EU-begroting: meer toezicht door de regeringen bepleit

donderdag 12 oktober 2006

Het is een enorme verantwoordelijkheid om te garanderen dat de jaarlijkse begroting van 110 miljard euro rechtmatig en correct wordt besteed. Geen eenvoudige taak voor de Europese Commissie i omdat ca. 80% van de begroting op nationaal en lokaal niveau wordt besteed waardoor het traceren moeilijk is. Landbouw en plattelandsontwikkeling (46%) en hulp voor arme regio's (30%) zijn de grootste kostenposten.

Eerder deze week was er een bijeenkomst van leden van nationale parlementen en EP-leden om tot een verbeterd toezicht op de begroting te komen.

Zoals u misschien al in de kranten hebt gelezen, is de Europese Rekenkamer i regelmatig kritisch ten aanzien van bepaalde delen van de EU-begroting, maar wil dat zeggen dat het geld niet goed wordt besteed? Niet helemaal. Van de Rekenkamer wordt elk jaar een "Betrouwbaarheidsverklaring" verwacht in het kader van "de betrouwbaarheid van de rekeningen en de rechtmatigheid (...) van de hieraan ten grondslag liggende transacties". De "rekeningen" worden regelmatig geaccordeerd, maar het zijn de "hieraan ten grondslag liggende transacties" - onderdelen van het landbouwbudget, structurele fondsen, interne beleidsmaatregelen, inclusief onderzoek en externe acties - waarover de Rekenkamer niet met absolute zekerheid kan stellen dat elke euro naar behoren werd besteed.

Een ingewikkeld beeld

Waarom? Deels als gevolg van de complexiteit van de begroting. Een aantal problemen omvatten het feit dat EU-fondsen vaak een klein deel van de nationale begroting uitmaken, waardoor dit mogelijk te weinig aandacht krijgt. Bovendien zijn in de diverse landen verschillende instanties verantwoordelijk voor het onderzoeken en controleren van de begroting. Als laatste, als gevolg van de EU-verdragen, is de Europese Commissie verantwoordelijk voor de begroting, maar merendeels niet voor de implementatie hiervan. In het kort: projecten die door de EU worden gefinancierd hoeven niet door EU-instellingen uitgevoerd te worden. De situatie is complexer geworden sinds in 2004 10 nieuwe lidstaten tot de Unie zijn toegetreden. Het is een gecompliceerd probleem dat de leden van nationale parlementen en EP-leden hopen aan te pakken.

Het standpunt van het Europees Parlement

In 2003 heeft het Europees Parlement het standpunt ingenomen dat EU-regeringen jaarlijks een verklaring dienen te publiceren waarin staat dat alle uitgaven akkoord bevonden zijn. Dit werd echter door de Ministers van Financiën van de EU verworpen. De EP-leden kwamen met het tegenvoorstel dat landen in plaats daarvan aparte verklaringen voor de afzonderlijke delen van de begroting (bijv. landbouwuitgaven) op dienen te stellen. Ook dit voorstel werd verworpen.  In mei jl. werd uiteindelijk overeengekomen dat elke EU-lidstaat "een jaarlijkse evaluatie van de door hen gehanteerde beheers- en controlesystemen en (...) een jaarlijks overzicht van rekeningen en verklaringen" opstelt. Dit is van toepassing op de periode 2007 tot 2013. Omdat het Parlement gevolmachtigd is om een "kwijting van de begroting" af te geven (een soort van "vrijgave" over hoe het geld werd besteed - zie onderstaande koppeling ) - is begrotingsbewaking een uiterst belangrijk onderwerp voor de EP-leden.

Tijdens de parlementaire vergadering was er consensus inzake de noodzaak tot meer toezicht. De voorzitter van de commissie begrotingsbewaking, de Hongaarse sociaaldemocraat Szabolcs Fazakas, stelde dat de doelstelling is "het verbeteren van het onderlinge begrip over de rol van de begrotingsbewakingscommissies binnen nationale parlementen hebben in het kader van de bewaking van de EU-begroting."

Edward Leigh, voorzitter van de Commissie voor de Rijksuitgaven van het Britse Lagerhuis, stelde dat "elke lidstaat het initiatief moet nemen om een geconsolideerde verklaring over de EU-uitgaven op te stellen, die volgens de internationale normen wordt gecontroleerd."

Dit werd gesteund door het Griekse parlementslid Theodor Skrekas die bevestigde dat nationale parlementen zeker moeten stellen dat de "EU-fondsen op de beste manier worden gebruikt en dat de noodzaak voor een wettelijk kader hiervoor aanwezig is". De Luxemburgse parlementariër Henri Gretchen beloofde om de eerdere voorstellen van het Europees Parlement met zijn collega's en de nationale rekenkamer te bespreken, en het standpunt van de regering van Luxemburg helder te maken. Hij riep de parlementsleden van andere landen op eenzelfde actie te ondernemen.

 

Alle nieuwsitemsAlle nieuwsitems