Tractaat van 24 mei 1806

Zijne Keizerlijke en Koninklijke Majesteit Napoleon, Keizer der Franschen en Koning van Italiën, en de Vergadering van Hun Hoog Mogenden, vertegenwoordigende de Bataafsche Republiek, gepresideerd door Zijne Excellentie den Heer Raadpensionaris, vergezeld van den Staats-Raad, van den Algemeenen Secretaris van Staat en van de Ministers, Secretarissen van Staat; overwegende:

In de eerste plaats: Dat in de tegenwoordige algemeene gesteldheid van zaken en betrekkingen in Europa, eene Regering, welke zich van eene voortdurende klein niet kan verzekerd houden, aan 't oogmerk van zijne instelling niet kan beantwoorden.

In de tweede plaats: Dat eene afwisselende vernieuwing van het hoofd van den Staat steeds in Holland zal opleveren eene bron van oneenigheden, en Buitenlandsch een gedurig onderwerp van bewegingen en geschil tusschen de Mogendheden, het zij in vriendschap, het zij in vijandschap, zich met Holland bevindende.

In de derde plaats: Dat eene Erfelijke Regering alleen kan waarborgen, de geniete bezitting van al 't geen 't Welk aan 't Volk van Holland dierbaar is, met name de vrije uitoefening van zijne Godsdienst, de bewaring, van zijne Wetten, Zijne staatkundige Onafhankelijkheid en zijne burgerlijke Vrijheid.

In de vierde plaats: Dat zijne voornaamste belangen gelegen zijn, zich te verzekeren van eene magtige bescherming, onder dewelke Hetzelve vrijelijk zijne nijverheid moge uitoefenen, en zich handhaven in 't bezit van zijn Grondgebied, van zijn Koophandel, en van zijn Volkplantingen.

In de vijfde plaats: Dat het Fransche Keizerrijk een zeer wezentlijk belang heeft in 't geluk van 't Volk van Holland, in de voorspoed van dezen Staat, en in de duurzaamheid van zijne instellingen, zoo wel uit aanmerking, dat de noordelijke Grenzen van dit Keizerrijk zijn open liggende, en van sterke Vestingen ontbloot, als met betrekking tot deszelfs algemeene staatkundige grondbeginselen en belangen.

Hebben tot derzelver Ministers Plenipotentiarissen benoemd, te weten:

  • Zijne Majesteit de Keizer der Franschen en Koning van Italiën,
  • de Heer Charles Maurice Talleyrand, Groot-Kamerheer, Minister van Buitenlandsche Zaken, Groot Kruis van het Legioen van Eer, Ridder van de Orde van den Zwanen en Rooden Adelaar van Pruissen, van de Orde van St. Hubert, enz. enz.
  • de Heeren Carel Hendrik Verhuell, Vice-Admiraal en Minister van de Marine der - Bataafsche Republiek, Lid van het Legioen van Eer.
  • Isaac Jan Alexander Gogel, Minister van Finantiën.
  • Jan van Styrum, Lid der Vergadering van Hun Hoog Mogenden.
  • Willem Six, Lid van den Staatsraad, en
  • Gerard Brantsen, Minister Plenipotentiaris der Bataafsche Republiek bij Zijne Keizerlijke en Koninklijke Majesteit, Lid van het Legioen van Eer.

Dewelke, na hunne Volmagten te hebben uitgewisseld, zijn overeengekomen van het navolgende:

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Napoleon garandeert autonomie van het Volk van Holland

Zijne Majesteit de Keizer der Franschen, Koning van Italiën, zoo voor hem, als voor zijne Erfgenamen en Opvolgers voor altijd, guarandeert aan het Volk van Holland de handhaving zijner Constitutioneele Wetten, zijne onafhankelijkheid, de integriteit van zijne Bezittingen in de beide Werelden, zijne Staatkundige, Burgerlijke en Godsdienstige Vrijheid, zooals dezelve bij de thans vigerende Wetten zijn verzekerd, mitsgaders de vernietiging van alle Privilegiën in het Stuk van Belastingen.

2.

Prins Louis Napoleon benoemd en gekroond tot Constitutionelen Koning van Holland

Op de plegtige Aanvrage van Hun Hoog Mogenden, vertegenwoordigende de Bataafsche Republiek, dat de PRINS Louis NAPOLEON moge worden benoemd en gekroond tot Erfelijken en Constitutionelen Koning van Holland, zoo voldoet Zijne Majesteit aan dat verlangen, autoriserende dienvolgens den PRINSE LODEWIJK NAPOLEON, om de Kroon van Holland aantenemen, ten einde bekleed te worden door hem, en door zijne Natuurlijke, Wettige en mannelijke Afkomelingen, bij orde van eerstgeboorte, met altoosdurende uitsluiting der Vrouwen, en van derzelver Afkomelingen.

