25313 - Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van bepalingen inzake de Nationale ombudsman

Dit wetsvoorstel werd op 18 april 1997 ingediend door de minister van Algemene Zaken, Kok, de minister van Binnenlandse Zaken, Dijkstal, en de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, Kohnstamm.

 

Dit voorstel is gebaseerd op de overweging, dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van bepalingen inzake de Nationale ombudsman.

 

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Stand van zaken

Het wetsvoorstel is verheven tot wet en gepubliceerd in het Staatsblad op 19 februari 1998.

De tweede lezing van dit voorstel vond plaats door middel van wetsvoorstel Verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van bepalingen inzake de Nationale ombudsman.

2.

Kerngegevens

Ingediend
18 april 1997

Volledige titel
Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van bepalingen inzake de Nationale ombudsman

Ondertekening memorie van toelichting

De minister van Algemene Zaken, W. (Wim) Kok
De minister van Binnenlandse Zaken, H.F. (Hans) Dijkstal
De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, J. (Jacob) Kohnstamm

Kamercommissies

3.

Uit de memorie van toelichting

Dit wetsvoorstel strekt ertoe het ambt van Nationale ombudsman in de Grondwet te verankeren.

Het instituut Nationale ombudsman heeft na een aanvankelijk aarzelende start een belangwekkende ontwikkeling doorgemaakt.

De Nationale ombudsman heeft zich een vaste en eigen plaats verworven die niet meer is weg te denken in ons staatsbestel.

Een expliciete vermelding in de Grondwet mag niet meer achterwege blijven.

Het ombudsmaninstituut heeft zich overigens niet alleen in Nederland een belangrijke plaats verworven, maar ook in een groeiend aantal andere landen in de wereld. Zo is opmerkelijk dat in de nog jonge democratieën in Midden- en Oost- Europa al vrij snel het ombudsinstituut tot ontwikkeling is gekomen. In vele landen is de positie van de ombudsman constitutioneel verankerd. Gewezen zij ook op de invoering in het verband van de Europese Unie van het instituut van een Europese ombudsman.

De Nationale ombudsman beoordeelt op verzoek of uit eigen beweging of gedragingen van de onder zijn bevoegdheid vallende bestuursorganen en hun medewerkers, volgens een inmiddels ontwikkeld toetsingskader, voldoen aan normen van behoorlijkheid. Hoewel de oordelen van de Nationale ombudsman juridisch niet bindend zijn, hebben zij gezag en kunnen zij ook als leidraad worden gehanteerd bij de verbetering van het functioneren van bestuursorganen. Onverlet de in een volwassen democratie aanwezige mogelijkheden van (formele of informele) interne klachtafhandeling door overheidsorganisaties zelve – verwezen zij naar het voorontwerp hoofdstuk 9 Algemene wet bestuursrecht over klachtrecht – blijkt er bij burgers een grote behoefte te bestaan aan klachtenbehandeling door een instituut als de Nationale ombudsman.

Gegeven de omvang, verscheidenheid en intensiteit aan overheidstaken in een complex gestructureerde overheidsorganisatie is het ook van groot belang dat een onafhankelijk instituut als de Nationale ombudsman voor de burger een aanvullende vorm van «rechtsbescherming» met een eigen betekenis biedt. Dat geldt te meer omdat de Nationale ombudsman ook bevoegd is te oordelen over gedragingen van organisaties op het niveau

4.

Nota's van wijziging en amendementen

Bij dit wetsvoorstel werden een nota van wijziging en drie amendementen ingediend.

5.

Documenten

(14 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

1 9 februari 1998, behandeling, pag. 759-760     HAN6537A2
Behandeling van de wetsvoorstellen: - Wijziging van enkele bepalingen van de Wet op de rechtsbijstand (25066); - Wijziging van de Wet van 23 december 1994 (Stb. 925) in verband met het verlengen van een tijdelijke verfijning in de Wet belastingen op milieugrondslag (25508); - Intrekking van de Wet Havenschap Vlissingen en de Wet Havenschap Terneuzen (25531); - Wijziging van de Wet van 1 oktober 1992, houdende bijzondere regels met betrekking tot het recht op uitkering als bedoeld in de Uitkeringswet gewezen militairen; en enige andere wetsvoorstellen
vergadering: 27 januari 1998
 
