Artikel 50: Conjunctuurbeleid

49
Artikel 50
51
  • 1. 
    De Unie bezit concurrerende bevoegdheid op het gebied van het conjunctuurbeleid; inzonderheid met het oog op de coördinatie van het economisch beleid binnen de Unie.
  • 2. 
    De Commissie stelt de richtsnoeren en doelstellingen vast voor het optreden van de Lid-Staten, aan de hand van de in de wet neergelegde beginselen en binnen de daarin gestelde grenzen.
  • 3. 
    Onder de bij de wet vastgestelde voorwaarden ziet de Commissie erop toe dat de door de Lid-Staten genomen maatregelen in overeenstemming zijn met de door haar vastgelegde doelstellingen. Bij de wet wordt de Commissie gemachtigd de verlening van monetaire, budgettaire of financiële steun van de Unie afhankelijk te stellen van de naleving van de uit hoofde van lid 2 van dit artikel genomen besluiten.
  • 4. 
    Bij de wet worden de voorwaarden vastgesteld onder welke de Commissie, in overleg met de Lid-Staten, de financiële en budgettaire mechanismen van de Unie kan aanwenden voor conjuncturele doeleinden.

1.

Ontwikkeling artikel

1984
  • 1. 
    De Unie bezit concurrerende bevoegdheid op het gebied van het conjunctuurbeleid; inzonderheid met het oog op de coördinatie van het economisch beleid binnen de Unie.
  • 2. 
    De Commissie stelt de richtsnoeren en doelstellingen vast voor het optreden van de Lid-Staten, aan de hand van de in de wet neergelegde beginselen en binnen de daarin gestelde grenzen.
  • 3. 
    Onder de bij de wet vastgestelde voorwaarden ziet de Commissie erop toe dat de door de Lid-Staten genomen maatregelen in overeenstemming zijn met de door haar vastgelegde doelstellingen. Bij de wet wordt de Commissie gemachtigd de verlening van monetaire, budgettaire of financiële steun van de Unie afhankelijk te stellen van de naleving van de uit hoofde van lid 2 van dit artikel genomen besluiten.
  • 4. 
    Bij de wet worden de voorwaarden vastgesteld onder welke de Commissie, in overleg met de Lid-Staten, de financiële en budgettaire mechanismen van de Unie kan aanwenden voor conjuncturele doeleinden.
2003
  • 1. 
    Teneinde de in artikel I-3 genoemde doelstellingen te bereiken, omvat het optreden van de lidstaten en de Unie, onder de voorwaarden en volgens het tijdschema waarin de Grondwet voorziet, de invoering van een economisch beleid dat gebaseerd is op de nauwe coördinatie van het economisch beleid van de lidstaten, op de interne markt en op de bepaling van gemeenschappelijke doelstellingen, en dat wordt gevoerd met inachtneming van het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging.
  • 2. 
    Gelijktijdig daarmee omvat dit optreden, onder de voorwaarden en volgens het tijdschema en de procedures waarin de Grondwet voorziet, één munt, de euro, alsmede het bepalen en voeren van één monetair en wisselkoersbeleid, beide met als hoofddoel het handhaven van prijsstabiliteit en, onverminderd deze doelstelling, het ondersteunen van het algemene economische beleid in de Unie, met inachtneming van het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging.
  • 3. 
    Dit optreden van de lidstaten en van de Unie impliceert de naleving van de volgende grondbeginselen: stabiele prijzen, gezonde overheidsfinanciën en monetaire condities en een stabiele betalingsbalans.
2003
  • 1. 
    Met het oog op de in artikel I-3 genoemde doelstellingen behelst het optreden van de lidstaten en de Unie, onder de voorwaarden waarin de Grondwet voorziet, de invoering van een economisch beleid dat gebaseerd is op nauwe coördinatie van het economisch beleid van de lidstaten, op de interne markt en op de bepaling van gemeenschappelijke doelstellingen, en dat wordt gevoerd met eerbieding van het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging.
  • 2. 
    Gelijktijdig daarmee omvat dit optreden, onder de voorwaarden en volgens de procedures waarin de Grondwet voorziet, één munt, de euro, alsmede het bepalen en voeren van één monetair en wisselkoersbeleid, beide met als hoofddoel het handhaven van prijsstabiliteit en, onverminderd deze doelstelling, het ondersteunen van het algemene economische beleid in de Unie, met eerbiediging van het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging.
  • 3. 
    Dit optreden van de lidstaten en van de Unie impliceert de eerbiediging van de volgende grondbeginselen: stabiele prijzen, gezonde overheidsfinanciën en monetaire condities en een stabiele betalingsbalans.
2003
  • 1. 
    Met het oog op de in artikel I-3 genoemde doelstellingen behelst het optreden van de lidstaten en de Unie, onder de voorwaarden waarin de Grondwet voorziet, de invoering van een economisch beleid dat gebaseerd is op nauwe coördinatie van het economisch beleid van de lidstaten, op de interne markt en op de bepaling van gemeenschappelijke doelstellingen, en dat wordt gevoerd met eerbieding van het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging.
  • 2. 
    Parallel daaraan omvat dit optreden, onder de voorwaarden en volgens de procedures waarin de Grondwet voorziet, één munt, de euro, alsmede het bepalen en voeren van één monetair en wisselkoersbeleid, beide met als hoofddoel het handhaven van prijsstabiliteit en, onverminderd deze doelstelling, het ondersteunen van het algemene economische beleid in de Unie, met eerbiedigingvan het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging.
  • 3. 
    Dit optreden van de lidstaten en van de Unie impliceert de eerbiediging van de volgende grondbeginselen: stabiele prijzen, gezonde overheidsfinanciën en monetaire condities en een stabiele betalingsbalans.
2004

Voor de toepassing van artikel I-3 omvat het optreden van de lidstaten en de Unie, onder de bij de Grondwet bepaalde voorwaarden, de invoering van een economisch beleid dat gebaseerd is op nauwe coördinatie van het economisch beleid van de lidstaten, de interne markt en de bepaling van gemeenschappelijke doelstellingen, en dat wordt gevoerd met eerbieding van het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging.

Parallel daaraan omvat dit optreden, onder de voorwaarden en volgens de procedures van de Grondwet, één munt, de euro, alsmede het bepalen en voeren van één monetair en wisselkoersbeleid, beide met als hoofddoel het handhaven van prijsstabiliteit en, onverminderd deze doelstelling, het ondersteunen van het algemene economisch beleid in de Unie, overeenkomstig het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging.

Dit optreden van de lidstaten en van de Unie impliceert de eerbiediging van de volgende grondbeginselen: stabiele prijzen, gezonde overheidsfinanciën en monetaire condities en een stabiele betalingsbalans.