Resultaten informele Europese Raad van Biarritz

dinsdag 24 oktober 2000

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Raad

De Franse staatssecretaris Pierre MOSCOVICI vindt de resultaten van de Top van Biarritz bemoedigend. Het werk voor de IGC was op ministerieel niveau al zo ver mogelijk gevorderd en op de Top moest dat verder geholpen worden. Algemeen is er overeenstemming dat het nieuwe verdrag ambitieus moet zijn. Op het punt van de meerderheidsbesluiten en de versterkte samenwerking is tastbare vooruitgang geboekt. Over de herweging van de stemmen in de Raad en de Commissie is het debat begonnen. Dat zijn de lastige punten.

Over meederheidsbelissingen is over de meeste artikelen waarop die van toepassing zijn, overeenstemming. Op fiscaal gebied blijven er nog meningsverschillen, maar er is een opening gekomen. Op sociaal gebied is besloten dat de verschillende nationale uitgangspunten van de sociale zekerheid in het oog gehouden moeten worden. Ook op juridisch terrein is de nodige vooruitgang geboekt, al blijven hier asiel, immigratie en visumbeleid heikele punten. Op het gebied van de buitenlandse handel kan meer worden gedaan, buiten de communautaire bevoegdheden om.

Het nut van versterkte samenwerking wordt nu door alle lidstaten ingezien, waarbij deze methode ene open karakter moet krijgen, zodat geen Europa van twee snelheden ontstaat. Ook zal de rol van de Commissie en van het EP gerespecteerd moeten worden. Versterkte samenwerking kan de EU op buitenlands gebied een stuk verder brengen.

De samenstelling van de Commissie en herweging van de stemmen in de Raad hangen nauw samen. Er is overeenstemming dat de Commissie efficiënter en slagvaardiger moet worden. Maar over hoe dat moet gebeuren, bestaan grote meningsverschillen. Sommigen willen ene rotatie, anderen één commissaris per lidstaten. Alle opties liggen nog op tafel, ook voor de weging van de stemmen in de Raad, of dat een meerderheid moet zijn, of een dubbele meerderheid. Pas aan het eind van de onderhandelingen zal men daar uit zijn.

Tot aan Nice wordt nu verder gewerkt volgens de richtsnoeren die op Biarritz zijn aangegeven. DE werkgroep over de besluitvorming bij meerderheid en over versterkte samenwerking is gisteren bijeen geweest. Ook wordt gewerkt aan een verdere uitdieping van artikel 7 van het Verdrag.

Het handvest werd unaniem ingehaald is een goede tekst, die in Nice geproclameerd kan worden na de nodige juridische aanpassingen. Opneming in de verdragen zal dan nog niet mogelijk zijn.

Belangrijke gespreksonderwerpen waren ook het Midden-Oosten en de democratische omwenteling in Servië. De EU was voor het eerst vertegenwoordigd bij het overleg daar, in Sjarm-al-Sjeik. Moscovici vindt dan ook niet dat de positie van de EU op het wereldtoneel verzwakt; met Solana laat de EU juist meer van zich horen. De EU zal zich blijven inspannen voor het vredesproces.

De regeringsleiders waren in Biarritz verheugd over de democratische omwenteling in Servië. Moscovici spreekt de hoop uit dat nu ook een bredere verzoening op de Balkan plaats kan vinden. De EU heeft de sancties ingetrokken, met uitzondering van de sancties die expliciet tegen Milosevic en zijn omgeving gericht zijn. Joegoslavië kan al snel profiteren van de maatregelen getroffen door de EU, met een onmiddellijke toezegging van 100 miljoen euro. Daarnaast is Servië een stabilisatie- en associatie-akkoord aangeboden.

2.Commissie

Commissaris Michel BARNIER i vindt dat de sfeer op de Top van Biarritz aansloot bij het weer: het stormde nogal, maar het was wel heel stimulerend. Hij ziet nog veel obstakels, maar ook de bereidheid om tot een echte hervorming in Nice te komen. Wat de kloof tussen grote en kleine landen betreft, merkt Barnier op dat de problemen reëel zijn, maar van vijandigheid was er zeker geen sprake. De onderwerpen liggen heel gevoelig: het gaat over de rol, de plaats en de invloed van elk land. Het moet duidelijk zijn dat er geen akkoord is als er geen akkoord over alles wordt bereikt. Barnier benadrukt dat de Commissie efficiënt en geloofwaardig moet blijven, met behoud van de collegialiteit. De dubbele legitimiteit van staat en volkeren moet daarbij worden geëerbiedigd. Het welslagen of mislukken van Nice zal afhangen van de mate waarin het communautaire model kan worden gehandhaafd, aldus Barnier. En de consolidatie van het communautaire model wordt onder meer afgemeten aan de plaats van de Commissie bij de versterkte samenwerking en de evolutie van de agentschappen.

