Artikel 117: Leden rechterlijke macht; onafhankelijkheid; ontslag

116
Artikel 117
118
  • 1. 
    De leden van de rechterlijke macht met rechtspraak belast en de procureur-generaal bij de Hoge Raad worden bij koninklijk besluit voor het leven benoemd.
  • 2. 
    Op eigen verzoek en wegens het bereiken van een bij de wet te bepalen leeftijd worden zij ontslagen.
  • 3. 
    In de gevallen bij de wet bepaald kunnen zij door een bij de wet aangewezen, tot de rechterlijke macht behorend gerecht worden geschorst of ontslagen.
  • 4. 
    De wet regelt overigens hun rechtspositie.

In andere talen:

English "English"
Français "Français"
Deutsch "Deutsch"
Español "Español"

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting

Rechters zijn onafhankelijk omdat zij voor het leven worden benoemd en alleen maar kunnen worden ontslaan

  • op eigen verzoek, of
  • wegens het bereiken van een bepaalde leeftijd, of
  • in speciale gevallen, die in de wet staan, door een door de wet aangewezen rechtbank.

Dit artikel staat garant voor de onafhankelijkheid van de rechter.

De wet regelt verder de rechten en plichten die rechters hebben.

2.

Formele toelichting

De artikelen 116 en 117 bevatten enkele voorschriften omtrent de organisatie van de rechterlijke macht, de benoeming van de leden van de rechterlijke macht met rechtspraak belast, en het toezicht op de ambtsvervulling door die functionarissen.

Een zeer belangrijke basis voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht vindt men in de bepaling dat de leden van de rechterlijke macht die met rechtspraak zijn belast, en de procureur-generaal bij de Hoge Raad, voor het leven worden benoemd. Zij kunnen alleen worden ontslagen op eigen verzoek, wegens het bereiken van een bepaalde leeftijd of, in de gevallen bij wet bepaald, door een gerecht, dat door de wet is aangewezen en dat tot de rechterlijke macht behoort.

3.

In eenvoudig Nederlands

  • 1. 
    De regering benoemt de rechters en de procureur-generaal bij de Hoge Raad. Zij blijven hun hele leven rechter en procureur-generaal.
  • 2. 
    Zij kunnen wel zelf ontslag nemen. Ook kunnen ze ontslag krijgen als ze een hoge leeftijd bereiken. De hoogte van de leeftijd staat in de wet.
  • 3. 
    Een speciaal gerecht van de rechterlijke macht kan hen ontslaan. Of zeggen dat ze hun werk tijdelijk niet mogen doen. Dit kan alleen in bijzondere gevallen. De regels hiervoor staan in de wet.
  • 4. 
    In de wet staat welke rechten en plichten rechters en de procureur-generaal hebben. In de wet kan ook staan dat iemand anders dit beslist.

Uitleg

Iedereen die de juiste opleiding heeft gedaan kan rechter worden. Maar de regering bepaalt wie rechter wordt. En de regering bepaalt ook wie de procureur-generaal bij de Hoge Raad wordt. De procureur-generaal bij de Hoge Raad is de hoogste officier van justitie. Hij geeft advies aan de Hoge Raad.

Als je eenmaal benoemd bent, blijf je je hele leven rechter of procureur-generaal. Waarom blijven zij hun hele leven rechter? Dit is zo omdat rechters onafhankelijk moeten zijn van de regering. Het mag niet zo zijn dat een regering alle rechters ontslaat die het niet met de regering eens zijn. En allemaal rechters benoemt die het juist eens zijn met de regering. Daarom blijft een rechter zijn hele leven rechter.

Natuurlijk kunnen ze wel zelf ontslag nemen. En als een rechter 70 jaar is, gaat hij met pensioen.

En natuurlijk kunnen rechters ook worden ontslagen. Maar dit kan alleen in heel bijzondere gevallen. Hierover beslist de Hoge Raad.

Ten slotte staat in de wet welke rechten rechters en de procureur-generaal hebben. Bijvoorbeeld hoeveel ze verdienen. En hoeveel vakantiedagen ze hebben.

4.

In de visie van Kortmann

In 2008 heeft prof. dr. C.A.J.M. Kortmann een voorstel gedaan voor een "goede grondwet die inzichtelijk en bij de tijd is". Voor dit artikel deed hij de volgende suggestie:

Artikel 18

  • 1. 
    De rechter is onafhankelijk.
  • 2. 
    Rechters worden bij regeringsbesluit voor het leven benoemd.
  • 3. 
    Rechters kunnen alleen in de gevallen bij de wet bepaald door een rechterlijke instelling uit hun ambt worden ontzet.

5.

Ontwikkeling artikel

1798

Het Uitvoerend Bewind bedient zig, ter volbrenging zijner verschillende werkzaamheden, van de volgende agt Agenten, als:

Eén van Buitenlandsche Betrekkingen;

Eén van Marine;

Eén van Oorlog;

Eén van Financie;

Eén van Justitie;

Eén van inwendige Policie en toezigt op den staat, van Dijken, Wegen en Wateren;

Eén van Nationaale Opvoeding, waaronder begrepen is de Geneeskundige Staatsregeling, de vorming der Nationaale Zeden, en de bevordering van het openbaar Onderwijs, en van Konsten en Wetenschappen;

Eén van Nationaale Oeconomie, zig uitstrekkende tot Koophandel, Zeevaart, Visscherijen, Fabrieken, Trafieken, Landbouw, en alle andere middelen van bestaan.

