Eerste Afdeeling. Van de Stem-Bevoegdheid der Burgeren.

Inhoudsopgave van deze pagina:

9.

Gelijke aanspraak op bescherming van persoon en goederen

Ieder Ingezeten der Bataafsche Republiek heeft, overeenkomstig het oogmerk, waartoe de Maatschappij gevormd is, aanspraak op de bescherming van Persoon en Goederen.

10.

Invloed op bestuur na inschrijving Stem-register

Niemand echter kan, als Bataafsch Burger, eenen daadlijken invloed op het bestuur der Maatschappij oefenen, tenzij hij in het openbaar Stemregister der Gemeente, waartoe hij behoort, zig hebbe doen inschrijven. Deze Inschrijving word bepaaldlijk vereischt:

  • a. 
    Om zijne Stem in de Grond-Vergaderingen te kunnen uitbrengen.
  • b. 
    Om eenigen Post van Bestuur, eenig Ambt of Bediening, in de Maatschappij te kunnen waarnemen.
  • c. 
    Om eenig Ambt, Bediening of Pensioen, te blijven behouden.

11.

Vereisten voor inschrijving in Stemregister

Zij, die zig mogen doen inschrijven in zoodanig Stemregister, moeten hebben de navolgende vereischten:

  • a. 
    Dat zij den vollen ouderdom van twintig jaaren hebben bereikt, in de lasten der Maatschappij hun aandeel dragen, en, Inboorlingen zijnde, ten minsten geduurende de laatste twee Jaaren, doch, Vreemdelingen zijnde, ten minsten geduurende de laatste tien Jaaren, in deze Republiek hunne vaste woonplaats gehouden hebben, en in staat zijn de Nederduitsche Taal te lezen en te schrijven.

    Dit laatste vereischte zal, onmiddellijk na de aanneming der Staatsregeling, gelden, ten aanzien van allen, die door het Volk tot eenige openbaare daad, post, of ambt, geroepen worden; doch voor het overige, een jaar na de invoering dezer Staatsregeling, ten aanzien van alle Stembevoegden, die alsdan in het Stemregister worden ingeschreven.

    Ook kunnen Vreemdelingen, die de Republiek te Water of te Lande gediend hebben, volstaan met eene inwooning van zeven jaaren.

  • b. 
    Dat zij in handen van den Vóórzitter van het Plaatslijk Bestuur, hebben afgelegd, en geteekend de navolgende Verklaaring :

    "Ik houde het Bataafsche Volk voor een vrij en onafhanglijk Volk, en beloof aan hetzelve trouw. Ik verklaar mijnen onveranderlijken afkeer van het Stadhouderlijk Bestuur, het Foederalismus, de Aristocratie en Regeeringloosheid. Ik beloof, dat ik, in alle mijne verrigtingen, hetzij als stemoefenend Burger, hetzij als Kiezer, alle de voorschriften der Staatsregeling getrouwlijk zal opvolgen, en nimmer mijne Stem geven aan iemand, wien ik houde te zijn een voorstander van het Stadhouderlijk, Foederatief Bestuur, de Aristocratie en Regeeringloosheid."

    "Dit verklaar ik op mijne Burgertrouw!"

12.

Acte van burgerschap

Aan ieder zoodanig Burger zal, door het Plaatslijk Bestuur, eene uitdruklijke Acte van Burgerschap, door den Voorzitter en Secretaris onderteekend, om niet, worden afgegeven.

13.

Uitgesloten van Stemming

Van de Stemming zijn uitgesloten:

  • a. 
    Allen, die zig, zonder uitdruklijken last of toestemming van het Gouvernement, buiten 's Lands met de woon hebbende begeven, na hunne terugkeering, nog geene twee volle Jaaren, in deze Republiek, hunne vaste woonplaats weder persoonlijk gehad hebben.
  • b. 
    Allen, die in eed of bediening zijn van eenige vreemde Mogendheid, of daarvan eenig pensioen genieten.
  • c. 
    Alle leden van eenige Buitenlandsche Corporatiën, tot welker Lidmaatschap, het zij onderscheiding van geboorte, hetzij de aflegging van eenige godsdienstige gelofte, vereischt word.
  • d. 
    Alle Lijf- en Huisbedienden, die tot persoonlijken dienst behooren, en inwoonen bij hen, welken zij dienen.
  • e. 
    Allen, die in Wees-, Diaconie-, Arm-Huisen, of andere Gestigten, als behoeftigen onderhouden worden.
  • f. 
    Allen, die, in het laatst afgelopen halfjaar, tot den dag der oproeping te reekenen, uit de Armen-Kassen zijn bedeeld geworden.
  • g. 
    Die om verkwisting, wangedrag, of gebrek aan verstandlijke vermogens, onder Curateele staan.
  • h. 
    Bankbreukigen, midsgaders die genen, wier boedel insolvent verklaard is, die hunnen Crediteuren derzelver agterwezen niet ten genoegen zullen hebben voldaan, niettegenstaande zij het Beneficie van Cessie mogten hebben verkregen.
  • i. 
    Die door een Regterlijk Decreet in staat van beschuldiging gesteld zijn, midsgaders die, welken in regten voor eerloos worden gehouden.
  • k. 
    Allen, die overtuigd worden, voor geld of geldswaarde, één of meer stemmen bekomen, of verkogt te hebben.

14.

Ontzetting uit Stembevoegdheid

Zij, die in het Stemregister zijn ingeschreven en geduurende drie agtereenvolgende Jaaren, de Grond-Vergaderingen, waartoe zij behooren, niet hebben bijgewoond, zonder voldoende redenen, staande ter beoordeeling van gezegde Grond-Vergaderingen, worden, voor de daarop volgende drie Jaaren, ontzet van hunne Stembevoegdheid, en van alle publieke Ambten, Bedieningen en Pensioenen.

Dezelfde uitsluiting, voor den tijd van vijf jaren, heeft plaats ten opzigte van allen, die eenigen, hun opgedragen, Post van Bestuur, zonder wettige redenen, te beoordeelen door het Ligchaam, waartoe zij geroepen waren, weigeren aantenemen.

De laatste bepaling zal niet langer kragt hebben, dan tot 1 Januarij 1803, ten zij de Wet dezelve alsdan vernieuwt.

15.

Uitsluiting aanhangers Stadhouder tot Stemregister

Geduurende den tijd van ten minsten tien volgende Jaaren, na de aanneming der Staatsregeling, worden tot de inschrijving in het Stemregister niet toegelaten de openbare aanhangers van het Stadhouderlijk en Foederatief Bestuur, noch ook alle bekende wederstreevers van de groote beginselen der Omwending van 1795.

16.

Protest tegen artikel 15

Iemand, vermeenende, dat de inschrijving in het Stemregister hem, uit hoofde van Art. 15, ten onregte geweigerd is, kan zig daarover vervoegen bij het Vertegenwoordigend Lichaam.

17.

Grond-Vergadering beslecht geschillen over Stemrecht

Over alle geschillen, in eene Grond-Vergadering ontstaande, nopens de bevoegdheid van eenig Burger, om zijne Stem uittebrengen, doet die Grond-Vergadering zelve uitspraak, waar aan de beklaagde zig voor dien tijd moet onderwerpen; doch hij kan zig daarna, ter dier zake, tot het Vertegenwoordigend Lichaam wenden.