Bij de gekwalificeerde meerderheid en de medebeslissing gaat het niet zozeer om het aantal terreinen, maar om de kwaliteit van de onderwerpen. De fiscaliteit van de lidstaten komt zeker niet op de helling te staan. Barnier stelt nadrukkelijk dat de Commissie niet vanop de zijlijn toekijkt, maar een eigen rol speelt en naast het voorzitterschap beschikbaar is om naar oplossingen te zoeken. De positieve impuls die aan de versterkte samenwerking is gegeven, stemt hem tevreden. Deze vooruitgang moet worden benut om de rol van de Europese instellingen en met name van de Commissie en het EP te versterken. De versterkte samenwerking ziet Barnier als een extra element van integratie, niet als een instrument voor uitsluiting.

Veel werk is verzet wat het handvest van grondrechten betreft. In Nice zal het afgekondigd worden, maar daar mag het niet bij blijven. Er moet ook worden bekeken hoe het verder moet met de opneming van het handvest in het Verdrag. Verder is er behoefte aan een verduidelijking van de bevoegdheden: Wat doet de Unie, wat doet ze niet, wat doet ze niet meer? Er is nog veel werk voor de boeg, maar het EP kan rekenen op de steun van de Commissie.

De aanwezigheid van president Kostunica in Biarritz was een belangrijk en emotioneel moment. Barnier brengt in herinnering dat een bedrag van 200 miljoen euro als noodhulp is toegezegd. Daarbij komen urgente acties om Servië door de komende winter te loodsen. Verder zal ook globaler steun nodig zijn, onder meer in samenwerking met de Wereldbank. Waar het op aankomt, is de consolidatie van de democratie.

In verband met het Midden-Oosten onderstreept Barnier het belang van de actieve rol van Javier Solana. Tot slot vermeldt hij dat ook olie en veiligheid op zee in Biarritz ter sprake zijn gekomen. Het voorstel van de Europese Commissie voor een globale bevoorradings- en prijsvormingsstrategie voor aardolie werd positief onthaald. Commissievoorzitter Prodi heeft bovendien gewezen op het belang van Rusland in dit debat. Wat de veiligheid op zee betreft, moeten er onder meer strenger controles op classificatiemaatschappijen komen en dient naar de afschaffing van tankers met een enkelvoudige romp te worden gestreefd.

2.

Fractiewoordvoerders

Hans-Gert POETTERING (EVP/ED, D) benadrukt dat de regeringsleiders alleen maar konden instemmen met het Handvest van grondrechten omdat de methode en de inhoud goed waren. Het convent heeft in een kortere periode tot een goed resultaat geleid dan de IGC. Poettering constateert dat op het vlak van de besluitvorming bij meerderheid nog geen wezenlijke vorderingen zijn geboekt. Hij waarschuwt dat het belangrijkste criterium voor het succes van de IGC voor de EVP ligt in invoering van meerderheidsbeslissingen als belangrijkste besluitvormingsprocedure, gekoppeld aan codecisie voor het Parlement.

Poettering vindt het irritant dat commissaris Verheugen zich voor de tweede keer laatdunkend heeft uitgelaten over de noodzaak van meerderheidsbelissingen. De EU moet klaar zijn voor uitbreiding en daarvoor is uitbreiding van meerderheidsbeslissingen essentieel.

Poettering maakt zich zorgen over de verhouding tussen de grote en kleine landen. Het is cynisch dat de groten de kleinen verantwoordelijk proberen te stellen voor het verhinderen van de uitbreiding als zij vasthouden aan een vertegenwoordiger in de Commissie. Temeer omdat landen die nu een grotere efficiëntie bij de Commissie belijden, dezelfde zijn die steeds nieuwe secretariaten in het leven roepen. Als de Duitse bondskanselier grootmoedig aanbiedt ook zelf af te zien van een permanente vertegenwoordiger in de Raad, is dat gevaarlijk, want de Commissie heeft de steun nodig van alle landen, groten zowel als kleine.

