Artikel 81: Vaststelling wetten

80
Artikel 81
82

De vaststelling van wetten geschiedt door de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk.


In andere talen:

English "English"
Français "Français"
Deutsch "Deutsch"
Español "Español"

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting

De regering en de Staten-Generaal stellen samen de wetten vast. Dit betekent dat de regering de Tweede Kamer nodig heeft om wetten te maken, en de Staten-Generaal de regering. In artikel 87 is dat uitgewerkt: een wetsvoorstel wordt pas wet als het door de Staten-Generaal is aangenomen en door de Koning is bekrachtigd. Het bekrachtigen gebeurt door het zetten van een handtekening, niet alleen die van de Koning, maar vanwege de ministeriële verantwoordelijkheid ook de handtekening van de verantwoordelijk minister of staatssecretaris.

2.

Formele toelichting

De vaststelling van wetten geschiedt door de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk. De meeste wetsvoorstellen worden door de regering ingediend.

Zolang een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer aanhangig is, kan het worden gewijzigd door de regering en ook (ingevolge het in artikel 84 opgenomen recht van amendement) door de Tweede Kamer. De regering kan een wetsvoorstel dat bij de Staten-Generaal aanhangig is ook intrekken.

3.

In eenvoudig Nederlands

De regering en de Eerste en Tweede Kamer maken de wetten. Zij doen dit samen.

Uitleg

Dit is een belangrijk artikel. Er staat dat de regering en de Eerste en Tweede Kamer de wetten maken. En dat zij dit samen doen.

De regering of een minister kan dus niet alleen een wet maken. Ze moeten dit altijd samen doen met de Eerste en Tweede Kamer.

Dit is een belangrijk onderdeel van onze democratie. Het betekent dat de mensen die beslissen over onze wetten ook de mensen zijn die de bevolking heeft gekozen: de Eerste Kamer en de Tweede Kamer.

Daarom hebben we in Nederland geen wetten die een meerderheid van de bevolking niet wil. Dat is een belangrijk verschil met een dictatuur. In een dictatuur kan de regering wetten maken die een meerderheid van de bevolking niet wil.

4.

In de visie van Kortmann

In 2008 heeft prof. dr. C.A.J.M. Kortmann een voorstel gedaan voor een "goede grondwet die inzichtelijk en bij de tijd is". Voor dit artikel deed hij de volgende suggestie:

Artikel 8.1

Het parlement stelt de wetten en de begroting vast.

Artikel 8.2

Organieke wetten worden vastgesteld met ten minste een meerderheid van het aantal zittende leden.

Artikel 8.3

Vastgestelde wetten en de begroting behoeven bekrachtiging door de regering.

6.

Literatuur

Wetenschappelijk

  • Handboek van het Nederlandse staatsrecht, Van der Pot (bewerkt door D.J. Elzinga, R. de Lange), 15e druk, De wetgeving, blz 649 t/m 668.
  • G. Visscher, Parlementaire invloed op wetgeving. Inventarisatie en analyse van de invloed van beide Kamers der Staten-Generaal op de wetgevende activiteiten van de kabinetten-Marijnen tot en met -Lubbers I, (dissertatie, 1994)
  • I.C. van der Vlies, Handboek wetgeving, 2e druk (1991)
 

7.

Ontwikkeling artikel

1798

Het Vertegenwoordigend Lichaam is datgene, welk het geheele Volk vertegenwoordigt, en, in deszelfs naam, wetten geeft, overeenkomstig het voorschrift der Staatregeling.

1805

Het vaststellen van Wetten behoort aan de Vergaderig van Hun Hoog Mogende.

1806

De Wet wordt in Holland vastgesteld door zamenstemming van den Koning en het Wetgevend Ligchaam.

De Koning kan in sommige gevallen door de Wet speciaal worden geautoriseerd, om het Wetgevend gezag zonder de medewerking der Vergadering van Hun Hoog Mogenden uitteoefenen.

1815

De wetgevende magt wordt gezamenlijk door den Koning en de Staten-Generaal uitgeoefend.

1840: art 106, 1848: art 104, 1887: art 109, 1917: art 109, 1922: art 110, 1938: art 112, 1948: art 112, 1953: art 119, 1956: art 119, 1963: art 119, 1972: art 119
1983

De vaststelling van wetten geschiedt door de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk.

1987: art 81, 1995: art 81, 1999: art 81, 2000: art 81, 2002: art 81, 2005: art 81, 2006: art 81, 2008: art 81, 2017: art 81, 2018: art 81