1801

De Departementale Bestuuren hebbende aanstelling der Leden van derzelver Gerechtshoven, en voorts van alle Amptenaren en Bedienden tot de huishoudelyke Administratie der Departementen benodigd; zij hebben mede het toezigt over het behoorlijk onderhoud van alle Dyken, Waterwerken, Wegen, Bruggen en dergelyken, welke door onderscheidene gemeenten, Collegiën of Particulieren onderhouden of bekostigd moeten worden.

1814

De leden en ministers van den Hoogen Raad en provinciale Geregtshoven, benevens de Procureurs Generaal bij dezelve, worden voor hun leven aangesteld. De tijd der bediening van alle andere regters wordt bij de wet bepaald.

Geen regter mag gedurende den tijd zijner bediening van zijnen post worden ontslagen, dan op eigen verzoek of bij regterlijk vonnis.

1815

De leden en ministers van den Hoogen Raad de provinciale Geregtshoven, en criminele Regtbanken, benevens de Procureurs-Generaal en Hoofd-officieren bij dezelven, worden voor hun leven aangesteld. De wet regelt den tijd der bediening van andere regters en regterlijke ambtenaren.

Geen regter mag gedurende den bepaalden tijd zijner bediening, van zijnen post worden ontslagen, dan op eigen verzoek of bij regterlijk vonnis.

1840: art 184
1848

De leden en de procureur-generaal bij den Hoogen Raad, de leden van de geregtshoven, zoo die er zijn, en van de regtbanken van eersten aanleg worden voor hun leven aangesteld.

Al dezen en de zoodanigen, die voor een bepaalden tijd zijn aangesteld, kunnen worden afgezet of ontslagen door regterlijke uitspraak, in de gevallen in de wet te bepalen. Zij kunnen op eigen verzoek, door den Koning worden ontslagen.

1887

De leden van de regterlijke magt worden door den Koning aangesteld.

De leden van de regterlijke magt, met regtspraak belast, en de procureur-generaal bij den Hoogen Raad worden voor hun leven aangesteld.

Zij kunnen worden afgezet of ontslagen door uitspraak van den Hoogen Raad in de gevallen bij de wet aangewezen.

Op eigen verzoek kunnen zij door den Koning worden ontslagen.

Indien een college belast wordt met administrative regtspraak in het hoogste ressort voor het Rijk, zijn het eerste, tweede, derde en vierde zinsnede van dit artikel op de leden daarvan toepasselijk.

Zij kunnen worden afgezet of ontslagen op de wijze en in de gevallen, bij de wet aangewezen.

Dit artikel is niet toepasselijk op hen die uitsluitend belast zijn met regtspraak over personen, hoorende tot de zee- of landmagt of tot eenige andere gewapende magt, of met de beslissing van disciplinaire zaken.

1917: art 166
1922

De leden van de rechterlijke macht worden door den Koning aangesteld.

De leden van de rechterlijke macht, met rechtspraak belast, en de procureur-generaal bij den Hoogen Raad worden voor hun leven aangesteld.

De wet kan bepalen, dat hun met het bereiken van een bepaalden leeftijd ontslag wordt verleend.

Zij kunnen worden afgezet of ontslagen door uitspraak van den Hoogen Raad in de gevallen bij de wet aangewezen.

Op eigen verzoek kunnen zij door den Koning worden ontslagen.

Indien een college belast wordt met administratieve rechtspraak in het hoogste ressort voor het Rijk, zijn het eerste, tweede, derde en vierde zinsnede van dit artikel op de leden daarvan toepasselijk.

Zij kunnen worden afgezet of ontslagen op de wijze en in de gevallen, bij de wet aangewezen.

Dit artikel is niet toepasselijk op hen die uitsluitend belast zijn met rechtspraak over personen, hoorende tot de zee- of landmacht of tot eenige andere gewapende macht, of met de beslissing van disciplinaire zaken.

1938: art 173, 1948: art 173, 1953: art 180
1956

De leden van de rechterlijke macht worden door de Koning aangesteld.

De leden van de rechterlijke macht, met rechtspraak belast, en de procureur-generaal bij de Hoge Raad worden voor hun leven aangesteld.

De wet kan bepalen, dat hun met het bereiken van een bepaalde leeftijd ontslag wordt verleend.

Zij kunnen worden afgezet of ontslagen door uitspraak van de Hoge Raad in de gevallen bij de wet aangewezen.

Op eigen verzoek kunnen zij door de Koning worden ontslagen.

Indien een college belast wordt met administratieve rechtspraak in het hoogste ressort voor het Rijk, zijn het eerste, tweede, derde en vierde zinsnede van dit artikel op de leden daarvan toepasselijk.

Zij kunnen worden afgezet of ontslagen op de wijze en in de gevallen, bij de wet aangewezen.

Dit artikel is niet toepasselijk op hen die uitsluitend belast zijn met rechtspraak over personen, behorende tot de krijgsmacht of met de beslissing van disciplinaire zaken.

1963: art 180, 1972: art 180
1983
  • 1. 
    De leden van de rechterlijke macht met rechtspraak belast en de procureur-generaal bij de Hoge Raad worden bij koninklijk besluit voor het leven benoemd.
  • 2. 
    Op eigen verzoek en wegens het bereiken van een bij de wet te bepalen leeftijd worden zij ontslagen.
  • 3. 
    In de gevallen bij de wet bepaald kunnen zij door een bij de wet aangewezen, tot de rechterlijke macht behorend gerecht worden geschorst of ontslagen.
  • 4. 
    De wet regelt overigens hun rechtspositie.
1987: art 117, 1995: art 117, 1999: art 117, 2000: art 117, 2002: art 117, 2005: art 117, 2006: art 117, 2008: art 117, 2017: art 117