Artikel I-1: Instelling van de Unie

Artikel I-1
I-2
  • 1. 
    Bij deze Grondwet, die geïnspireerd wordt door de wil van de burgers en de staten van Europa om hun gemeenschappelijke toekomst op te bouwen, wordt de Europese Unie ingesteld, waaraan de lidstaten bevoegdheden toedelen om hun gemeenschappelijke doelstellingen te bereiken. De Unie coördineert het beleid van de lidstaten dat gericht is op het bereiken van die doelstellingen en oefent op communautaire wijze de bevoegdheden uit die de lidstaten aan haar toedelen.
  • 2. 
    De Unie staat open voor alle Europese staten die haar waarden eerbiedigen en zich ertoe verbinden deze gezamenlijk uit te dragen.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting Nederlandse regering

In het eerste artikel van het Grondwettelijk Verdrag is gekozen voor een nieuwe formulering voor de oprichting van de Unie. Dit artikel vervangt artikel 1 van het EU-Verdrag en artikel 1 van het EG-Verdrag. Daar waar in die artikelen slechts werd verwezen naar de verdragssluitende partijen (de lidstaten) is in artikel I-1 ook een verwijzing opgenomen naar de Europese burgers.

Daarnaast is expliciet opgenomen dat de lidstaten bepaalde bevoegdheden hebben overgedragen aan de Unie teneinde gezamenlijke doelen te bereiken. Ten slotte bevestigt dit artikel dat de Unie open staat voor deelname door alle Europese staten die de waarden van de Unie delen en respecteren.

2.

Toelichting Belgische regering

De gekozen definitie geeft de dubbele aard van de Unie weer : een unie van burgers en een unie van staten.

In de eerste tekst die aan de Conventie werd voorgelegd, stond dat de Unie een aantal bevoegdheden « op federale wijze » beheert. Deze formulering stemde overeen met de werkelijkheid : de Unie beschikt immers over bevoegdheden die de leden niet langer beheren. Toch stuitte deze formulering op grote bezwaren bij een aantal delegaties. Uiteindelijk koos de Conventie voor « de Unie oefent op communautaire wijze de bevoegdheden uit die de lidstaten aan haar toedelen ».

De Grondwet bekrachtigt op die manier de originaliteit van de communautaire methode, die berust op een besluitvormingsproces dat onderworpen is aan de rechtscontrole van het Hof en gebaseerd is op een institutionele driehoek.

Deze driehoek is samengesteld uit de Commissie (die, als instelling die borg staat voor het gemeenschappelijke belang, beschikt over het recht van initiatief op wetgevend gebied), de Raad (die de belangen van de lidstaten verdedigt en als algemene regel met gekwalificeerde meerderheid beslist) en het Parlement (dat de burgers vertegenwoordigt en over het algemeen als medewetgever fungeert).

België heeft er trouwens voor geijverd dat artikel 1 zou verwijzen naar « een steeds hechter verbond tussen de volkeren van Europa ». Deze verwijzing stond daadwerkelijk in artikel 1 van het Verdrag tot instelling van de Europese Unie. De uitdrukking « steeds hechter verenigd » kreeg uiteindelijk een plaats in de Preambule van de Grondwet. De uitdrukking komt ook voor in de preambule van het Handvest voor de grondrechten dat in deel II van de Grondwet is opgenomen.

Artikel I-1 verankert het beginsel dat de Unie openstaat voor alle Europese staten die haar waarden eerbiedigen en zich ertoe verbinden deze uit te dragen. Dit is een herhaling van de basisvereisten voor de toetreding die momenteel in artikel 49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie worden geformuleerd.

3.

Ontwikkeling artikel

1984

De Hoge Verdragsluitende Partijen komen bij dit Verdrag onderling overeen de Europese Unie op te richten.

1994
  • 1. 
    De Europese Unie (hierna te noemen "de Unie") wordt gevormd door de lid-staten en hun burgers; de Unie ontleent al haar bevoegdheden aan laatstgenoemden.
  • 2. 
    De Europese Unie eerbiedigt de historische, culturele en linguïstische identiteit van de lid-staten alsmede hun constitutionele structuur. Zij oefent haar bevoegdheden uit met inachtneming van het subsidiariteits- en het proportionaliteitsbeginsel.
  • 3. 
    De Unie heeft rechtspersoonlijkheid
  • 4. 
    De Unie krijgt de beschikking over de middelen die nodig zijn om haar bevoegdheden uit te oefenen en haar doelstellingen te verwezenlijken en evolueert naar een steeds diepere en hechtere integratie op basis van de communautaire verworvenheden.
  • 5. 
    De lid-staten werken nauw onderling en met de instellingen van de Unie samen om de doelstellingen van de Unie te verwezenlijken. De instellingen van de Unie vervullen de taken die haar krachtens de Grondwet zijn toevertrouwd.
  • 6. 
    Het recht van de Unie prevaleert boven het recht van de lid-staten.
2003
  • 1. 
    Geleid door de wil van de volkeren en de staten van Europa om een gemeenschappelijke toekomst op te bouwen, wordt bij deze Grondwet een Unie ingesteld [... genoemd], waarin het beleid van de lidstaten onderling wordt gecoördineerd, en die een aantal gemeenschappelijke bevoegdheden op federale wijze beheert.
  • 2. 
    De Unie eerbiedigt de nationale identiteit van haar lidstaten.
  • 3. 
    De Unie staat open voor alle Europese staten waarvan de volkeren dezelfde waarden delen, deze waarden eerbiedigen en zich ertoe verbinden deze gezamenlijk te bevorderen.