Over versterkte samenwerking waarschuwt Poettering dat het Parlement iedere poging zal verhinderen om die buiten het communautaire kader te plaatsen. Hij verzet zich ook tegen Moscovici's opmerking dat de buitenlandse handel een bijzondere behandeling moet krijgen, want die vormt juist een kernstuk van het communautair beleid.

Hij wenst het Franse voorzitterschap alle succes met de IGC, maar het moet hem van het hart dat hij het vreemd vindt president Chirac drie kwartier lang zijn beleid uit te horen leggen op de Franse televisie zonder maar één keer het woord "Europa" te gebruiken. In Nice gaat het erom Europa een hart te geven en niet alleen een nieuwe technische procedure.

Enrique BARON CRESPO (PES, E) is van mening dat het uur van de waarheid is aangebroken. In Nice moet ervoor worden gezorgd dat de uitbreiding niet in het gedrang komt. Er blijven nu nog vijftig dagen over en de onderhandelingen moeten op een politiek en zo openbaar mogelijk niveau worden gevoerd. Commissaris Barnier heeft over gekwalificeerde meerderheid en medebeslissing gesproken, maar Moscovici heeft dat niet gedaan. Barón wil daarover opheldering. Verder wil hij weten of er over de verdeling van de zetels in het EP wordt gesproken. Het EP moet zijn eigen verantwoordelijkheid opnemen en een goede verdeling van de zetels tussen grote en kleine landen nastreven. Barón haalt hierbij uit naar de EVP, die volgens hem de situatie blokkeert.

Barón vraagt zich verder af wat er nu met het handvest van grondrechten zal gebeuren. Volgens hem moet dit handvest de aanzet voor een Europese grondwet vormen. In Nice kan het alvast als belangrijke bijlage in het Verdrag worden opgenomen. Aan het adres van Poettering merkt Barón op dat het onaanvaardbaar is dat de partij van Berlusconi in het Italiaanse parlement tegen het handvest heeft laten stemmen en dat een lid van zijn fractie in het EP fascistische taal over het handvest heeft gesproken. Het gaat hier immers om fundamentele waarden die we allemaal delen.

De aanwezigheid van Kostunica op de Top van Biarritz was een historische gebeurtenis. De Unie dient te helpen bij de stabilisering van de situatie op de Balkan en daarbij iedereen op dezelfde wijze te behandelen. Dit betekent dat alle betrokken landen rekening moeten houden met het tribunaal en dat ook de financiële steunverlening evenwichtig moet zijn. Wat het Midden-Oosten betreft, denkt Barón dat er voor de Unie nu meer mogelijkheden zijn dan vroeger.

Ook Andrew DUFF (ELD, UK) vond Chirac verrassend, toen deze in een persverklaring zei dat de juridische status van het Handvest van Grondrechten een kwestie zal zijn voor het Zweedse voorzitterschap. Wat moet dat nu weer betekenen? Daar zullen de regeringsleiders in Nice zich toch over moeten buigen.

De uitbreiding van de Unie is een middel om de stabilteit en veiligheid te vergroten en tolerantie en democratie te bevorderen, stelt Nelly MAES (GROENEN/EVA, B). De hervorming van de instellingen is nodig om de stabiliteit in de Unie zelf niet te doen ontaarden in besluiteloosheid en om onverschilligheid of weerzin bij de burgers tegen te gaan. Maes vindt dat meerderheidsbeslissing in de Raad de regel moet worden, net zoals medebeslissing van het EP, bijvoorbeeld in landbouwzaken.

De verklaring van de grondrechten is op zich positief, maar nog voor verbetering vatbaar om meer aan de verwachtingen van de burgers te beantwoorden. Maes is voorstander van inschakeling in het Verdrag. De opbouw van een democratisch Europa vergt een grotere betrokkenheid van de burgers en de regio's, van kleine en grote lidstaten.

Belangrijk is voor Maes vooral de wil van de Raad om een rol te spelen als Unie, wat in het Midden-Oosten niet is gebeurd. Zij wil teruggaan naar de essentie: Israël heeft recht op vrede en veiligheid, maar Palestina heeft recht op een eigen staat, zoals vooropgesteld in de VN-resoluties. De verkiezing van Kostunica is hoopvol voor alle democraten, maar de stabiliteit in gebieden zoals Kosovo en Bosnië-herzegovina blijft broos. We moeten dus klaarstaan met de nodige middelen om de wederopbouw en de stabiliteit daar te verzekeren.

