Van het inkomen der Kroon

Inhoudsopgave van deze pagina:

12.

Inkomen Vorst; Zomer- en Winterverblijf

De Souvereine Vorst geniet een jaarlijksch inkomen van vijftien maal honderd duizend gulden, op de wijze bij de twee volgende artikelen bepaald en er wordt wijders een behoorlijk zomer- en winter-verblijf voor Hem in gereedheid gebragt en onderhouden.

13.

Voldoening inkomen in patrimonieel goed

Bij de wet kan worden bepaald, dat aan den Souvereinen Vorst, des verkiezende, tot gedeeltelijke voldoening van het gemelde jaarlijksch inkomen, in vollen eigendom, als patrimonieel goed, zal worden overgegeven zoo veel domeinen, als een zuiver inkomen van vijf tonnen gouds of daaromtrent opbrengen.

14.

Vorst geniet vruchtgebruik van goederen of penningen

Het overige gedeelte van dat jaarlijksch inkomen wordt gevonden uit het vruchtgebruik van daartoe nader te bestemmen goederen, of uit de eerste en gereedste penningen van den Lande.

15.

Vrijdom van personele lasten

De Souvereine Vorst en de Prinsen en Prinsessen van den Huize genieten vrijdom van alle personele lasten en beschreven middelen, met uitzondering van de verponding.

De gebouwen echter tot Derzelver gebruik of woning bestemd, blijven ontheven van alle reële lasten. Geene exemptiën van consumtive middelen zullen door Hen noch Hunne hofhoudingen genoten worden.

16.

Inrigting vorstelijk Huis

De Souvereine Vorst rigt Zijn Huis naar eigen goedvinden in.

17.

Oudste zoon van de Vorst voert de titel Koninklijke Hoogheid; titels overige prinsen en prinsessen

De oudste zoon van den Souvereinen Vorst is de eerste onderdaan van zijnen vader.

Als Erfprins wordt Hem gegeven den titel van Koninklijke Hoogheid.

De overige Prinsen en Prinsessen van den Huize blijven voeren den titel van Doorluchtige Hoogheid.

18.

Inkomen Erfprins

De Erfprins ontvangt in deze hoedanigheid uit 's Lands kas eene jaarlijksche som van honderd duizend gulden, te rekenen van den tijd, dat Hij den ouderdom van achttien jaren zal hebben bereikt.