Artikel III-136: Sociale zekerheid

III-135
Artikel III-136
III-137
  • 1. 
    Op het gebied van de sociale zekerheid worden bij Europese wet of kaderwet de maatregelen vastgesteld die nodig zijn om tot een vrij verkeer van werknemers te komen, door met name een stelsel in te voeren waardoor het mogelijk is voor al dan niet in loondienst werkzame migrerende werknemers en hun rechthebbenden te waarborgen dat:
    • a) 
      met het oog op het verkrijgen en het behoud van het recht op uitkeringen, alsmede voor de berekening daarvan, al die tijdvakken worden bijeengeteld welke door de verschillende nationale wetgevingen in aanmerking worden genomen;
    • b) 
      de uitkeringen worden betaald aan personen die op het grondgebied van de lidstaten verblijven.
  • 2. 
    Wanneer een lid van de Raad van oordeel is dat een ontwerp van Europese wet of kaderwet als bedoeld in lid 1 afbreuk zou doen aan fundamentele aspecten van zijn socialezekerheidsstelsel, met name het toepassingsgebied, de kosten en de financiële structuur ervan, of gevolgen zou hebben voor het financiële evenwicht van dat stelsel, kan hij verzoeken dat het wordt voorgelegd aan de Europese Raad. In dat geval wordt de in artikel III-396 bedoelde procedure geschorst. Na bespreking wordt door de Europese Raad, binnen vier maanden na deze schorsing:
    • a) 
      het ontwerp terugverwezen naar de Raad, waardoor de schorsing van de in artikel III-396 bedoelde procedure wordt beëindigd, of
    • b) 
      de Commissie verzocht een nieuw voorstel in te dienen; in dat geval wordt de aanvankelijk voorgestelde handeling geacht niet te zijn vastgesteld.

Inhoudsopgave van deze pagina:

2.

Toelichting Nederlandse regering

Van belang is dat op het terrein van de sociale zekerheid (artikel III-136) vooruitgang is geboekt. Op basis van het EG-Verdrag (artikel 42 en artikel 308 EG-Verdrag) wordt ten aanzien van maatregelen op het gebied van de sociale zekerheid voor migrerende werknemers en zelfstandigen met unanimiteit besloten.

In het Grondwettelijk Verdrag is dit vervangen door besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid, echter onder toevoeging van een noodremprocedure (artikel III-136, tweede lid). Een lidstaat kan op basis van deze noodremprocedure een beroep doen op de Europese Raad wanneer naar zijn oordeel de ontwerpwetgeving afbreuk doet aan de fundamentele aspecten, waaronder de financierbaarheid, van zijn nationale stelsel van sociale zekerheid.

In dat geval wordt de gewone wetgevingsprocedure opgeschort en het is aan de Europese Raad om hetzij het wetgevingsvoorstel terug te sturen naar de Raad voor verdere behandeling, hetzij de Commissie uit te nodigen om met een nieuw voorstel te komen. De inzet van de regering tijdens de onderhandelingen op dit punt was gericht op invoering van gekwalificeerde meerderheid. Voor een oordeel over de noodremprocedure zij verwezen naar het algemeen oordeel van de regering.

Op grond van Verklaring 14 moet ook bij ontwerpwetgeving gebaseerd op artikel III-267, tweede lid, rekening worden gehouden met de belangen van een lidstaat als deze ontwerpwetgeving afbreuk zou doen aan de fundamentele aspecten van het sociale zekerheidsstelsel als bedoeld in artikel III-136, tweede lid, van die lidstaat.

3.

Toelichting Belgische regering

Artikel III-136 voert het beginsel in van stemming met gekwalificeerde meerderheid en van medebeslissing van het Europees Parlement op het gebied van de sociale zekerheid van migrerende werknemers.

Dit is een stap vooruit in vergelijking met het Verdrag van Nice, ook al bevat de tekst, in tegenstelling tot het ontwerp van de Conventie, een vrijwaringsclausule.

