36160 - Initiatiefvoorstel Opneming in de Grondwet van bepalingen inzake het correctief referendum (derde poging, eerste lezing)

Dit wetsvoorstel werd op 6 juli 2022 aanhangig gemaakt door het Tweede Kamerlid Leijten (SP).

 

Dit voorstel is gebaseerd op de overweging, dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot opneming in de Grondwet van bepalingen inzake het correctief referendum.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Stand van zaken

Het wetsvoorstel ligt bij de Tweede Kamer. De nota naar aanleiding van het verslag is uitgebracht op 2 december 2022. Er is een nota van wijziging ingediend.

2.

Kerngegevens

Aanhangig gemaakt
6 juli 2022

Volledige titel
Voorstel van wet van het lid Leijten houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van bepalingen inzake het correctief referendum

Ondertekenende bewindslieden

De minister van Algemene Zaken
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Kamercommissies

3.

Uit de memorie van toelichting

De invoering van een bindend correctief referendum in Nederland is al jarenlang onderwerp van discussie, zowel binnen als buiten het parlement. Drie staatscommissies hebben zich over het onderwerp gebogen en alle drie concludeerden ze dat een referendum een welkome aanvulling zou zijn op het Nederlandse parlementaire stelsel. De Commissie Remkes betoogde dat een bindend correctief referendum de democratie versterkt. Desalniettemin is in juni 2022 voor de tweede maal in de recente parlementaire geschiedenis een Grondwetswijziging om een correctief bindend referendum in te voeren verworpen in tweede lezing. Het belangrijkste argument voor een referendum is de versterking van onze democratie. Een groeiende groep mensen voelt zich niet vertegenwoordigd door de politiek en beleidsmakers. De Staatscommissie Parlementair Stelsel spreekt in dat opzicht van een ‘diplomademocratie’.1 ‘De Atlas van Afgehaakt Nederland’ laat nog duidelijker zien dat steeds meer mensen zijn afgehaakt van de democratie.2 Daarmee is de urgentie voor de invoering van een bindend correctief referendum onderstreept. Indiener vindt daarom dat er geen tijd te verliezen is en deelt de opvatting van de Staatscommissie: “Immers, indien wordt nagelaten deze verbetering en versterking tot stand te brengen, dan ligt het gevaar van erosie van de instituties van de democratische rechtsstaat op de loer.”3

De Staatscommissie deed aanbevelingen voor de voorwaarden rondom de invoering van een referendum. Sommige van deze voorwaarden horen in de Grondwet thuis, zoals de onderwerpen waar wel of geen referendum over georganiseerd kan worden, dat een uitkomstdrempel vastgesteld moet worden en dat er een inleidend verzoek moet worden gedaan. Dit behoort immers tot de principiële afwegingen of een referendum als democratisch middel kan functioneren. Indiener vindt dat de procedurele uitwerking van deze voorwaarden, in een uitvoeringswet vervat dient te worden en niet in de Grondwet. Daarom krijgt de wetgever de grondwettelijke opdracht om nadere regels te stellen. Bij de afgelopen parlementaire behandeling van het initiatiefwetsvoorstel Van Raak tot invoering van bindend correctief referendum werd in de beraadslagingen duidelijk dat het debat over over de principiële wenselijkheid van de mogelijkheid tot het opnemen van een referendum in de Grondwet en het debat over de procedurele uitwerking van de voorwaarden niet gescheiden bleven.4 Indiener heeft er daarom voor gekozen het initiatief te nemen voor een uitvoeringswet. Dit voorkomt dat twee discussies oneigenlijk door elkaar beïnvloed worden en geeft de richting aan waar indiener bij de uitvoering van het voorliggende voorstel aan denkt. Indiener hoopt het voorstel deze zomer te kunnen vormgeven, helder is wel dat het advies van de Staatscommissie als uitgangspunt zal worden genomen.

4.

Nota's van wijziging en amendementen

Bij dit wetsvoorstel is een nota van wijziging ingediend.

5.

Documenten

(8 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

2 2 december 2022, nota van wijziging, nr. 7     KST1063043
Nota van wijziging
 
2 2 december 2022, nota naar aanleiding van het verslag, 36160; 35129, nr. 6     KST1063574
Nota naar aanleiding van het verslag
 
2 2 december 2022, bijgewerkte tekst,    
Bijgewerkte tekst: bijgewerkt t/m nr. 7 (NvW d.d. 2 december 2022)
 
2 17 november 2022, verslag, nr. 5     KST1060778
Verslag
 
2 13 oktober 2022, advies Raad van State en reactie van de indiener(s), nr. 4     KST1054613
Advies Afdeling advisering Raad van State en Reactie van de initiatiefnemer(s); Advies Afdeling advisering Raad van State en Reactie van de initiatiefnemer
 
2 5 juli 2022, memorie van toelichting, nr. 3     KST361603
Memorie van toelichting
 
2 5 juli 2022, voorstel van wet, nr. 2     KST361602
Voorstel van wet
 
2 5 juli 2022, geleidende brief, nr. 1     KST361601
Geleidende brief
 

6.

Andere bronnen

7.

Over dit dossier

Dit parlementaire dossier is door PDC automatisch samengesteld en verrijkt en redactioneel gecheckt. Op basis van dezelfde methoden en technieken creëert PDC 24/7 actuele dossiers in de Parlementaire Monitor en in de EU Monitor. Met behulp van de monitoren volgt u Den Haag en Brussel op de voet of blikt u terug op eerdere besluitvorming. Neem contact op als u meer wilt weten over de parlementaire data van PDC of over een abonnement op een monitor.