Zesde hoofdstuk. Van den Godsdienst.

Inhoudsopgave van deze pagina:

188.

Volkomen vrijheid van godsdienstige begrippen

De volkomen vrijheid van godsdienstige begrippen wordt aan elk gewaarborgd.

189.

Gelijke bescherming bestaande godsdienstige gezindheden

Aan alle godsdienstige gezindheden in het Koningrijk bestaande, wordt gelijke bescherming verleend.

190.

Geen discriminatie op basis van godsdienst

De belijders der onderscheiden godsdiensten genieten allen dezelfde burgerlijke en politieke voorregten, en hebben gelijke aanspraak op het bekleeden van waardigheden, ambten en bedieningen.

191.

Openbare uitoefening van Godsdienst

Geene openbare oefening van Godsdienst kan worden belemmerd, dan in gevalle dezelve de openbare orde of veiligheid zoude kunnen storen.

192.

Traktementen, pensioenen en andere inkomsten

De traktementen, pensioenen en andere inkomsten, van welken aard ook, thans door de onderscheidene godsdienstige gezindheden of derzelver leeraars genoten wordende, blijven aan dezelve gezindheden verzekerd.

Aan de leeraars, welke tot nog toe uit 's Lands kas geen, of een niet toereikend traktement genieten, kan een traktement toegelegd, of het bestaande vermeerderd worden.

193.

Koning houdt toezicht over de voor openbare Godsdienst toegestane penningen

De Koning zorgt dat de toegestane penningen die voor de openbare Godsdienst uit 's Lands kas worden betaald, tot geene andere einden besteed worden, dan waartoe dezelven bestemd zijn.

194.

Koning houdt toezicht op godsdienstvrijheid; Koning heeft toezicht op handelen godsdienstige gezindheden

De Koning zorgt dat geene Godsdienst gestoord worde in de vrijheid van uitoefening, die de Grondwet waarborgt.

Hij zorgt tevens dat alle godsdienstige gezindheden zich houden binnen de palen van gehoorzaamheid aan de wetten van den staat.