Wanneer een lidstaat van oordeel is dat een ontwerp van Europese wet afbreuk zou doen aan de fundamentele aspecten van zijn socialezekerheidsstelsel, kan hij verzoeken dat de zaak wordt voorgelegd aan de Europese Raad.

Binnen de vier maanden moet de Europese Raad, die zich bij consensus uitspreekt, ofwel het ontwerp terugverwijzen naar de Raad (die kan beslissen met gekwalificeerde meerderheid) ofwel aan de Commissie verzoeken een nieuw voorstel in te dienen.

Algemene toelichting

Het toepassingsgebied van de wet of de kaderwet inzake de invoering van sociale zekerheidsmaatregelen met betrekking tot het vrije verkeer van werknemers wordt uitgebreid tot werknemers die niet in loondienst zijn. Op dit gebied is de gekwalificeerde meerderheid van stemmen van toepassing. In de slotfase van de IGC werd echter een mogelijkheid ingebouwd om beroep aan te tekenen bij de Europese Raad : zo kan een lidstaat die van oordeel is dat een wetsvoorstel fundamentele aspecten van zijn sociale zekerheidssysteem schaadt of het financiële evenwicht ervan in het gedrang brengt, de procedure opschorten.

4.

Ontwikkeling artikel

2003

Op het gebied van de sociale zekerheid worden bij Europese wet of kaderwet de nodige maatregelen vastgesteld om het vrije verkeer van werknemers tot stand te brengen, met name door een stelsel in te voeren waardoor het mogelijk is voor migrerende werknemers en hun rechthebbenden te waarborgen:

  • a) 
    dat, met het oog op het verkrijgen en het behoud van het recht op uitkeringen alsmede voor de berekening daarvan, al die tijdvakken worden bijeengeteld welke door de verschillende nationale wetgevingen in aanmerking worden genomen,
  • b) 
    dat de uitkeringen aan personen die op het grondgebied van de lidstaten verblijven, zullen worden betaald.
2003

Op het gebied van de sociale zekerheid worden bij Europese wet of kaderwet maatregelen vastgesteld om het vrije verkeer van werknemers tot stand te brengen, met name door een stelsel in te voeren waardoor het mogelijk is voor al dan niet in loondienst werkzame migrerende werknemers en hun rechthebbenden te waarborgen:

  • a) 
    dat, met het oog op het verkrijgen en het behoud van het recht op uitkeringen alsmede voor de berekening daarvan, al die tijdvakken worden bijeengeteld welke door de verschillende nationale wetgevingen in aanmerking worden genomen,
  • b) 
    dat de uitkeringen aan personen die op het grondgebied van de lidstaten verblijven, zullen worden betaald.
2003
  • 1. 
    Op het gebied van de sociale zekerheid worden bij Europese wet of kaderwet maatregelen vastgesteld om het vrije verkeer van werknemers tot stand te brengen, met name door een stelsel in te voeren waardoor het mogelijk is voor al dan niet in loondienst werkzame migrerende werknemers en hun rechthebbenden te waarborgen:
    • a) 
      dat, met het oog op het verkrijgen en het behoud van het recht op uitkeringen, alsmede voor de berekening daarvan, al die tijdvakken worden bijeengeteld welke door de verschillende nationale wetgevingen in aanmerking worden genomen,
  • b) 
    dat de uitkeringen aan personen die op het grondgebied van de lidstaten verblijven, worden betaald.
  • 2. 
    Wanneer een lid van de Raad van oordeel is dat een ontwerp van Europese wet of kaderwet zoals bedoeld in lid 1 afbreuk zou doen aan fundamentele aspecten van zijn socialezekerheidsstelsel, daaronder begrepen de werkingssfeer, de kosten en de financiële structuur ervan, of gevolgen zou hebben voor het financiële evenwicht van dat stelsel, kan hij verzoeken dat het ter bespreking wordt voorgelegd aan de Europese Raad. In dat geval wordt de in artikel III-302 bedoelde procedure opgeschort. Na bespreking wordt door de Europese Raad, binnen vier maanden na deze schorsing: [*]
    • a) 
      het ontwerp terugverwezen naar de Raad, waardoor de schorsing van de in artikel III-302 bedoelde procedure beëindigd wordt, of
    • b) 
      de Commissie verzocht een nieuw ontwerp in te dienen; in dat geval wordt de aanvankelijk voorgestelde handeling geacht niet te zijn vastgesteld.