1 16 december 1997, eindverslag, nr. 166a     KST26480
Eindverslag
publicatie: 22 december 1997
 
2 12 december 1997, stemming(en), pag. 2518-2519     HAN6519B6
Stemmingen in verband met het wetsvoorstel Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van bepalingen inzake de Nationale ombudsman (25313)  -
vergadering: 3 december 1997
 
2 12 december 1997, behandeling, pag. 2456-2472     HAN6519A8
Behandeling van het wetsvoorstel Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van bepalingen inzake de Nationale ombudsman (25313).  -
vergadering: 2 december 1997
 
2 3 december 1997, amendement, nr. 9     KST26000
Amendement over de competentie van de Nationale ombudsman ten aanzien van bestuursorganen
publicatie: 11 december 1997
 
1 3 december 1997, gewijzigd voorstel van wet, nr. 166     KST26131
Gewijzigd voorstel van wet
publicatie: 11 december 1997
 
2 2 december 1997, amendement, nr. 8     KST25999
Amendement over de competentie van de Nationale ombudsman ten aanzien van bestuursorganen
publicatie: 11 december 1997
 
2 2 december 1997, amendement, nr. 7     KST25998
Amendement over onderzoek op eigen initiatief door de Nationale ombudsman
publicatie: 11 december 1997
 
2 28 augustus 1997, nota van wijziging, nr. 6     KST22961
Nota van wijziging
publicatie: 3 september 1997
 
2 28 augustus 1997, nota naar aanleiding van het verslag, nr. 5     KST22960
Nota n.a.v. het verslag
publicatie: 3 september 1997
 
2 11 juni 1997, verslag, nr. 4     KST21907
Verslag
publicatie: 16 juni 1997
 
- 18 april 1997, advies Raad van State, 25313    
Advies Raad van State (blanco)
publicatie: 29 april 1997
 
2 18 april 1997, memorie van toelichting, nr. 3     KST20963
Memorie van toelichting
publicatie: 29 april 1997
 
2 18 april 1997, voorstel van wet, nr. 1-2     KST20962
Voorstel van wet
publicatie: 29 april 1997
 

6.

Woordvoerders

Eerste termijn Tweede Kamer

R. (Ruud)  Luchtenveld 02-12-1997 VVD R. (Ruud) Luchtenveld
O. (Olga)  Scheltema-de Nie 02-12-1997 D66 O. (Olga) Scheltema-de Nie
J.T. (Koos) van den Berg 02-12-1997 SGP J.T. (Koos) van den Berg
G.J. (Gert)  Schutte 02-12-1997 GPV G.J. (Gert) Schutte
J.P. (Peter)  Rehwinkel 02-12-1997 PvdA J.P. (Peter) Rehwinkel
A.K. (Alis)  Koekkoek 02-12-1997 CDA A.K. (Alis) Koekkoek
H.F. (Hans)  Dijkstal 02-12-1997 Minister H.F. (Hans) Dijkstal

Tweede termijn Tweede Kamer

R. (Ruud)  Luchtenveld 02-12-1997 VVD R. (Ruud) Luchtenveld
O. (Olga)  Scheltema-de Nie 02-12-1997 D66 O. (Olga) Scheltema-de Nie
J.T. (Koos) van den Berg 02-12-1997 SGP J.T. (Koos) van den Berg
G.J. (Gert)  Schutte 02-12-1997 GPV G.J. (Gert) Schutte
J.P. (Peter)  Rehwinkel 02-12-1997 PvdA J.P. (Peter) Rehwinkel
A.K. (Alis)  Koekkoek 02-12-1997 CDA A.K. (Alis) Koekkoek
H.F. (Hans)  Dijkstal 02-12-1997 Minister H.F. (Hans) Dijkstal


(De Eerste Kamer heeft dit wetsvoorstel als hamerstuk afgedaan.)

7.

Andere bronnen

8.

Over dit dossier

Dit parlementaire dossier is door PDC automatisch samengesteld en verrijkt en redactioneel gecheckt. Op basis van dezelfde methoden en technieken creëert PDC 24/7 actuele dossiers in de Parlementaire Monitor en in de EU Monitor. Met behulp van de monitoren volgt u Den Haag en Brussel op de voet of blikt u terug op eerdere besluitvorming. Neem contact op als u meer wilt weten over de parlementaire data van PDC of over een abonnement op een monitor.