Artikel 52: Beëdiging en inhuldiging

51
Artikel 52
53

De Koning wordt bij het aanvaarden der Regering plegtiglijk beëedigd en ingehuldigd, in eene openbare en vereenigde zitting der beide kamers van de Staten-Generaal, welke te dien einde onder den blooten Hemel gehouden wordt; in tijden van vrede heeft deze plegtigheid plaats beurtelings te Amsterdam en in eene der steden van de zuidelijke Provinciën, ter keuze des Konings.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting Staatsblad

Sire! Wij mogen vrijmoediglijk aan Uwe Majesteit verklaren dat wij in de overdenking en behandeling der rechten van de Kroon nooit uit het oog verloren hebben, hoezeer de vrijheid en de regten des volks U ter harte gaan; wij zijn overtuigd, dat de ontworpen grondwet aan den Vorst al het gezag geeft, hetwelk uit het wezen onzer regeringsvorm voortvloeit, door de uitgestrektheid van het grondgebied geboden, en dat tot eene steeds werkzame en vaste bestemming van aller regten, en aller belangen vereischt wordt. Wij hebben echter gemeend hier en daar bepalingen te maken, welke wij ons verzekerd houden, dat Uwe Majesteit zelve zal willen gesteld zien voor eene Monarch in latere tijden, die het ongeluk had niet geheel aan Uwe Majesteit te kunnen vergeleken worden.

De onderlinge betrekkingen en verpligtingen tusschen den Koning en de natie worden door plegtige eeden versterkt. De inhuldiging des Konings zal vergezeld gaan met al dien luister, aan zulk eene gewigtige gebeurtenis eigen, en overeenkomstig de oude gebruiken, openlijk onder den blooten hemel in tegenwoordigheid van eene groote schaar zijner onderdanen, zal de Koning hulde en verklaring van trouw ontvangen van de geheele natie, en Hij zal zelve met plegtigen eede zweren de grondwet te zullen nakomen, het geluk van zijn volk met al zijn vermogen te zullen bevorderen, en alzoo zich te zullen gedragen naar de voorbeelden, door den Stichter onzer nationale onafhankelijkheid en den eersten onzer Koningen gegeven.

De overdragt der Kroon in Uwer Majesteits aanzienlijk geslacht, zoo als zij bij de eerste grondwet geregeld was, is bij de tractaten, welke Europa bevredigd hebben, bevestigd. Wij hebben aan de gelegde gronden alleenlijk die nadere ontwikkeling gegeven, welke vereischt schenen, om in alle gevallen twijfelingen en uitleggingen te voorkomen, Welke aan de volken dikwijls zoo veel onheil hebben berokkend (art. 14-21).

2.

Ontwikkeling artikel

1806

Op de plegtige Aanvrage van Hun Hoog Mogenden, vertegenwoordigende de Bataafsche Republiek, dat de PRINS Louis NAPOLEON moge worden benoemd en gekroond tot Erfelijken en Constitutionelen Koning van Holland, zoo voldoet Zijne Majesteit aan dat verlangen, autoriserende dienvolgens den PRINSE LODEWIJK NAPOLEON, om de Kroon van Holland aantenemen, ten einde bekleed te worden door hem, en door zijne Natuurlijke, Wettige en mannelijke Afkomelingen, bij orde van eerstgeboorte, met altoosdurende uitsluiting der Vrouwen, en van derzelver Afkomelingen.

Ingevolge van deze autorisatie, zoo zal de PRINS LODEWIJK NAPOLEON, deze Kroon bezitten met den Titul van Koning van Holland, en met alle de magt en het gezag, welke bepaald zullen zijn door de Constitutionele Wetten, bij den Keizer NAPOLEON in het vorige Artikel geguarandeerd.

Niettemin is hier mede bedongen, dat de Kronen van Frankrijk en van Holland nimmer op hetzelfde Hoofd vereenigd zullen kunnen worden.

1814

De beëediging van den Souvereinen Vorst en de inhuldiging bij de Staten Generaal zullen plaats hebben in de stad Amsterdam, als de hoofdstad.

1815

De Koning wordt bij het aanvaarden der Regering plegtiglijk beëedigd en ingehuldigd, in eene openbare en vereenigde zitting der beide kamers van de Staten-Generaal, welke te dien einde onder den blooten Hemel gehouden wordt; in tijden van vrede heeft deze plegtigheid plaats beurtelings te Amsterdam en in eene der steden van de zuidelijke Provinciën, ter keuze des Konings.

1840

De Koning wordt bij het aanvaarden der Regering plegtiglijk beëedigd en ingehuldigd, binnen de stad Amsterdam, in eene openbare en vereenigde zitting der beide kamers van de Staten-Generaal.

1848: art 50, 1887: art 50, 1917: art 50, 1922: art 50, 1938: art 52, 1948: art 52, 1953: art 52, 1956: art 52, 1963: art 52, 1972: art 52
1983

Nadat de Koning de uitoefening van het koninklijk gezag heeft aangevangen, wordt hij zodra mogelijk beëdigd en ingehuldigd in de hoofdstad Amsterdam in een openbare verenigde vergadering van de Staten-Generaal. Hij zweert of belooft trouw aan de Grondwet en een getrouwe vervulling van zijn ambt. De wet stelt nadere regels vast.

1987: art 32, 1995: art 32, 1999: art 32, 2000: art 32, 2002: art 32, 2005: art 32, 2006: art 32, 2008: art 32, 2017: art 32, 2018: art 32