Artikel 19: Werkgelegenheid; rechtspositie werknemers; arbeid

18
Artikel 19
20
  • 1. 
    Bevordering van voldoende werkgelegenheid is voorwerp van zorg der overheid.
  • 2. 
    De wet stelt regels omtrent de rechtspositie van hen die arbeid verrichten en omtrent hun bescherming daarbij, alsmede omtrent medezeggenschap.
  • 3. 
    Het recht van iedere Nederlander op vrije keuze van arbeid wordt erkend, behoudens de beperkingen bij of krachtens de wet gesteld.

In andere talen:

English "English"
Français "Français"
Deutsch "Deutsch"
Español "Español"

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting

Artikel 19 bevat enkele basisbepalingen over de werkgelegenheid. De bevordering van werkgelegenheid is een zorg van de overheid. Daarnaast draagt dit artikel de wetgever op in grote lijnen regels te maken voor de rechtspositie van werknemers, hun arbeidsbescherming en de medezeggenschap. Verder heeft iedere Nederlander in principe recht op vrije keuze van arbeid.

Een voorbeeld van wetgeving waarmee de in dit artikel neergelegde opdracht wordt uitgevoerd, is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

2.

Formele toelichting

Artikel 19 beoogt hen die arbeid verrichten met een aantal waarborgen te omringen. In het eerste lid wordt de bevordering van werkgelegenheid genoemd als zorg van de overheid. Het tweede lid draagt de wetgever op ten aanzien van hen die arbeid verrichten, regels te stellen omtrent hun rechtspositie, de arbeidsbescherming en medezeggenschap.

De formulering van de bepaling legt niet aan de wetgever de eis op, deze zaken uitputtend te regelen. De erkenning van het recht van iedere Nederlander op vrije keuze van arbeid is neergelegd in het derde lid van dit artikel.

Een voorbeeld van wetgeving op het terrein van de werkgelegenheid, waarmee de in dit artikel neergelegde zorgplicht nader wordt geconcretiseerd, is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

3.

In eenvoudig Nederlands

  • 1. 
    De overheid probeert te zorgen voor genoeg werk voor iedereen die kan werken.
  • 2. 
    In de wet staan de rechten en plichten van werknemers. Deze regels gaan ook over de bescherming van mensen tijdens hun werk. In de wet staat ook waarover zij mogen meepraten en meebeslissen.
  • 3. 
    Iedere Nederlander mag zelf kiezen wat voor werk hij wil doen. In de wet staan de uitzonderingen. In de wet kan ook staan dat iemand anders uitzonderingen mag maken.

Uitleg

De overheid moet proberen te zorgen dat iedereen die wil werken een baan kan krijgen. Dit artikel betekent niet dat je een baan van de overheid kunt eisen. De overheid is ook niet verplicht zelf banen te maken. De overheid kan ook op andere manieren proberen genoeg banen te maken. Ze kan bijvoorbeeld meer geld uitgeven of de belastingen op werk verlagen.

Iedereen heeft recht op een baan. Maar ook op schoon en veilig werk. Dit staat in de Arbowet. Er staat ook in dat je op een dag of in een week niet te lang hoeft te werken. In de Wet op de ondernemingsraden staat waarover je mag meepraten en beslissen binnen het bedrijf waar je werkt.

Ten slotte staat in dit artikel dat iedere Nederlander het werk mag doen dat hij wil. Let op, dit recht geldt alleen voor Nederlanders. Nederlanders mogen dus de baan kiezen die ze zelf willen. Maar er zijn uitzonderingen. Een gemeente mag je bijvoorbeeld verbieden dag en nacht harde muziek te maken op straat. De uitzonderingen staan in de wetten of regels van de overheid.

4.

Praktijkvragen

Via de Rijksoverheid komen veel vragen over werkgelegenheid binnen, zoals:

Hebt u een andere vraag? Bel 1400 (U betaalt alleen de gebruikelijke belkosten).

5.

Ontwikkeling artikel

1798

Bij de aanneming der Staatsregeling, worden vervallen verklaard alle Gilden, Corporatiën of Broederschappen van Neeringen, Ambachten, of Fabrieken.

Ook heeft ieder Burger, in welke Plaats woonachtig, het regt zoodanige Fabriek of Trafiek op te rigten, of zoodanig eerlijk bedrijf aan te vangen als hij verkiezen zal.

Het Vertegenwoordigend Lichaam zorgt, dat de goede orde, het gemak en gerief der ingezetenen, ten dezen opzigte, worden verzekerd.

1801

De Wet maakt de nodige bepalingen tot het verzekeren aan iederen Burger van deszelfs eerlyk bestaan; doch alle Gilden, of uitsluitende Broederschappen, blyven afgeschaft.

1983
  • 1. 
    Bevordering van voldoende werkgelegenheid is voorwerp van zorg der overheid.
  • 2. 
    De wet stelt regels omtrent de rechtspositie van hen die arbeid verrichten en omtrent hun bescherming daarbij, alsmede omtrent medezeggenschap.
  • 3. 
    Het recht van iedere Nederlander op vrije keuze van arbeid wordt erkend, behoudens de beperkingen bij of krachtens de wet gesteld.
1987: art 19, 1995: art 19, 1999: art 19, 2000: art 19, 2002: art 19, 2005: art 19, 2006: art 19, 2008: art 19, 2017: art 19