Artikel 20: Bestaanszeker­heid; welvaart; sociale zekerheid

19
Artikel 20
21
  • 1. 
    De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid.
  • 2. 
    De wet stelt regels omtrent de aanspraken op sociale zekerheid.
  • 3. 
    Nederlanders hier te lande, die niet in het bestaan kunnen voorzien, hebben een bij de wet te regelen recht op bijstand van overheidswege.

In andere talen:

English "English"
Français "Français"
Deutsch "Deutsch"
Español "Español"

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting

De overheid moet een beleid voeren, dat is gericht op de bestaanszekerheid van de bevolking en op spreiding van welvaart. De wetgever moet regels maken voor de sociale zekerheid: wie kan onder welke omstandigheden welke uitkering krijgen.

Tenslotte is vastgelegd, dat Nederlanders in Nederland die niet in hun bestaan kunnen voorzien, een recht op bijstand hebben. De wetgever moet dit recht nader in een wet regelen.

2.

Formele toelichting

Het eerste lid van artikel 20 draagt de overheid op een beleid te voeren, dat is gericht op de bestaanszekerheid van de bevolking en op spreiding van welvaart.

Het tweede lid geeft de wetgever de opdracht om op het terrein van de sociale zekerheid regelend op te treden.

In het derde lid is vastgelegd, dat Nederlanders hier te lande die niet in het bestaan kunnen voorzien, een recht op bijstand hebben, onder opdracht aan de wetgever dit recht nader te regelen.

Deze regeling is neergelegd in de Participatiewet.

3.

In eenvoudig Nederlands

De overheid probeert te zorgen dat iedereen genoeg geld heeft om van te leven. Ook probeert de overheid ervoor te zorgen dat de verschillen tussen arm en rijk niet te groot worden.

In de wet staat wie recht heeft op een sociale uitkering. In de wet staat ook hoe hoog die uitkeringen zijn en hoe lang ze duren.

Nederlanders die in Nederland wonen en te weinig inkomen hebben, kunnen een bijstandsuitkering krijgen. In de wet staat wie een bijstandsuitkering kan krijgen en waaraan zij zich moeten houden. In de wet kan ook staan dat iemand anders hierover beslist.

Uitleg

Als je in Nederland woont, moet je er zelf voor zorgen dat je genoeg inkomen hebt om van te leven. Als je dit echter niet lukt, probeert de overheid ervoor te zorgen dat je wel genoeg inkomen hebt. Maar je kunt dit niet van de overheid eisen.

De overheid probeert er ook voor te zorgen dat de verschillen tussen arme en rijke mensen niet te groot worden. Maar ook dit kun je niet van de overheid eisen.

Sommige mensen kunnen niet werken. Ouderen bijvoorbeeld. Of mensen die ziek zijn. Of mensen die geen baan kunnen vinden. Deze mensen krijgen een sociale uitkering. In speciale sociale wetten staat:

  • wie een uitkering krijgt
  • hoe hoog die uitkering is
  • hoe lang die uitkering duurt

Voor ouderen staat dat in de Algemene Ouderdomswet (AOW). Voor mensen die een (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn, staat het in de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) . Voor mensen die ontslagen zijn en tijdelijk geen werk kunnen vinden, staat het in de Werkeloosheidswet (WW).

Je kunt een bijstandsuitkering krijgen als je:

  • Nederlander bent;
  • en in Nederland woont;
  • en geen werk hebt;
  • en ook niet op een andere manier genoeg inkomen hebt.

Dit geldt dus niet voor buitenlanders. Het geldt ook niet voor Nederlanders die in het buitenland wonen. In de praktijk hebben ook buitenlanders die hier volgens de wet mogen wonen en werken wel recht op bijstand. In de Wet Werk en Bijstand staat precies wanneer je een uitkering krijgt. In die wet staat ook wat je daarvoor moet doen.

4.

Praktijkvragen

Via de Rijksoverheid komen veel vragen over de spreiding van welvaart binnen, zoals:

Hebt u een andere vraag? Bel 1400 (U betaalt alleen de gebruikelijke belkosten).

5.

Ontwikkeling artikel

1798

Het Vertegenwoordigend Lichaam regelt, binnen zes Maanden na Deszelfs eerste zitting, bij eene uitdruklijke Wet, het Armen-bestuur over de geheele Republiek.

Deze Wet bepaalt de algemeene voorschriften en plaatslijke beschikkingen, hiertoe vereischt.

1814

Als eene zaak van hoog belang wordt ook het armbestuur en de opvoeding der arm-kinderen der aanhoudende zorg der Regering aanbevolen. De Souvereine Vorst doet insgelijks van de inrigtingen dienaangaande jaarlijks een uitvoerig verslag aan de Staten Generaal geven.

1815: art 228, 1840: art 226
1848

Het armbestuur is een onderwerp van aanhoudende zorg der Regering, en wordt door de wet geregeld. De Koning doet van de verrigtingen dienaangaande, jaarlijks een uitvoerig verslag aan de Staten-Generaal geven.

1887: art 193, 1917: art 193, 1922: art 196, 1938: art 201, 1948: art 202, 1953: art 209, 1956: art 209, 1963: art 209, 1972: art 209
1983
  • 1. 
    De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid.
  • 2. 
    De wet stelt regels omtrent de aanspraken op sociale zekerheid.
  • 3. 
    Nederlanders hier te lande, die niet in het bestaan kunnen voorzien, hebben een bij de wet te regelen recht op bijstand van overheidswege.
1987: art 20, 1995: art 20, 1999: art 20, 2000: art 20, 2002: art 20, 2005: art 20, 2006: art 20, 2008: art 20, 2017: art 20