Ingevolge van deze autorisatie, zoo zal de PRINS LODEWIJK NAPOLEON, deze Kroon bezitten met den Titul van Koning van Holland, en met alle de magt en het gezag, welke bepaald zullen zijn door de Constitutionele Wetten, bij den Keizer NAPOLEON in het vorige Artikel geguarandeerd.

Niettemin is hier mede bedongen, dat de Kronen van Frankrijk en van Holland nimmer op hetzelfde Hoofd vereenigd zullen kunnen worden.

3.

Kroondomein; Inkomen Lodewijk Napoleon

Het Domein van de Kroon zal bestaan:

In de eerste plaats, uit een Paleis in den Haag, hetgeen tot verblijf van het Koninklijke Huis bestemd zal zijn.

In de tweede plaats, uit het Paleis in het Bosch in 's Gravenhage.

In de derde plaats, uit het Domein van Soestdijk.

In de vierde plaats, uit een Inkomst van vijfmaal honderd duizend Guldens in vaste Goederen.

De Wet voor den Staat verzekert daarenboven aan den Koning eene jaarlijksche Somme van vijftien maal honderd duizend Guldens, Hollandsch contant Geld, ieder maand bij twaalfde gedeelten, maandelijks te betalen.

4.

Koningin is regentes bij minderjarigheid troonopvolger, mogelijke rol Keizer der Franschen

Ingeval van minderjarigheid, zoo behoort het Regentschap van regtswegen aan de Koningin. Bij ontstentenis van Hoogstdezelve, zoo wordt de Regent van het Koningrijk door den Keizer der Franschen in hoedanigheid van altoosdurend opperhoofd der Keizerlijke Familie, benoemd uit de Prinsen van den Bloede, en, bij ontstentenis, uit de Nationalen van het Land.

De minderjarigheid der Koningen eindigt met den volkomen ouderdom van achttien jaren.

5.

Inkomen Koningin

Het Lijftogtgoed van de Koningin zal bij Huwelijksche Voorwaarden bepaald worden. Voor ditmaal is overeengekomen, dat hetzelve zijn zal van eene jaarlijksche Somme van tweemaal honderd en vijftig duizend Guldens, dewelke uit het Domein van de Kroon opgebragt zal worden. Deze Somme afgetrokken zijnde, zal de helft van de overblijvende inkomsten van de Kroon dienen tot bekostiging van het onderhoud van het Huis van den minderjarigen Koning, terwijl de andere helft voor de onkosten van het Regentschap zullen zijn.

6.

Koning van Holland is Groot Dignitaris van het Keizerrijk

De Koning van Holland zal altoosdurend Groot Dignitaris van liet Keizerrijk zijn, onder den Titel van Groot-Connétable.

De Functiën van deze Hooge Waardigheid, zullen niettemin ter keuze van Zijne Majesteit den Keizer der Franschen door eenen Prins Vice Connetable vervuld kunnen worden, wanneer Zijne Majesteit goed mogte vinden deze Waardigheid daartestellen.

7.

Koning en zijn familie zijn ondergeschikt aan Frans Constitutioneel Statut betreffende de Keizerlijke Familie

De Leden van het Regerend Huis in Holland, zullen persoonlijk ondergeschikt blijven aan de instelling van het Constitutioneel Statut van Frankrijk, van den 30 Maart jongstleden, uitmakende de Wet, betreffende de Keizerlijke Familie van Frankrijk.

8.

Ambten en Bedieningen van den Staat

De Ambten en Bedieningen van Staat, buiten diegene, welke behooren tot den persoonlijken dienst van het Huis des Konings, zullen aan geene anderen dan aan Nationalen, kunnen worden toevertrouwd.

9.

Koninklijke heraldiek

De Koninklijke Wapens zullen zijn de oude Wapenen van den Staat, gecarteleerd met den Franschen Keizerlijken Adelaar en gekroond met de Koninklijke Kroon.

10.

Tractaat van Commercie tussen Holland en Frankrijk, Napoleon bemiddelt bij Barbarijsche Mogendheden

Er zal onmiddelijk tusschen de contracterende Mogendheden een Tractaat van Commercie worden gesloten, volgens hetwelk de Hollandsche Onderdanen in de Havens van Frankrijk en op deszelfs Grondgebied, ten allen tijde zullen behandeld worden, even als de Natie, welke liet meest bijzonderlijk begunstigd zal zijn.

Zijne Majesteit de Keizer en Koning, verbindt zich bij de Barbarijsche Mogendheden te intervenieeren, op dat de Hollandsche Vlag door dezelve even gelijk de Fransche Keizerlijke Vlag, worde geëerbiedigd.

De Bekrachtigingen van het tegenwoordig Tractaat, zullen binnen den tijd van tien dagen geteekend en uitgewisseld worden, enz.