Artikel III-57: Onderzoek steunmaatregelen door Commissie

III-56
Artikel III-57
III-58
  • 1. 
    De Commissie onderwerpt tezamen met de lidstaten de in die staten bestaande steunregelingen aan een voortdurend onderzoek. Zij stelt de maatregelen voor welke de geleidelijke ontwikkeling of de werking van de interne markt vereist.
  • 2. 
    Indien de Commissie, na de belanghebbenden te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken, vaststelt dat een door een lidstaat getroffen of met staatsmiddelen gefinancierde steunmaatregel, volgens III-56 niet verenigbaar is met de interne markt of dat van deze steunmaatregel misbruik wordt gemaakt, stelt zij een Europees besluit vast, houdende dat de betrokken lidstaat die steunmaatregel opheft of wijzigt binnen de door haar vast te stellen termijn.

    Indien deze lidstaat niet binnen de gestelde termijn gevolg geeft aan het Europees besluit, kan de Commissie of iedere andere belanghebbende lidstaat zich in afwijking van de artikelen III-265 en III-266 rechtstreeks tot het Hof van Justitie van de Europese Unie wenden.

    Op verzoek van een lidstaat kan de Raad met eenparigheid van stemmen een Europees besluit vaststellen op grond waarvan een door die staat genomen of te nemen steunmaatregel in afwijking van III-56 of van de in artikel III-58 bedoelde Europese verordeningen als verenigbaar met de interne markt moet worden beschouwd, indien buitengewone omstandigheden een dergelijk besluit rechtvaardigen. Indien de Commissie met betrekking tot deze steunmaatregel de in de eerste alinea vermelde procedure heeft ingeleid, wordt deze door het verzoek van de betrokken lidstaat aan de Raad geschorst, totdat de Raad zijn standpunt heeft bepaald.

    Indien evenwel de Raad binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf het verzoek geen standpunt heeft bepaald, beslist de Commissie.

  • 3. 
    De Commissie wordt door de lidstaten van ieder voornemen tot invoering of wijziging van steunmaatregelen tijdig op de hoogte gebracht, zodat zij opmerkingen kan maken. Indien zij meent dat het voornemen volgens artikel III-56 onverenigbaar is met de interne markt, leidt zij onverwijld de in lid 2 bedoelde procedure in. De betrokken lidstaat kan de voorgenomen maatregelen niet tot uitvoering brengen voordat die procedure tot een definitief besluit heeft geleid.
  • 4. 
    De Commissie kan Europese verordeningen vaststellen betreffende de soorten van staatssteun waarvan de Raad overeenkomstig artikel III-58 heeft bepaald dat zij van de in lid 3 bedoelde procedure kunnen worden vrijgesteld.

1.

Ontwikkeling artikel

2003
  • 1. 
    De Commissie onderwerpt tezamen met de lidstaten de in die staten bestaande steunregelingen aan een voortdurend onderzoek. Zij stelt de dienstige maatregelen voor, welke de geleidelijke ontwikkeling of de werking van de interne markt vereist.
  • 2. 
    Indien de Commissie, na de belanghebbenden te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken, vaststelt dat een steunmaatregel door een lidstaat of met staatsmiddelen bekostigd, volgens [ex artikel 87] niet verenigbaar is met de interne markt of dat van deze steunmaatregel misbruik wordt gemaakt, stelt zij een Europees besluit vast dat ertoe strekt dat de betrokken staat die steunmaatregel opheft of wijzigt binnen de door haar vast te stellen termijn.

    Indien deze staat dat Europees besluit niet binnen de gestelde termijn nakomt, kan de Commissie of iedere andere belanghebbende lidstaat zich in afwijking van de [ex artikelen 226 en 227] rechtstreeks tot het Hof van Justitie wenden.

    Op verzoek van een lidstaat kan de Raad met eenparigheid van stemmen een Europees besluit vaststellen uit hoofde waarvan een door die staat genomen of te nemen steunmaatregel in afwijking van [ex artikel 87] of van de in [ex artikel 89] bedoelde Europese verordeningen als verenigbaar moet worden beschouwd met de interne markt, indien buitengewone omstandigheden een dergelijk besluit rechtvaardigen. Als de Commissie met betrekking tot deze steunmaatregel de in de eerste alinea van dit lid vermelde procedure heeft aangevangen wordt deze door het verzoek van de betrokken staat aan de Raad geschorst, totdat de Raad zijn standpunt heeft bepaald.

