingen voor Nice zo moeizaam verlopen. Er moet een compromis uitkomen dat het democratisch functioneren van de instellingen ook na de uitbreiding garandeert. Baron is niet gerust op de hervormingen. De wensen van het EP vooraf waren al niet extreem en daar is nog flink op afgedongen. Zo wordt de raadplegingsprocedure opgeheven op het punt van enkele economische zaken. Baron wil dat in het geval van versterkte samenwerking de instemming van het EP is vereist. Verder wil Baron niet alleen uitbreiding van de besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid, maar volledige co-decisie op alle punten van wetgeving.

Wat de tegenstelling tussen grote en kleine lidstaten betreft, merkt Baron op dat ieder land eigenlijk een klein land is, omdat er niet een is die het in zijn eentje kan. Tot slot pleit Baron nog eens voor opname van het Handvest van grondrechten in het Verdrag en voor een grotere inzet voor het Midden-Oosten, waarvoor een sterker gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid nodig is

Patrick COX (ELD, IRL) Cox is het volledig eens met Prodi dat Nice een historische kans is. In Helsinki werden als het ware twee sloten gezet op de uitbreiding. De kandidaten moeten het acquis communautaire overnemen en toepassen en de 15 lidstaten dienen te bekijken hoe zij zichzelf kunnen hervormen om ook na de uitbreiding goed te blijven functioneren. Cox beschouwt dit als minimumvereisten en tegelijk als hoofddoelstelling voor Nice. Als het van de liberalen afhangt, komt de uitbreiding er zo vroeg mogelijk. Cox verwacht van het voorzitterschap een document dat in verhouding staat tot het belang van de hereniging van een oud continent. Gebeurt dit niet, dan betekent dit dat Europa in de steek wordt gelaten.

Bij de huidige stand van zaken vergroot één commissaris per lidstaat de legitimiteit van de Unie. Cox zet zich af tegen de valse strijd tussen groot en klein. Hij is gewonnen voor een dubbele meerderheid bij de herweging van de stemmen en voor versterkte samenwerking, maar dan wel met openheid voor iedereen. Op het Handvest zijn de liberalen erg gebrand. Maar dit moet blijken uit artikel 6. De afkondiging van het Handvest moet substantieel zijn, ook al is het juridisch gezien nog niet volledig afgerond.

Nice is een test om te zien of ons continent klaar is, concludeert Cox. Hij vindt een en ander haalbaar, maar dit veronderstelt dat het Franse voorzitterschap de Raad mobiliseert voor Europa en dat hij oproept tot een historische daad. De lat ligt hoog. Als ze te laag komt te liggen, dan springt Cox er niet over.

De Groenen, zegt Heidi HAUTALA (GROENEN/EVA, FIN), zijn voor een zo snel mogelijke toetreding van de kandidaat-lidstaten. Verder wil ze het ook over de tijd na Nice hebben. De herziening van de verdragen dient in alle openheid te gebeuren, zodat de hele samenleving erbij betrokken kan worden. Het Handvest van grondrechten, zo erkent Hautala, kan hier en daar nog bijgeschaafd worden, maar zal wel onderdeel moeten worden van de grondslagen van de EU. Daarom moet in art. 6 van het Verdrag een verwijzing naar het Handvest worden opgenomen. Via de co-decisie zal het EP een centrale rol moeten blijven spelen, omdat anders het wetgevingsproces niet meer voor de burger te volgen is. De EU wil o.a. via het handelsbeleid een belangrijke rol spelen in de wereld, maar voor Hautala is vooral van belang dat daarbij openheid wordt betracht. Een nieuwe EU mag geen EU van de grote lidstaten worden, vindt Hautala verder. Tot slot meent tot slot dat de grens van 700 zetels in het EP niet in steen gebeiteld hoeft te zijn, omdat anders wellicht de legitimiteit in het gedrang komt

Terwijl de euro slabakt en de crises elkaar opvolgen, verstoppen de regeringen zich achter gesloten deuren om de left-overs van Amsterdam te verdelen, luidt de kritiek van Sylvia-Yvonne KAUFMANN (EUL/NGL, D) In Nice is een ingrijpende hervorming van de instellingen nodig, met een goede stemverhouding tussen groot en klein en meer meerderheidsbeslissingen. En uiteraard moet het EP medebeslissing krijgen. Het Handvest mag niet beperkt blijven tot verklaringen, er is ook een verwijzing in artikel 6 nodig, en die is even belangrijk als een breed maatschappelijk debat. Wat telt, is dat de regeringen de zorgen van de bevolking au sérieux nemen. Kaufmann roept de Unie op iets te doen aan problemen zoals de grootschalige werkloosheid en de sociale uitsluiting.

