Grondwet-Wetenswaardigheden

Naast de instellingen van de Europese Unie en de bevoegdheden per beleidsveld, komen in de grondwetsartikelen tal van andere onderwerpen aan bod. De mogelijkheid om de status van de Nederlandse Antillen te veranderen en het recht op betaalde vakantie staan bijvoorbeeld vastgelegd. Het is ook interessant om op te merken dat de vertaling van het woord "President" wel heel divers is.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

God (niet) in de Grondwet

Al sinds de start van de Europese Conventie, die het concept voor de Europese Grondwet heeft opgesteld, rees de vraag of de Grondwet een verwijzing moest bevatten naar christelijke tradities, die een belangrijke stempel hebben gedrukt op de geschiedenis van het werelddeel. De Conventie koos ervoor een dergelijke verwijzing niet op te nemen.

2.

Dierenwelzijn

In de Europese Grondwet staat een artikel over dierenrechten. Artikel III-121 stelt dat bij het maken van nieuwe EU-regelgeving vooraf bekeken moet worden of deze voldoet aan eisen inzake dierenwelzijn. Opname van dit artikel is grotendeels toe te schrijven aan de inspanningen van de (thans oud-)europarlementariër Hanja Maij-Weggen (CDA), die diverse onderscheidingen heeft op het gebied van de dierenbescherming.

3.

Wordt Europa geleid door voorzitters of presidenten?

De twee belangrijkste organen van de Europese Unie, de Europese Commissie en de Europese Raad, worden na de instelling van de Europese Grondwet beide geleid door een persoon met veel bevoegdheden. Maar welke functie bekleedt deze persoon?

4.

Speciale status voor de Nederlandse Antillen

Op 16 juli 2003 evalueerden de Europa-commissies van Eerste en Tweede Kamer de resultaten van de Europese Conventie. De rechtspositie van de Nederlandse Antillen in de ontwerp-Grondwet vormde voor Eerste-Kamerlid Alis Koekkoek (CDA) een belangrijk punt van discussie. De Europese Grondwet bekrachtigt namelijk de bijzondere betrekkingen van Nederland met de overzeese gebiedsdelen. Maar het risico bestond dat de Nederlandse regering, door de bepalingen in de Europese Grondwet, andere lidstaten moest raadplegen voordat er iets in de betrekkingen met de Antillen gewijzigd kon worden.

5.

Onafhankelijkheid Europese Centrale Bank

Ter voorbereiding van de Intergouvernementele Conferentie, zijn de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese Centrale Bank gevraagd om een advies op te stellen inzake de volledige tekst van de ontwerp-Grondwet.

6.

Achterhaalde en doelloze artikelen

Ter voorbereiding van de Intergouvernementele Conferentie, zijn de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese Centrale Bank gevraagd om een advies op te stellen inzake de volledige tekst van de ontwerp-Grondwet. De Europese Commissie stuurde op 17 september 2003 een uitgebreid advies.

Naast opmerkingen van inhoudelijke aard, constateerde de Commissie dat Deel III veel artikelen bevat die rechtstreeks zijn overgenomen uit (onder meer) het Verdrag van Rome van 1957. Ook hebben de talrijke wijzigingen sinds 1957 veel artikelen moeilijk leesbaar gemaakt. De Europese Commissie is van mening dat Deel III hierdoor "een lang, onevenwichtig en ingewikkeld geheel" is geworden, dat in "uiteenlopende stijlen is opgesteld en vooral achterhaald is ten opzichte van het huidige beleid."

De bepalingen betreffende het landbouwbeleid beantwoorden bijvoorbeeld aan de ideeën van de jaren vijftig over groei en continuïteit. Het huidige Europese landbouwbeleid richt zich met name op kwaliteitsbevordering, milieubescherming en plattelandsontwikkeling. Ook staat het begrip 'duurzame ontwikkeling' in Deel I genoemd als een centrale doelstelling van de Unie. Van dit alles is niets terug te vinden in de gedeeltes over landbouw en milieu in Deel III.

Daarentegen constateerde de Commissie dat de ontwerpgrondwet een aantal bepalingen bevat die achterhaald of doelloos zijn geworden:

En twee artikelen betreffende de hereniging van Duitsland in 1991:

7.

De droom van Giscard: een Europees Volkerencongres

Tijdens de presentatie van het eerste raamwerk voor een nieuwe ontwerp-Grondwet, op 28 oktober 2002, voegde Conventie-president Valéry Giscard d'Estaing een artikel in voor de instelling van een nieuw orgaan: het Europese Volkerencongres. Dit nieuwe orgaan zou een forum moeten zijn waarin leden van nationale parlementen en europarlementariërs eens per jaar zouden vergaderen onder leiding van de president van het Europees Parlement. In de oorspronkelijke plannen was een belangrijke bevoegdheid van dit Congres de verkiezing van een president voor de Europese Unie.

Giscard zag in dit Europese Volkerencongres een ideaal middel om een brug te slaan tussen de nationale politiek en de Europese organen. Op deze wijze zou het congres de afstand naar de burger kunnen verkleinen.

Vanaf de lancering van het idee bestond weinig draagvlak voor het idee van Giscard. Er was een algemeen gevoel dat de huidige institutionele structuur van de Europese Unie niet moest worden belast met een nieuwe instelling.

In het eerste ontwerp voor Titel VI 'Het democratische leven van de Unie', waarvan de artikelen verschenen in april 2003, besloot het praesidium van de Conventie om het Europees Volkerencongres op te nemen als een mogelijk "artikel X". Na een niet mis te verstane afwijzing van een grote meerderheid van de Conventieleden keerde het artikel, met enige wijzigingen, toch terug in de tweede versie van de ontwerp-Grondwet. Na een (tweede) massale afwijzing van de Conventieleden ging het idee roemloos ten onder.