Artikel III-96: Vrijwaringsmaatregelen van onder derogatie vallende lidstaat in geval van plotselinge crisis op betalingsbalans

III-95
Artikel III-96
III-88
  • 1. 
    In geval van een plotselinge crisis in de betalingsbalans en indien een handeling in de zin van artikel III-90, lid 2, niet onmiddellijk wordt vastgesteld, kan een lidstaat die onder een derogatie valt, te zijner bescherming vrijwaringsmaatregelen treffen. Die maatregelen moeten zo weinig mogelijk verstoringen in de werking van de interne markt teweegbrengen en mogen niet verder reiken dan strikt onvermijdelijk is om de plotseling opgetreden moeilijkheden te overwinnen.
  • 2. 
    De Commissie en de andere lidstaten moeten van die vrijwaringsmaatregelen uiterlijk op het tijdstip van hun inwerkingtreding op de hoogte worden gebracht. De Commissie kan de Raad van Ministers wederzijdse bijstand overeenkomstig artikel III-95 aanbevelen.
  • 3. 
    De Raad van Ministers kan op advies van de Commissie en na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité bij besluit vaststellen dat de betrokken lidstaat bovenbedoelde vrijwaringsmaatregelen moet wijzigen, schorsen of intrekken.
 

1.

Ontwikkeling artikel

2003
  • 1. 
    In geval van een plotselinge crisis in de betalingsbalans en indien een besluit in de zin van [ex artikel 119, lid 2], niet onmiddellijk wordt genomen, kan een lidstaat die valt onder een derogatie te zijner bescherming de noodzakelijke vrijwaringsmaatregelen treffen. Die maatregelen moeten zo weinig mogelijk verstoringen in de werking van de interne markt teweegbrengen en mogen niet verder reiken dan strikt onvermijdelijk is om de plotseling opge treden moeilijkheden te overwinnen.
  • 2. 
    De Commissie en de andere lidstaten moeten van die vrijwaringsmaatregelen uiterlijk op het tijdstip van hun inwerkingtreding op de hoogte worden gebracht. De Commissie kan de Raad wederzijdse bijstand overeenkomstig [ex artikel 119] aanbevelen.
  • 3. 
    Op advies van de Commissie en na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité kan de Raad besluiten dat de betrokken lidstaat bovenbedoelde vrijwaringsmaatregelen moet wijzigen, schorsen of intrekken.
2003
  • 1. 
    In geval van een plotselinge crisis in de betalingsbalans en indien een handeling in de zin van artikel III-90, lid 2, niet onmiddellijk wordt vastgesteld, kan een lidstaat die onder een derogatie valt, te zijner bescherming vrijwaringsmaatregelen treffen. Die maatregelen moeten zo weinig mogelijk verstoringen in de werking van de interne markt teweegbrengen en mogen niet verder reiken dan strikt onvermijdelijk is om de plotseling opgetreden moeilijkheden te overwinnen.
  • 2. 
    De Europese Commissie en de andere lidstaten moeten van die vrijwaringsmaatregelen uiterlijk op het tijdstip van hun inwerkingtreding op de hoogte worden gebracht. De Commissie kan de Raad van Ministers wederzijdse bijstand overeenkomstig artikel III-95 aanbevelen.
  • 3. 
    De Raad van Ministers kan op advies van de Europese Commissie en na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité bij Europees besluit vaststellen dat de betrokken lidstaat bovenbedoelde vrijwaringsmaatregelen moet wijzigen, schorsen of intrekken.
2003
  • 1. 
    In geval van een plotselinge crisis in de betalingsbalans en indien een handeling in de zin van artikel III-90, lid 2, niet onmiddellijk wordt vastgesteld, kan een lidstaat die onder een derogatie valt, te zijner bescherming vrijwaringsmaatregelen treffen. Die maatregelen moeten zo weinig mogelijk verstoringen in de werking van de interne markt teweegbrengen en mogen niet verder reiken dan strikt onvermijdelijk is om de plotseling opgetreden moeilijkheden te overwinnen.
  • 2. 
    De Commissie en de andere lidstaten moeten van die vrijwaringsmaatregelen uiterlijk op het tijdstip van hun inwerkingtreding op de hoogte worden gebracht. De Commissie kan de Raad van Ministers wederzijdse bijstand overeenkomstig artikel III-95 aanbevelen.
  • 3. 
    De Raad van Ministers kan op advies van de Commissie en na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité bij besluit vaststellen dat de betrokken lidstaat bovenbedoelde vrijwaringsmaatregelen moet wijzigen, schorsen of intrekken.
2004
  • 1. 
    In geval van een plotselinge crisis in de betalingsbalans en indien een Europees besluit als bedoeld in artikel III-201, lid 2, niet onmiddellijk wordt vastgesteld, kan een lidstaat die onder een derogatie valt, te zijner bescherming vrijwaringsmaatregelen treffen. Die maatregelen moeten zo weinig mogelijk verstoringen in de werking van de interne markt teweegbrengen en mogen niet verder reiken dan strikt onontbeerlijk is om de plotseling opgetreden moeilijkheden te overwinnen.
  • 2. 
    De Commissie en de andere lidstaten moeten van de in lid 1 bedoelde vrijwaringsmaatregelen uiterlijk op het tijdstip van hun inwerkingtreding op de hoogte worden gebracht. De Commissie kan de Raad wederzijdse bijstand overeenkomstig artikel III-201 aanbevelen.
  • 3. 
    De Raad kan op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité bij Europees besluit vaststellen dat de betrokken lidstaat de in lid 1 bedoelde vrijwaringsmaatregelen moet wijzigen, schorsen of intrekken.