Jens-Peter BONDE (EDD, DK) ziet in het ontwerpverdrag meer een grondwet van een bondsstaat dan een akkoord voor een federatie. De wetten zullen in de regel met gekwalificeerde meerderheid vastgesteld worden. Maar wat gebeurt er met de democratie in de landen die zo weg worden gestemd? In het Verdrag van Amsterdam stonden nog 65 gebieden waarop het vetorecht gold, maar die zullen ook goeddeels verdwijnen. De bevoegdheden in het verdrag gaan heel wat verder dan wat in bondsstaten op het hoogste niveau wordt besloten. Alleen voor defensie zal in 2004 nog unanimiteit vereist zijn. De democratie wordt overboord gezet. Meer meerderheidsbesluiten betekent meer ministers en ambtenaren die de kiezer kunnen wegstemmen.

4. Overige sprekers

Voor zijn fractie is het belangrijkste punt de succesvolle afsluiting van de IGC, onderstreept W.G. VAN VELZEN i (EVP/ED, NL) . De verkiezingen in Roemenië, met de opkomst van een heel extreme partij, zijn net achter de rug. Volgend jaar zijn er verkiezingen in Polen en Bulgarije. Hoe kan de Unie deze landen motiveren als zij geen goed verdrag heeft? Van Velzen stelt vast dat er behoefte is aan goed nieuws. Een slecht akkoord zou aantonen dat de regeringsleiders de uitbreiding niet prioritair vinden. Grote vraagstukken zoals BSE, veiligheid, buitenlands beleid, defensie en de competitiviteit van Europa tegenover de Verenigde Staten kunnen niet meer nationaal worden opgelost.

Kortom, Europa heeft behoefte aan leiderschap, duidelijkheid, keuzes en daadkracht. Dat wil de bevolking zien. Nu het vertrouwen in de euro is ondermijnd, moeten er stappen vooruit kunnen worden gezien. Het Franse voorzitterschap staat voor de grote opgave om voor Nice eindelijk te gaan vlammen. Een trieste zaak vindt Van Velzen dat grote en kleine landen tegenover elkaar zijn komen te staan. Het Franse voorzitterschap moet deze kloof dichten, want ze is heel destructief.

De rol van de Europese Commissie is essentieel, zij is en blijft de motor. Als zij niet versterkt uit Nice komt, is dat een zwarte dag voor Europa. Er moet minder intergouvernementeel worden gewerkt en Nice moet leiden tot meer efficiency, meer democratie en meer transparantie.

Bob VAN DEN BOS i (ELD, NL) constateert dat de Franse president en eerste minister meer geobsedeerd lijken door hun eigen politieke toekomst dan die van Europa. Het Franse voorzitterschap vertoont een gebrek aan neutraliteit en bevoordeling van de grote lidstaten. En dat terwijl meer dan ooit een consensuszoekende voorzitter vereist is. Als nieuwe lidstaten toetreden, zullen alle bestaande lidstaten moeten inschikken. Maar het lijkt wel of sommige lidstaten zich nu al neerleggen bij een nieuwe IGC voor de uitbreiding. De regeringen hebben de urgentie van de hervormingen uit het oog verloren en staren zich blind op hun eigen machtspositie in de nieuwe verhoudingen. Er komen wel meer meerderheidsbesluiten, maar tegelijk zoveel uitzonderingen dat er bitter weinig van over blijft. Zo loopt de besluitvorming onherroepelijk vast. En als de meerderheidsbesluiten niet gepaard gaan met co-decisie wordt de democratie ook nog eens uitgehold. Voorlopig moeten alle lidstaten volgens Van den Bos een eigen commissaris hebben en moet pas daarna, op grond van de ervaringen die daarmee worden opgedaan, besluiten genomen worden over een nieuw systeem. Van den Bos denkt aan een hiërarchie in de Commissie, met vice-voorzitters, commissarissen en ondercommissarissen. Tot slot pleit ook Van den Bos voor opname van het Handvest in de Verdragen.

Max VAN DEN BERG i (PES, NL) meent dat het in Nice niet alleen over de left-overs gaat in het licht van de uitbreiding en niet alleen over de bereidheid van lidstaten om een commissaris op te geven. Het gaat vooral om de bereidheid van de lidstaten om een Europese politieke samenwerking gestalte te geven die over de nationale belangen heen de belangen van de Europese burger behartigt. Deze politieke samenwerking is de laatste tijd volledig afwezig geweest, zoals bleek uit de reacties op de gestegen diesel- en benzineprijzen. De regeringsleiders moeten in Nice overstag en de gekwalificeerde meerderheid substantieel uitbreiden. En als het ernst is met de verdieping van de Europese samenwerking is er ook een absolute noodzaak om de democratische controle goed te regelen. Dus moet gekwalificeerde meerderheid altijd gepaard gaan met co-decisie. Van de amendementen van het EP wordt 80% overgenomen door de Raad, waar de belangrijke bijdrage van het EP aan de wetgeving uit blijkt. Het is raar dat er wel co-decisie op consumentenzaken, maar niet op landbouw, zeker gezien de recente BSE-crisis. Het Handvest van grondrechten moet in de Verdragen worden opgenomen: de fundamentele normen en waarden moeten in de Europese structuren worden ingebed. Een slecht verdrag van Nice zal door het EP worden verworpen.