    Evenwel, indien de Raad binnen een termijn van drie maanden te rekenen van het verzoek zijn standpunt niet heeft bepaald, beslist de Commissie.

  • 3. 
    De Commissie wordt door de lidstaten van elk voornemen tot invoering of wijziging van steunmaatregelen tijdig op de hoogte gebracht, om haar opmerkingen te kunnen maken. Indien zij meent dat zulk een voornemen volgens [ex artikel 87] onverenigbaar is met de interne markt, vangt zij onverwijld de in lid 2 bedoelde procedure aan. De betrokken lidstaat kan de voorgenomen maatregelen niet tot uitvoering brengen voordat die procedure tot een definitief besluit heeft geleid.
2003
  • 1. 
    De Europese Commissie onderwerpt tezamen met de lidstaten de in die staten bestaande steunregelingen aan een voortdurend onderzoek. Zij stelt de maatregelen voor welke de geleidelijke ontwikkeling of de werking van de interne markt vereist.
  • 2. 
    Indien de Europese Commissie, na de belanghebbenden te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken, vaststelt dat een steunmaatregel door een lidstaat of met staatsmiddelen bekostigd, volgens artikel III-56 niet verenigbaar is met de interne markt of dat van deze steunmaatregel misbruik wordt gemaakt, stelt zij een Europees besluit vast, houdende dat de betrokken staat die steunmaatregel opheft of wijzigt binnen de door haar vast te stellen termijn.

    Indien deze staat niet binnen de gestelde termijn gevolg geeft aan het Europees besluit, kan de Europese Commissie of iedere andere belanghebbende lidstaat zich in afwijking van de artikelen III-265 en III-266 rechtstreeks tot het Hof van Justitie wenden.

    Op verzoek van een lidstaat kan de Raad van Ministers met eenparigheid van stemmen een Europees besluit vaststellen op grond waarvan een door die staat genomen of te nemen steunmaatregel in afwijking van artikel III-56 of van de in artikel III-58 bedoelde Europese verordeningen als verenigbaar moet worden beschouwd met de interne markt, indien buitengewone omstandigheden een dergelijk besluit rechtvaardigen. Indien de Europese Commissie met betrekking tot deze steunmaatregel de in de eerste alinea vermelde procedure heeft ingeleid, wordt deze door het verzoek van de betrokken staat aan de Raad van Ministers geschorst, totdat de Raad zijn standpunt heeft bepaald.

    Indien evenwel de Raad van Ministers binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf het verzoek geen standpunt heeft bepaald, beslist de Europese Commissie.

  • 3. 
    De Europese Commissie wordt door de lidstaten van ieder voornemen tot invoering of wijziging van steunmaatregelen tijdig op de hoogte gebracht, zodat zij opmerkingen kan maken. Indien zij meent dat het voornemen volgens artikel III-56 onverenigbaar is met de interne markt, leidt zij onverwijld de in lid 2 bedoelde procedure in. De betrokken lidstaat kan de voorgenomen maatregelen niet tot uitvoering brengen voordat die procedure tot een definitief besluit heeft geleid.
  • 4. 
    De Europese Commissie kan Europese verordeningen vaststellen betreffende de soorten van staatssteun waarvan de Raad overeenkomstig artikel III-55 heeft bepaald dat zij van de in lid 3 bedoelde procedure kunnen worden vrijgesteld.
2003
  • 1. 
    De Commissie onderwerpt tezamen met de lidstaten de in die staten bestaande steunregelingen aan een voortdurend onderzoek. Zij stelt de maatregelen voor welke de geleidelijke ontwikkeling of de werking van de interne markt vereist.
  • 2. 
    Indien de Commissie, na de belanghebbenden te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken, vaststelt dat een door een lidstaat getroffen of met staatsmiddelen gefinancierde steunmaatregel, volgens III-56 niet verenigbaar is met de interne markt of dat van deze steunmaatregel misbruik wordt gemaakt, stelt zij een Europees besluit vast, houdende dat de betrokken lidstaat die steunmaatregel opheft of wijzigt binnen de door haar vast te stellen termijn.

    Indien deze lidstaat niet binnen de gestelde termijn gevolg geeft aan het Europees besluit, kan de Commissie of iedere andere belanghebbende lidstaat zich in afwijking van de artikelen III-265 en III-266 rechtstreeks tot het Hof van Justitie van de Europese Unie wenden.

