Artikel 2: Toetreding van nieuwe leden

1
Artikel 2
3

Elke democratische Europese Staat kan verzoeken lid van de Unie te worden. De toetredingsvoorwaarden en de hieruit voortvloeiende aanpassingen worden neergelegd in een verdrag tussen de Unie en de aspirant-Lid-Staat, dat wordt gesloten overeenkomstig de procedure van artikel 65 van dit Verdrag.

Een toetredingsverdrag dat een herziening van dit Verdrag behelst kan slechts worden gesloten nadat de in artikel 84 bedoelde herzieningsprocedure is gevolgd.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Ontwikkeling artikel

1984

Elke democratische Europese Staat kan verzoeken lid van de Unie te worden. De toetredingsvoorwaarden en de hieruit voortvloeiende aanpassingen worden neergelegd in een verdrag tussen de Unie en de aspirant-Lid-Staat, dat wordt gesloten overeenkomstig de procedure van artikel 65 van dit Verdrag.

Een toetredingsverdrag dat een herziening van dit Verdrag behelst kan slechts worden gesloten nadat de in artikel 84 bedoelde herzieningsprocedure is gevolgd.

1994

Elke Europese staat waarvan de instellingen en het regeringsstelsel op democratische beginselen van een rechtsstaat zijn gegrondvest, die de fundamentele mensenrechten, de rechten van minderheden en het internationaal recht eerbiedigt en zich ertoe verbindt de communautaire verworvenheden over te nemen, kan verzoeken lid te worden van de Unie.

De toetredingsvoorwaarden worden vastgelegd in een verdrag tussen de Unie en het kandidaatland. Dit verdrag wordt goedgekeurd bij constitutionele wet.

2003

De Unie staat open voor alle Europese staten waarvan de volkeren de in artikel 2 bedoelde waarden delen, en die deze waarden eerbiedigen en zich ertoe verbinden deze gezamenlijk te bevorderen. Toetreding tot de Unie impliceert aanvaarding van de Grondwet van de Unie.

2.

Toelichting

In deze bepaling zijn de criteria vastgesteld waaraan elke Europese staat moet voldoen om te kunnen verzoeken om toetreding tot de Unie. In de eerste zin van dit artikel is artikel 1 lid 3, van de Grondwet overgenomen, waarbij er wel op gewezen wordt dat hier de waarden van artikel 2 van de Grondwet worden bedoeld.