Artikel 157: Koning heeft inzage in begrootingen die door Staten zijn goedgekeurd

156
Artikel 157
158

De Staten zenden aan den Koning alle de begrootingen van inkomsten en uitgaven, welke Hij vordert.

Ten aanzien van het opnemen en sluiten der plaatselijke rekeningen, worden door den Koning de vereischte voorzieningen voorgeschreven.

1.

Ontwikkeling artikel

1798

Ten dien einde, zend elk Departementaal Bestuur, jaarlijks, met den aanvang der Maand September, aan het Uitvoerend Bewind eene specifieke begrooting der kosten voor het volgend Jaar.

1801

Tot goedmaking der bovengemelde gewone kosten, zal ten spoedigsten door ieder Departementaal Bestuur eene begrooting derzelve aan het Staats-Bewind worden voorgedragen, alsmede welke Artikelen der thans in hetzelve Departement gelieven wordende Belastingen voortaan tot styving van dezelve kosten in de Kas van het zelve zouden behoren te worden gestort, en in het vervolg als Departementale Belastingen aangemerkt. Ingevalle deze in vervolg van tijd niet toereikende gevonden mogten worden, draagt het Departement, achtervolgens Art. 58, nieuwe Departementale Belastingen voor, welke echter niet zullen mogen gelegd worden op den doorvoer door, den uitvoer naar, of den invoer uit eenig Departement. Zullende mede de voortbrengzelen van den grond of de nyverheid van andere Departementen nimmer mogen worden bezwaard, boven-die van het Departement zelve, alwaar de belasting geheven wordt.

1814

De Staten zenden alle, door hen goedgekeurde, begrootingen van inkomsten en uitgaven aan den Souvereinen Vorst, welke, zulks goedvindende, zoo ten aanzien van gemelde begrootingen, als omtrent alle verdere handelingen der plaatselijke Regeringen, zoodanige inzage kan vorderen, als Hij vermeent te behooren, en dezelve handelingen, des noods, kan schorsen en buiten effect stellen. Ten aanzien van het opnemen en sluiten der plaatselijke rekeningen worden door den Souvereinen Vorst de vereischte voorzieningen voorgeschreven.

1815

De Staten zenden aan den Koning alle de begrootingen van inkomsten en uitgaven, welke Hij vordert.

Ten aanzien van het opnemen en sluiten der plaatselijke rekeningen, worden door den Koning de vereischte voorzieningen voorgeschreven.

1840: art 157