4.

Toelichting

Dit artikel stelt de Unie in en beschrijft haar fundamentele kenmerken. Gevolg gevend aan verzoeken die tijdens de plenaire zitting zijn gedaan, heeft de voorgestelde formulering tot doel de dubbele aard van de Unie, namelijk van zowel staten als volkeren van Europa, weer te geven in bewoordingen die passend zijn voor een Constitutioneel Verdrag.

Wegens het fundamentele politieke belang van de Unie werd het wenselijk geacht om in artikel 1 te beklemtonen dat de Unie de nationale identiteit van de lidstaten eerbiedigt; vervolgens bevat artikel 9, lid 6, een nadere uitwerking van bepaalde elementen van deze nationale identiteit waarvan de eerbiediging, in de juridische zin, meer bepaald vereist is bij de uitoefening van de bevoegdheden van de Unie.

Voorts is het zaak om reeds in artikel 1 weer te geven onder welke voorwaarden staten lid kunnen zijn van de Unie, terwijl de procedures van toetreding van nieuwe lidstaten, van schorsing van rechten alsmede van eventuele terugtrekking uit de Unie in titel X aan bod zouden komen.

2003
  • 1. 
    Bij deze Grondwet, die geïnspireerd wordt door de wil van de burgers en de staten van Europa om aan hun gemeenschappelijke toekomst op te bouwen, wordt een Unie ingesteld waaraan de lidstaten bevoegdheden verlenen om hun gemeenschappelijke doelstellingen te bereiken. De Unie coördineert het beleid van de lidstaten dat gericht is op het bereiken van die doelstellingen en oefent op communautaire wijze de bevoegdheden uit die de lidstaten aan haar overdragen.
  • 2. 
    De Unie staat open voor alle Europese staten die haar waarden eerbiedigen en ernaar streven deze gezamenlijk te bevorderen.
2003
  • 1. 
    Bij deze Grondwet, die geïnspireerd wordt door de wil van de burgers en de staten van Europa om hun gemeenschappelijke toekomst op te bouwen, wordt een Unie ingesteld waaraan de lidstaten bevoegdheden verlenen om hun gemeenschappelijke doelstellingen te bereiken. De Unie coördineert het beleid van de lidstaten dat gericht is op het bereiken van die doelstellingen en oefent op communautaire wijze de bevoegdheden uit die de lidstaten aan haar overdragen.
  • 2. 
    De Unie staat open voor alle Europese staten die haar waarden eerbiedigen en zich ertoe verbinden deze gezamenlijk te bevorderen.
2003
  • 1. 
    Bij deze Grondwet, die geïnspireerd wordt door de wil van de burgers en de staten van Europa om hun gemeenschappelijke toekomst op te bouwen, wordt een Unie ingesteld waaraan de lidstaten bevoegdheden toedelen om hun gemeenschappelijke doelstellingen te bereiken. De Unie coördineert het beleid van de lidstaten dat gericht is op het bereiken van die doelstellingen en oefent op communautaire wijze de bevoegdheden uit die de lidstaten aan haar toedelen.
  • 2. 
    De Unie staat open voor alle Europese staten die haar waarden eerbiedigen en zich ertoe verbinden deze gezamenlijk te bevorderen.
2004
  • 1. 
    Bij deze Grondwet, die geïnspireerd wordt door de wil van de burgers en de staten van Europa om hun gemeenschappelijke toekomst op te bouwen, wordt de Europese Unie ingesteld, waaraan de lidstaten bevoegdheden toedelen om hun gemeenschappelijke doelstellingen te bereiken. De Unie coördineert het beleid van de lidstaten dat gericht is op het bereiken van die doelstellingen en oefent op communautaire wijze de bevoegdheden uit die de lidstaten aan haar toedelen.
  • 2. 
    De Unie staat open voor alle Europese staten die haar waarden eerbiedigen en zich ertoe verbinden deze gezamenlijk uit te dragen.