Bestuur

Inhoudsopgave van deze pagina:

9.

Ondeelbaarheid Opper-gezag

Het Opper-gezag is het regt der gantsche Maatschappij over elk haarer Leden, over het grondgebied, dat zij beslaan, en over alle voorwerpen, waarin hunne belangen betrokken zijn. Hetzelve is één, ondeelbaar, onvervreemdbaar. Geen Lid, geen gedeelte der Maatschappij, kan zich het opper-gezag aanmaatigen. Hetzelve is de bron van alle openbaare Magten.

10.

Principe van Volks-regering bij Vertegenwoordiging

Het Bataafsche Volk, zijne belangen in persoon niet kunnende waarnemen, verkiest daartoe, bij onderlinge overeenkomst, eene geregelde Staats-form, en wel eene Volks-regeering bij Vertegenwoordiging.

11.

Vertegenwoordigers waaken voor gemeenschaplijke belangen van het Bataafsche Volk

Het verkiest, ten dien einde, zijne Vertegenwoordigers, die, in Deszelfs-naam, voor de gemeenschaplijke belangen waaken, en, ten allen tijde, aan Hetzelve verändwoordlijk zijn.

12.

Bewindvoerende Lichaamen zijn ondergeschikt aan Vertegenwoordigende Magt

Aan deze Vertegenwoordigende Magt zijn alle bewindvoerende Lichaamen ondergeschikt en verändwoordlijk.

13.

Monopolie openbaar gezag door wettig aangestelde Magten

Buiten de wettig aangestelde Magten, kan geen Burger, noch ook eenig gedeelte des Volks, eenig openbaar gezag uitoefenen. Het is alleen in de Grond-Vergaderingen, dat alle Staatkundige Regten door de Burgeren worden geöefend.

14.

Magt en gezag volksvertegenwoordigers bij volmacht verleend, uitoefening wijzigt door de Staatsregeling

Alle magt of gezag, door het Volk aan zijne Vertegenwoordigers verleend, is slechts bij volmacht. De uitoefening van dat gezag word gewijzigd door de Staatsregeling.

15.

Vervulling openbare ambten

Ambten en bedieningen zijn lastgevingen der Maatschappij voor eenen bepaalden tijd. Zij zijn noch erflijk, noch vervreemdbaar, noch bijzondere voorregten van hun, die ze waarnemen. De keus van den eenen Burger, boven den ander, is alleenlijk gegrond op meerdere deugd en bekwaamheden.