Derde Afdeeling, Van de Wet

Inhoudsopgave van deze pagina:

51.

Koning en Wetgevend Ligchaam stellen Wet vast, speciale bevoegdheid Koning

De Wet wordt in Holland vastgesteld door zamenstemming van den Koning en het Wetgevend Ligchaam.

De Koning kan in sommige gevallen door de Wet speciaal worden geautoriseerd, om het Wetgevend gezag zonder de medewerking der Vergadering van Hun Hoog Mogenden uitteoefenen.

52.

Voorwaarden Lidmaatschap

De Leden der Vergadering van Hun Hoog Mogenden moeten zijn Stemgeregtigde Burgers, den vollen ouderdom van dertig jaren bereikt hebbende, geboren binnen het Koningrijk, of in de Koloniën of Bezittingen van den Staat, en binnen dat Departement, van wegens het welk zij benoemd worden, gedurende de laatste zes jaren voor hunne benoeming hebbende gewoond; zij mogen elkanderen niet bestaan tot in den derden graad van Bloedverwantschap of Zwagerschap, dat is de betrekking tusschen den Man en zijner Vrouwe Bloedverwanten.

Het vereischte van inwoning sluit niet uit de zoodanigen, die Reipublicae causa zijn afwezig geweest.

53.

Incompatibiliteiten

De Leden van Hun Hoog Mogenden mogen te gelijker tijd, noch Ministers van Staat, noch effectieve Leden van den Staatsraad, noch van eenig Nationaal Collegie, noch Leden van een Departementaal Bestuur, Raad van Financiën of eenig Geregtshof zijn, noch te gelijker tijd een der voorname comptabele of andere hooge Ambten bekleeden.

54.

President

Dadelijk na de opening van elke Zitting, zal de Vergadering van Hun Hoog Mogenden overgaan tot de benoeming van een President, gekozen uit de Leden der Vergadering.

55.

Frequentie vergaderingen, buitengewone vergaderingen, roulatie Leden

Het Wetgevend Ligchaam vergadert gewoonlijk eenmaal in het jaar, en wel bepaaldelijk op den derden Dinsdag in de maand November; de Vergadering blijft twee maanden bij elkander.

De Vergadering kan door den Koning buitengewoon worden bijeengeroepen, zoo dikwerf Zijne Majesteit zulks zal goedvinden.

Op den eersten dag van iedere gewone Zitting treedt het oudste vijfde gedeelte der Leden van de Vergadering van Hun Hoog Mogenden af.

De eerste aftreding zal in 1807 plaats hebben, en wordt door het Lot bepaald. De aftredende Leden zijn altijd weder verkiesbaar.

56.

Hoofdelijke stemming; Stemmen zonder last

De Leden der Vergadering van Hun Hoog Mogenden brengen hoofdelijk hunne stem uit, en stemmen zonder eenigen last, van wie het ook zij, te ontvangen.

57.

Geen recht van wijziging

De Vergadering van Hun Hoog Mogenden beraadslaagt over geene andere onderwerpen, dan over de zoodanige, welke haar door den Koning worden voorgedragen.

Dezelve vereenigt zich met de Voordragt, of verwerpt dezelve, zonder daarin eenige verandering of wijziging te maken.

58.

Procedure bij acceptatie of verwerping Wetten

Hun Hoog Mogenden, de voorgedragene Wet hebbende goedgekeurd, geven daarvan onmiddelijk kennis aan den Koning, welke met de promulgatie en executie daarvan belast is, Wanneer Hun Hoog Mogenden de voorgedragene Wet verwerpen, geven zij daarvan, met opgave der redenen van weigering, kennis aan den Koning, welke alsdan hetzelfde Onderwerp, nader gemotiveerd of met eenige verandering, andermaal kan voordragen.

59.

Besluiten geteekend door President, contraseign door Griffier

Alle Besluiten van de Vergadering van Hun Hoog Mogenden worden geteekend door den President, en gecontrasigneerd door den Griffier hunner Vergadering.

60.

Griffier

Het Wetgevend Ligchaam zal buiten deszelfs midden een Griffier met meerderheid van stemmen benoemen.

61.

Oorlogsverklaring

Er kan geene oorlogsverklaring plaats hebben, dan na een voorafgaand Besluit van Hun Hoog Mogenden, op Voordragt van den Koning genomen.