Verklaring voor de slotakte ad artikel III-21 en III-168 (Sociale zekerheid voor asielzoekers)

De Conferentie is van oordeel dat ingeval een op artikel III-168, lid 2, gebaseerd ontwerp van Europese wet of kaderwet afbreuk zou doen aan fundamentele aspecten van het socialezekerheidsstelsel van een lidstaat, daaronder begrepen de werkingssfeer, de kosten en de financiële structuur ervan, dan wel gevolgen zou hebben voor het financiële evenwicht van dat stelsel zoals bedoeld in artikel III-21, lid 2, er naar behoren rekening zal worden gehouden met de belangen van die lidstaat. [**]

Noot [*] bij lid 2:

In document CIG 80/04 (voorbereiding op de IGC-Raad van 14 juni 2004) is de termijn van vier maanden toegevoegd. De aanvankelijke wijzigingen op het aanvankelijke artikel waren vastgesteld tijdens het ministerieel conclaaf in Napels (document CIG 60/03 ADD 1).

In document CIG 81/04 (voorbereiding op de afsluitende Europese Raad van 17-18 juni 2004) is de eerste paragraaf van lid 2 herzien. De aanvankelijke tekst (CIG 80/04) luidde:

"Wanneer een lid van de Raad van oordeel is dat een ontwerp van Europese wet of kaderwet zoals bedoeld in lid 1 afbreuk zou doen aan de fundamentele aspecten van zijn socialezekerheidsstelsel of gevolgen zou hebben voor het financiële evenwicht ervan, kan hij verzoeken dat het ter bespreking wordt voorgelegd aan de Europese Raad. In dat geval wordt de in artikel III-302 bedoelde procedure geschorst. Na bespreking wordt door de Europese Raad, binnen vier maanden na deze schorsing:"

Noot [**] bij de Verklaring:

De verklaring is geïntroduceerd in document CIG 81/04, ter voorbereiding op de afsluitende Europese Raad van 17-18 juni 2004.

2004
  • 1. 
    Op het gebied van de sociale zekerheid worden bij Europese wet of kaderwet de maatregelen vastgesteld die nodig zijn om tot een vrij verkeer van werknemers te komen, door met name een stelsel in te voeren waardoor het mogelijk is voor al dan niet in loondienst werkzame migrerende werknemers en hun rechthebbenden te waarborgen dat:
    • a) 
      met het oog op het verkrijgen en het behoud van het recht op uitkeringen, alsmede voor de berekening daarvan, al die tijdvakken worden bijeengeteld welke door de verschillende nationale wetgevingen in aanmerking worden genomen;
    • b) 
      de uitkeringen worden betaald aan personen die op het grondgebied van de lidstaten verblijven.
  • 2. 
    Wanneer een lid van de Raad van oordeel is dat een ontwerp van Europese wet of kaderwet als bedoeld in lid 1 afbreuk zou doen aan fundamentele aspecten van zijn socialezekerheidsstelsel, met name het toepassingsgebied, de kosten en de financiële structuur ervan, of gevolgen zou hebben voor het financiële evenwicht van dat stelsel, kan hij verzoeken dat het wordt voorgelegd aan de Europese Raad. In dat geval wordt de in artikel III-396 bedoelde procedure geschorst. Na bespreking wordt door de Europese Raad, binnen vier maanden na deze schorsing:
    • a) 
      het ontwerp terugverwezen naar de Raad, waardoor de schorsing van de in artikel III-396 bedoelde procedure wordt beëindigd, of
    • b) 
      de Commissie verzocht een nieuw voorstel in te dienen; in dat geval wordt de aanvankelijk voorgestelde handeling geacht niet te zijn vastgesteld.