    Op verzoek van een lidstaat kan de Raad met eenparigheid van stemmen een Europees besluit vaststellen op grond waarvan een door die staat genomen of te nemen steunmaatregel in afwijking van III-56 of van de in artikel III-58 bedoelde Europese verordeningen als verenigbaar met de interne markt moet worden beschouwd, indien buitengewone omstandigheden een dergelijk besluit rechtvaardigen. Indien de Commissie met betrekking tot deze steunmaatregel de in de eerste alinea vermelde procedure heeft ingeleid, wordt deze door het verzoek van de betrokken lidstaat aan de Raad geschorst, totdat de Raad zijn standpunt heeft bepaald.

    Indien evenwel de Raad binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf het verzoek geen standpunt heeft bepaald, beslist de Commissie.

  • 3. 
    De Commissie wordt door de lidstaten van ieder voornemen tot invoering of wijziging van steunmaatregelen tijdig op de hoogte gebracht, zodat zij opmerkingen kan maken. Indien zij meent dat het voornemen volgens artikel III-56 onverenigbaar is met de interne markt, leidt zij onverwijld de in lid 2 bedoelde procedure in. De betrokken lidstaat kan de voorgenomen maatregelen niet tot uitvoering brengen voordat die procedure tot een definitief besluit heeft geleid.
  • 4. 
    De Commissie kan Europese verordeningen vaststellen betreffende de soorten van staatssteun waarvan de Raad overeenkomstig artikel III-58 heeft bepaald dat zij van de in lid 3 bedoelde procedure kunnen worden vrijgesteld.
2004
  • 1. 
    De Commissie onderwerpt tezamen met de lidstaten de in die staten bestaande steunregelingen aan een voortdurend onderzoek. Zij stelt hun de maatregelen voor welke de geleidelijke ontwikkeling of de werking van de interne markt vereist.
  • 2. 
    Indien de Commissie, na de belanghebbenden te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken, constateert dat een door een lidstaat getroffen of met staatsmiddelen gefinancierde steunmaatregel, volgens artikel III-167 niet verenigbaar is met de interne markt of dat van deze steunmaatregel misbruik wordt gemaakt, stelt zij een Europees besluit vast waarbij wordt bepaald dat de betrokken lidstaat de steunmaatregel opheft of wijzigt binnen de door haar vast te stellen termijn.

    Indien deze lidstaat niet binnen de gestelde termijn gevolg geeft aan het Europees besluit, kan de Commissie of iedere andere belanghebbende lidstaat zich in afwijking van de artikelen III-360 en III-361 rechtstreeks tot het Hof van Justitie van de Europese Unie wenden.

    Op verzoek van een lidstaat kan de Raad met eenparigheid van stemmen een Europees besluit vaststellen op grond waarvan een door die staat genomen of te nemen steunmaatregel in afwijking van artikel III-167 of van de in artikel III-169 bedoelde Europese verordeningen als verenigbaar met de interne markt moet worden beschouwd, indien buitengewone omstandigheden een dergelijk besluit rechtvaardigen. Indien de Commissie met betrekking tot deze steunmaatregel de in de eerste alinea vermelde procedure heeft ingeleid, wordt deze door het verzoek van de betrokken lidstaat aan de Raad geschorst, totdat de Raad zijn standpunt heeft bepaald.

    Indien evenwel de Raad binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf het verzoek geen standpunt heeft bepaald, beslist de Commissie.

  • 3. 
    De Commissie wordt door de lidstaten van ieder voornemen tot invoering of wijziging van steunmaatregelen tijdig op de hoogte gebracht, zodat zij opmerkingen kan maken. Indien zij meent dat het voornemen volgens artikel III-167 onverenigbaar is met de interne markt, leidt zij onverwijld de in lid 2 van dit artikel bedoelde procedure in. De betrokken lidstaat kan de voorgenomen maatregelen niet tot uitvoering brengen voordat die procedure tot een definitief besluit heeft geleid.
  • 4. 
    De Commissie kan Europese verordeningen vaststellen betreffende de soorten van staatssteun waaromtrent de Raad overeenkomstig artikel III-169 heeft bepaald dat zij van de in lid 3 van dit artikel bedoelde procedure kunnen worden vrijgesteld.