Artikel 127: Leden stemmen zonder ruggespraak

126
Artikel 127
128

De leden der Staten stemmen, elk volgens eed en geweten, zonder last van of ruggespraak met hen die benoemen.

1.

Ontwikkeling artikel

1798

Hij mag geen belang hebben in eenige Pagt, of Collecte van Lands belastingen, of in Leverantiën of in Aannemingen, ten behoeve der Republiek, of van derzelver Gedeelten. Hij mag niet kopen eenige Ordonnantiën, Actiën of Credieten, ten haaren laste.

1815

De leden der Staten stemmen ieder voor zich zelven en zonder ruggespraak met de vergadering die hen benoemd heeft.

1840: art 138
1848

De leden der Staten stemmen, elk volgens eed en geweten, zonder last van of ruggespraak met hen die benoemen.

1887: art 131, 1917: art 131, 1922: art 131, 1938: art 133, 1948: art 133, 1953: art 140, 1956: art 140, 1963: art 140, 1972: art 140