Artikel 121: Plichten burgers inzake landsverdediging

120
Artikel 121
122

Het dragen der wapenen tot handhaving der onafhankelijkheid van den Staat en de beveiliging van deszelfs grondgebied blijft, overeenkomstig 's Lands oude gewoonte en het grondbeginsel bij de Unie van Utrecht aangenomen, een der eerste pligten van alle Ingezetenen dezer landen.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting Staatscourant

Het oogmerk en het nut van de algemeene regering is het behoud van de nationale onafhankelijkheid. Welk een kostbaar goed deze is, hebben wij, in onze tijden, overvloediglijk gezien. Hoe dood ongelukkig zijn niet alle de natiën geworden, die dezelve verloren hebben. Hoe gelukkig zijn niet de natiën, die, onder de zwaarste opofferingen en uitspanning van krachten, dezelve bewaard hebben. Eene algemeene regering dient over de gewapende magt, de buitenlandsche betrekkingen en de vereischte geldmiddelen te beschikken. Dit is haar, bij de Grondwet, toegelegd, op eene wijze, daar het voor dezen altijd aan ontbroken had. De gebreken der unie zijn geheeld, en de waarborg der nationale onafhankelijkheid is nu zoo volmaakt, als eene menschelijke instelling zijn kan.

2.

Ontwikkeling artikel

1798

Ieder Bataafsch Burger is verpligt, tot dat einde de Waapenen te dragen, en zich op de rol van Waapen-voerende Burgeren te doen inschrijven.

1814

Het dragen der wapenen tot handhaving der onafhankelijkheid van den Staat en de beveiliging van deszelfs grondgebied blijft, overeenkomstig 's Lands oude gewoonte en het grondbeginsel bij de Unie van Utrecht aangenomen, een der eerste pligten van alle Ingezetenen dezer landen.

1815

Het dragen der wapenen tot handhaving der onafhankelijkheid van den Staat en de beveiliging van deszelfs grondgebied blijft, overeenkomstig 's Lands oude gewoonte, den geest van de Pacificatie van Gent, en de grondbeginselen bij de Unie van Utrecht aangenomen, een der eerste pligten van alle ingezetenen van het Rijk.

1840: art 201
1848

Het dragen der wapenen tot handhaving der onafhankelijkheid van den Staat en tot beveiliging van zijn grondgebied, blijft een der eerste plichten van alle ingezetenen.

1887

Alle Nederlanders daartoe in staat, zijn verplicht mede te werken tot handhaving der onafhankelijkheid van het Rijk en tot verdediging van zijn grondgebied.

Ook aan ingezetenen die geen Nederlanders zijn, kan die plicht worden opgelegd.

1917: art 180, 1922: art 181, 1938: art 187, 1948: art 187, 1953: art 194, 1956: art 194, 1963: art 194, 1972: art 194, 1983: art 97, 1987: art 97, 1995: art 97, 1999: art 97
2000
  • 1. 
    De krijgsmacht bestaat uit vrijwillig dienenden en kan mede bestaan uit dienstplichtigen.
  • 2. 
    De wet regelt de verplichte militaire dienst en de bevoegdheid tot opschorting van de oproeping in werkelijke dienst.
2002: art 98, 2005: art 98, 2006: art 98, 2008: art 98, 2017: art 98, 2018: art 98