Democratie op Donderdag: terugzendrecht Eerste Kamer

woensdag 4 augustus 2021

DEN HAAG (PDC) - Elke donderdag lanceert PDC op Twitter een poll over een actueel politiek onderwerp. Aan de hand van twee antwoordmogelijkheden kan je daarbij je mening geven over een stelling of vraag. De resultaten van de vorige poll én de nieuwe poll worden elke donderdag op Parlement.com gepubliceerd.

Tijdens het zomerreces duikt #DemocratieopDonderdag in de wereld van bestuurlijke vernieuwingen. Elke week een nieuwe stelling over veranderingen in het parlementaire stelsel en democratie. Deze week:

het terugzendrecht voor de Eerste kamer.

Nieuwe poll

De Eerste Kamer heeft een medewetgevende rol. Dit houdt in dat wetsvoorstellen die door de Tweede Kamer zijn aangenomen vervolgens in de Eerste Kamer worden behandeld. De Eerste Kamer kijkt hierbij in het bijzonder naar de uitvoerbaarheid, grondwettelijkheid en noodzaak van het wetsvoorstel. In tegenstelling tot de Tweede kamer kan de Eerste Kamer wetsvoorstellen alleen aannemen of verwerpen. De Eerste kamer beschikt dus niet over de mogelijkheid om wetsvoorstellen aan te passen en terug te sturen naar de Tweede Kamer. Alleen de laatste beschikt over het recht van amendement.

De Staatscommissie parlementair stelsel adviseerde in 2018 om een terugzendrecht in te voeren. Dit moet de Eerste Kamer de bevoegdheid geven om wetsvoorstellen met voorstellen tot wijziging terug te sturen naar de Tweede Kamer. Omdat op deze aanbeveling positief is gereageerd door zowel de Eerste als Tweede Kamer, nam het kabinet op 1 juli 2020 dit voorstel over. Maar is het wel verstandig om het bestaande evenwicht tussen de Kamers te verstoren door de invoering van zo'n terugzendrecht? Daarom deze week de volgende stelling:

De Eerste Kamer moet de bevoegdheid krijgen om wetsvoorstellen met voorstellen tot wijziging terug te sturen naar de Tweede Kamer.

Vorige poll

In juli 2018 werd het raadgevend referendum ingetrokken door Kabinet-Rutte III omdat deze vorm van volksstemming niet aan de verwachtingen had voldaan. Enkele maanden later echter adviseerde de Staatscommissie Parlementair Stelsel om een bindend correctief referendum in Nederland in te voeren. Dit advies werd direct opgepakt door SP-Tweede Kamerlid Ronald van Raak die begin januari 2019 het initiatiefvoorstel 'correctief referendum' indiende. Hierbij gaat het om een volksstemming die op initiatief van kiesgerechtigden geschiedt en over wetsvoorstellen gaat die al aangenomen zijn door de Eerste en Tweede Kamer.

Al decennialang wordt er in Nederland gediscussieerd over het referendum. Voorstanders vinden een bindend correctief referendum een goede manier om burgers meer invloed te geven op het wetgevingsproces. Binnen het huidige parlementaire stelsel kunnen namelijk besluiten genomen worden waarvoor een meerderheid in het parlement bestaat, maar waarvoor geen meerderheid is in de samenleving. Tegenstanders daarentegen menen dat het concept referendum niet past binnen de representatieve indirecte democratie die wij in Nederland hebben. Volksvertegenwoordigers zijn namelijk gekozen om een zorgvuldige belangenafweging te maken namens het Nederlandse volk. Maar wat denk jij? Daarom afgelopen week de volgende stelling:

Nederlandse burgers moeten de mogelijkheid krijgen om zich via bindend correctieve referenda uit te spreken over wetgeving.

Een kleine meerderheid (57% van de stemmen) geeft aan tegen de invoering van het correctief bindende referendum te zijn.