Sylviane AINARDI (EUL/NGL, F) constateert nog tal van meningsverschillen, vooral tussen de grote en kleine landen, die een dictaat van de grote vrezen. Ainardi vindt dat ook de kandidaatlanden bij de IGC betrokken moeten worden en dat daarbij veel aandacht naar de sociale dimensie moet gaan. Daarnaast zullen democratie en transparantie benadrukt moeten worden, evenals de participatie van de burger Goed is dat het handvest instemming heeft gekregen, maar Ainardi vindt dat het op het sociale plan tekort schiet.

Jens-Peter BONDE (EDD, DK) spreekt van een doorbraak voor de versterkte samenwerking in Biarritz. Hij stelt vast dat wie het meest wil integreren, besluiten kan treffen zonder steun van de bevolking. Dit is een manier om zaken goed te keuren die de bevolking verwerpt. Wie buiten de versterkte samenwerking staat, zit op de achterste stoelen in het vliegtuig en "moet maar volgen". Bonde wijst erop dat er ook geen weg terug is bij de versterkte samenwerking: het is de weg naar meer centralisme, meer Brussel. Wie een vrijer en flexibeler Europa wil, krijgt geen kans.

4. Nogmaals de Raad

MOSCOVICI bestrijdt dat de sfeer slecht was in Biarritz. Aan het diner ging het erom alle punten op tafel te leggen, zodat gewerkt kan worden aan een compromis dat voor iedereen aanvaardbaar is. Daarom ook heeft Chirac aan Moscovici gevraagd een ronde langs de lidstaten te maken. In Biarritz ging het er juist om de kloof tussen de grote en kleine landen te dichten.

Juist om de Commissie sterker en doelmatiger te maken had Frankrijk een rotatiesysteem voorgesteld, om een grens aan de omvang te stellen. Zo zouden grote en kleine landen op gelijke basis vertegenwoordigd zijn in de Commissie. Vele willen echter één commissaris per lidstaat behouden en het lijkt er nu op dat wellicht dan later een grens aan de omvang kan worden gesteld. Het gaat erom het communautaire kader te versterken en daarvoor is het nodig een nieuw evenwicht te vinden tussen alle drie de instellingen: Raad, Commissie en Parlement.

Aan Barón antwoordt Moscovici dat de koppeling van meerderheidsbesluiten aan codecisie nog niet is opgelost. Met betrekking tot het aantal leden van het EP wijst hij erop dat dat in het Verdrag van Amsterdam al op maximaal 700 is gesteld. Sommigen willen een proportionele vermindering van de huidige EP-leden per lidstaat, anderen een lineaire vermindering. Misschien kan het EP zelf met een voorstel komen; daarvoor is het nog niet te laat.

Het Franse voorzitterschap is heel tevreden over het handvest, dat uiterst leesbaar is. Alleen op juridisch vlak zijn er een paar problemen. Maar Moscovici vindt dat het op termijn wel een band met het Verdrag moet krijgen. Misschien kan in artikel 6 een verwijzing worden opgenomen.

5. Overige sprekers

Het verwondert Bob VAN DEN BOS i (ELD, NL) niet dat de regeringen op essentiële onderdelen botsten, want het gaat om de herverdeling van de macht in Europa. De taak van een goede voorzitter is naar consensus te zoeken, maar Frankrijk vertolkt veeleer zijn eigen belangen en die van de grotere lidstaten, en dat betreurt Van den Bos. Hij waarschuwt dat de IGC dreigt plat te vallen op het harde kiezelstrand van Nice.

Van groot belang is voor Van den Bos dat elke lidstaat vertegenwoordigd blijft in de Commissie. Een hiërachie acht hij onvermijdelijk. Ook als nieuwe landen toetreden moet elke lidstaat een senior of junior commissaris houden. Dat de grote lidstaten die voor intergouvernementele samenwerking zijn, pleiten voor een kleine Commissie waaraan ze zelf soms geen commissaris leveren, vindt Van den Bos verdacht. Een rotatiestelsel zou de Commissie ernstig politiek verzwakken.

