Artikel III-133: Grondrechten werknemers

III-132
Artikel III-133
III-134
  • 1. 
    Werknemers hebben het recht zich vrij binnen de Unie te verplaatsen.
  • 2. 
    Iedere discriminatie op grond van nationaliteit tussen werknemers van de lidstaten, wat betreft werkgelegenheid, beloning en de overige arbeidsvoorwaarden, is verboden.
  • 3. 
    Werknemers hebben behoudens de uit hoofde van openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid gerechtvaardigde beperkingen het recht:
    • a) 
      in te gaan op een feitelijk aanbod tot tewerkstelling;
    • b) 
      zich te dien einde vrij te verplaatsen op het grondgebied van de lidstaten;
    • c) 
      in een van de lidstaten te verblijven om daar een beroep uit te oefenen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen welke voor de tewerkstelling van nationale werknemers gelden;
    • d) 
      op het grondgebied van een lidstaat verblijf te houden, na er een arbeidsbetrekking te hebben vervuld, overeenkomstig de voorwaarden die worden opgenomen in door de Commissie vast te stellen Europese verordeningen.
  • 4. 
    Dit artikel is niet van toepassing op betrekkingen in overheidsdienst.
 

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting Nederlandse regering

[geen]

2.

Toelichting Belgische regering

De regering heeft kennis genomen van het advies van de Raad van State (nr. 37 978/AV-AG) van 15 februari 2005 over het ontwerp van instemmingswet.

De Raad van State merkt op dat de interpretatie van het artikel III-133 over de niet-discriminatie tussen werknemers van lidstaten, in het licht van de rechtsspraak van het Hof van justitie van de Europese Gemeenschappen, niet compatibel is met het artikel 10, tweede lid, van de Grondwet die aan de Belgische onderdanen de toegang tot burgerlijke bedieningen voorbehoudt.

De Raad van State erkent niettemin dat de Europese Grondwet geen nieuwe elementen inhoudt in deze materie omdat artikel III-133 niet verschilt van het huidige artikel 39 VEG dat reeds van toepassing is en dat voorrang heeft op artikel 10 van de Belgische Grondwet.

Toch blijft een aanpassing van artikel 10, tweede lid, aangewezen. De regering noteert in dit verband dat artikel 10 van de Grondwet is een van de artikelen die vatbaar zijn voor herziening om het conform te maken aan het gemeenschappelijk recht. Met de opmerking van de Raad van State zal rekening gehouden worden in het kader van de werkzaamheden van de herziening van de Grondwet.

3.

Ontwikkeling artikel

2003
  • 1. 
    Werknemers hebben het recht om zich vrij te verplaatsen binnen de Unie.
  • 2. 
    Elke discriminatie op grond van de nationaliteit tussen de werknemers der lidstaten, wat betreft de werkgelegenheid, de beloning en de overige arbeidsvoorwaarden, is verboden.
  • 3. 
    De werknemers hebben behoudens de uit hoofde van openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid gerechtvaardigde beperkingen het recht om,
    • a) 
      in te gaan op een feitelijk aanbod tot tewerkstelling,
    • b) 
      zich te dien einde vrij te verplaatsen binnen het grondgebied der lidstaten,
    • c) 
      in een der lidstaten te verblijven teneinde daar een beroep uit te oefenen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen welke voor de tewerkstelling van nationale werknemers gelden,
    • d) 
      op het grondgebied van een lidstaat verblijf te houden, na er een betrekking te hebben vervuld, overeenkomstig de voorwaarden die worden opgenomen in door de Commissie vast te stellen Europese verordeningen.
  • 4. 
    Dit artikel is niet van toepassing op de betrekkingen in overheidsdienst.
2003
  • 1. 
    Werknemers hebben het recht om zich vrij te verplaatsen binnen de Unie.
  • 2. 
    Elke discriminatie op grond van de nationaliteit tussen de werknemers van de lidstaten, wat betreft werkgelegenheid, beloning en overige arbeidsvoorwaarden, is verboden.
  • 3. 
    Werknemers hebben behoudens uit hoofde van openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid gerechtvaardigde beperkingen het recht:
    • a) 
      in te gaan op een feitelijk aanbod tot tewerkstelling,
    • b) 
      zich te dien einde vrij te verplaatsen op het grondgebied van de lidstaten,
    • c) 
      in een van de lidstaten te verblijven om daar een beroep uit te oefenen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen welke voor de tewerkstelling van nationale werknemers gelden,
    • d) 
      op het grondgebied van een lidstaat verblijf te houden, na er een arbeidsbetrekking te hebben vervuld, overeenkomstig de voorwaarden die worden opgenomen in door de Europese Commissie vast te stellen Europese verordeningen.
  • 4. 
    Dit artikel is niet van toepassing op de betrekkingen in overheidsdienst.
2003
  • 1. 
    Werknemers hebben het recht zich vrij binnen de Unie te verplaatsen.
  • 2. 
    Iedere discriminatie op grond van nationaliteit tussen de werknemers van de lidstaten, wat betreft werkgelegenheid, beloning en overige arbeidsvoorwaarden, is verboden.
  • 3. 
    Werknemers hebben behoudens uit hoofde van openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid gerechtvaardigde beperkingen het recht:
    • a) 
      in te gaan op een feitelijk aanbod van een arbeidsbetrekking,
    • b) 
      zich te dien einde vrij te verplaatsen op het grondgebied van de lidstaten,
    • c) 
      in een van de lidstaten te verblijven om daar een beroep uit te oefenen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen welke voor de tewerkstelling van nationale werknemers gelden,
    • d) 
      op het grondgebied van een lidstaat verblijf te houden, na er een arbeidsbetrekking te hebben vervuld, overeenkomstig de voorwaarden die worden opgenomen in door de Commissie vast te stellen Europese verordeningen.
  • 4. 
    Dit artikel is niet van toepassing op betrekkingen in overheidsdienst.
2004
  • 1. 
    Werknemers hebben het recht zich vrij binnen de Unie te verplaatsen.
  • 2. 
    Iedere discriminatie op grond van nationaliteit tussen werknemers van de lidstaten, wat betreft werkgelegenheid, beloning en de overige arbeidsvoorwaarden, is verboden.
  • 3. 
    Werknemers hebben behoudens de uit hoofde van openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid gerechtvaardigde beperkingen het recht:
    • a) 
      in te gaan op een feitelijk aanbod tot tewerkstelling;
    • b) 
      zich te dien einde vrij te verplaatsen op het grondgebied van de lidstaten;
    • c) 
      in een van de lidstaten te verblijven om daar een beroep uit te oefenen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen welke voor de tewerkstelling van nationale werknemers gelden;
    • d) 
      op het grondgebied van een lidstaat verblijf te houden, na er een arbeidsbetrekking te hebben vervuld, overeenkomstig de voorwaarden die worden opgenomen in door de Commissie vast te stellen Europese verordeningen.
  • 4. 
    Dit artikel is niet van toepassing op betrekkingen in overheidsdienst.