Bartho PRONK i (EVP/ED, NL) heeft grote bewondering voor de Verenigde Staten, die ondanks hun constitutionele crisis zeggen dat hun systeem zo goed in elkaar zit. Hij vindt dat Europa ook veel meer de nadruk moet leggen op wat goed gaat, dan zal het een stuk gelukkiger zijn dan nu. Ook Pronk vindt dat de Raad examen moet doen. Zelf heeft hij scepsis, en hij hoopt dat gedaan wordt wat Brok aanraadt. Dit geldt in het bijzonder ook voor het sociaal beleid en de erkenning van het Handvest in het Verdrag.

Waarom denken wij het altijd slechter te doen, vraagt Pronk zich af. Hij wijst op de onzekerheid van het EP, de Raad en de Commissie bij het naar voren brengen van de boodschap. Maar een en ander is ook het gevolg van onderwateraanvallen van de sceptici, die in feite niets te bieden hebben. Zij bieden een Balkan, dat is hun ideaal. Kijk nu naar Bonde, roept Pronk uit, de Balkan is zijn ideaal. Een alternatief hebben deze mensen niet, naar hen wordt veel te veel geluisterd. De Raad moet proberen te ageren, want Aunited we stand, divided we fall" , en vooral het laatste deel moeten we niet vergeten.

5. Nogmaals de Raad

Hubert VEDRINE vindt dat de toon van het debat over het algemeen te negatief was. Dit strookt volgens hem niet met de realiteit van het Europa van vandaag, dat toch vooruitgaat. Zo wijst hij nogmaals op het akkoord over de fiscale harmonisatie, een dossier dat al jaren aansleepte. Er moet dus meer worden gekeken naar wat wel vooruitgaat. Hij preciseert dat het voorzitterschap een opdracht is en niet meer bevoegdheden geeft. Het is niet de bedoeling de plaats van de andere in te nemen. De enige juiste methode is volgens Védrine de problemen een voor een aan te pakken en manoeuvreerruimte te zoeken. Het Franse voorzitterschap had hoge ambities, maar moest constateren dat bepaalde lidstaten weigerden het Handvest juridische te schragen en op te nemen in artikel 6. Het heeft geprobeerd daar iets aan te doen. Als land is het Franse voorzitterschap het eens met artikel 6, maar anderen dreigden ermee zelfs het principe van het Handvest op de helling te zetten. Védrine benadrukt dat de enige methode erin bestaat stapsgewijze vooruit te gaan.

Dat er een tegenstelling zou zijn tussen grote en kleine landen, gelooft Védrine niet. Alleen in de discussie over de Commissie was er sprake van een zeker onderscheid tussen grote en kleine landen. Maar er is zeker geen voorstel van de Agrote @ landen om de Akleine @ te benadelen. Een zogeheten confrontatie tussen beide stoelt nergens op, dat is een onjuiste voorstelling van de feiten.

Wat de gekwalificeerde meerderheid betreft, maakt Poettering het zichzelf toch wat te gemakkelijk. , vindt Védrine. Hij licht er namelijk één land uit. Ook Frankrijk was en is bereid tot offers, maar blijkbaar werkte dat niet aanstekelijk. 12 van de 15 landen hebben geen probleem met de gekwalificeerde meerderheid, en als voorzitterschap constateert Frankrijk dit. Maar het moet duidelijk zijn dat één land niet in staat is om veel in beweging te brengen. Védrine dringt erop aan van het Franse voorzitterschap niet nu al een zondebok te maken, maar te blijven hopen. En het is niet het voorzitterschap dat zal slagen of mislukken, maar de 15 die met hun verantwoordelijkheid zullen worden geconfronteerd.

6. Nogmaals de Commissie

PRODI erkent dat Frankrijk zelfs als voorzitter het niet alleen voor het zeggen heeft in Nice. Prodi wil Frankrijk niet volledig verantwoordelijk maken, maar het kan wel degelijk een leidende rol spelen. Frankrijk is verantwoordelijk voor een compromis over de herweging van stemmen, waarmee een fundamenteel evenwicht wordt aangebracht tussen grote en kleine landen, tussen bevolkingen en tussen de verschillende krachten van de lidstaten. Het is aan Frankrijk een synthese te vinden tussen het Europa van de bevolkingen en het Europa van de naties. En ook al hebben met uitzondering van België en Italië alle lidstaten wel punten waarop ze niet van het vetorecht af willen, toch speelt ook hier het voorzitterschap een fundamentele rol. Frankrijk kan het algemeen belang interpreteren van besluiten volgens art. 133. Geen enkel land zal een compromis van Frankrijk kunnen negeren. Prodi koestert zulke hoge verwachtingen ten aanzien van Frankrijk, omdat hij weet hoe groot het Franse vermogen tot leidinggeven in Europa is.