Van den Bos heeft begrip voor een zekere herverdeling van de stemmen in de Raad, maar als de grote landen overdrijven, drijven ze de kleine landen samen tegen hen. Meerderheidsbeslissing impliceert per definitie codecisie. Voor de versterkte samenwerking is een minimum van 8 lidstaten goed werkbaar en voor het buitenlands en veiligheidsbeleid kan met minder worden volstaan.

Succes in Nice blijft mogelijk, aldus Van den Bos, maar dan moet het Franse voorzitterschap zich niet zo vreemd gedragen als in BiZarritz.

Max VAN DEN BERG i (PES, NL) betreurt dat na de conferentie in Sjarm-al-Sjeik het geweld toch weer is opgelaaid. De stem van de straat is sterker blijkbaar dan de wil tot vrede. Toch zijn er tal van burgers in Israël en Palestina die weten hoe zwaar het leven zonder vrede is. Daarom moet de EU een bijdrage leveren. Uiteraard zijn het alleen de twee partijen die vrede kunnen sluiten, maar de EU kan alles doen om hen te steunen. Solana heeft namens de EU al een sterkere positie in het vredesproces. Op de ministersvergadering in Marseille moet getracht worden het Euro-mediterrane partnerschap in te zetten om het hele proces breder te trekken.

Van den Berg is blij dat de sancties tegen Joegoslavië nu zijn opgeheven en dat hulpmaatregelen worden ingezet, evenals het perspectief op deelname aan het stabilisatie- en associatieproces. Een goede en grote stap is de beschikbaarstelling van 200 miljoen euro uit de begroting van dit jaar, maar Van den Berg verzoekt de Raad deze geest ook te hanteren bij de begrotingsonderhandelingen voor 2001 en niet binnen rubriek 4 naar geld te zoeken, zodat uiteindelijk Afrika en Azië moeten betalen.

Het Franse voorzitterschap heeft 45 artikelen en thema's voorgedragen voor meerderheidsbesluitvorming, en dat juicht Hanja MAIJ-WEGGEN i (EVP/ED, NL) toe. Wel moeten diezelfde thema's onder medebeslissing door het EP vallen. Gebeurt dit niet, dan worden het EP en de nationale parlementen voor schut gezet en neemt het democratisch deficit toe.

1 commissaris per land acht Maij-Weggen absoluut noodzakelijk. Als het aantal EP-leden op 700 wordt vastgesteld, dan moet bij de komende verkiezingen al van de nieuwe aantallen worden uitgegaan. Alleen zo zal de grens van 700 automatisch niet worden overschreden.

Het handvest is goed ontvangen en kan wellicht via een officiële verklaring in Nice worden aanvaard. Maij-Weggen is er overigens trots op dat zij lid van het convent mocht zijn. Hoe eerder het handvest in de verdragen wordt opgenomen, hoe beter, want dan heeft het een constitutioneler karakter en komen de burgers dichter bij de Unie te staan.

6. Nogmaals de Commissie

Commissaris Michel BARNIER herhaalt dat het erop aankomt de bestaande kloof te dichten met voorstellen waardoor de Unie beter kan functioneren in de geest van het Verdrag. hij benadrukt dat bij geen enkele optie een lidstaat "zijn" commissaris kwijtraakt. Dit is overigens geen juiste formulering, want de Commissie is onafhankelijk. De vraag is wel of elk land tegelijkertijd een commissaris krijgt. Als niet alle landen tegelijk in de Commissie zijn vertegenwoordigd, wanneer kan dan sprake zijn van een strikt egalitair rotatiemechanisme? In elk geval veronderstelt een en ander een enorme hervorming van de werking van de Commissie. De komende weken moeten dus goed worden benut om de gevolgen van alle opties te bestuderen.

Van bij het begin heeft de Commissie gezegd dat ze het handvest juridisch wil schragen. Barnier ziet een koppeling aan artikel 6 van het Verdrag vanaf Nice wel zitten. Maar daar mag het niet bij blijven. Dank zij de open werkmethode kon het handvest door iedereen worden goedgekeurd. Bij de onderhandelingen wordt uiteraard ook over het EP gesproken. Als het EP zich duidelijk over zijn eigen organisatie uitspreekt, verlicht dat ongetwijfeld het werk van de Commissie en van de lidstaten, aldus Barnier.

Tot slot merkt Barnier nog op dat het intact blijven, de verzwakking of de versterking van het communautaire model bepalend zal zijn voor het succes van Nice. De Commissie is duidelijk voorstander van de versterking van het communautaire model.