Artikel 97: Krijgsmacht

96
Artikel 97
98
  • 1. 
    Ten behoeve van de verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede ten behoeve van de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde, is er een krijgsmacht.
  • 2. 
    De regering heeft het oppergezag over de krijgsmacht.

In andere talen:

English "English"
Français "Français"
Deutsch "Deutsch"
Español "Español"

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting

Het Koninkrijk heeft een krijgsmacht. De regering heeft het oppergezag daarover. Zij bepaalt dus waar en wanneer de diverse onderdelen van de krijgsmacht zoals landmacht, marine en luchtmacht worden ingezet. De krijgsmacht heeft tot taak

  • de verdediging van het Koninkrijk
  • de bescherming van de belangen van het Koninkrijk
  • de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde.

2.

Formele toelichting

In 2000 zijn de 'verdedigingsartikelen' in de Grondwet gewijzigd.

De artikelen 97, 98, 99, 100 en 102 werden vervangen door nieuwe artikelen, wat een modernisering van de bepalingen inzake de verdediging betekende. De krijgsmacht kan ook worden ingezet voor internationale vredesoperaties.

3.

In eenvoudig Nederlands

  • 1. 
    Nederland heeft een leger om ons land te beschermen. Het leger is er ook om te zorgen voor de internationale vrede en veiligheid en de bescherming van de mensenrechten.
  • 2. 
    De regering is de hoogste baas van het leger.

Uitleg

Ons leger moet drie dingen doen. De eerste opdracht is dat ons leger ons land moet beschermen. Het leger moet ook landen waarmee wij bevriend zijn beschermen. Dat zijn bijvoorbeeld de landen die lid zijn van de NAVO en de landen die lid zijn van de Europese Unie.

De tweede opdracht is dat het leger zaken moet beschermen die belangrijk zijn voor ons land. Het leger moet bijvoorbeeld de politie helpen bij de veiligheid op straat. Maar het leger helpt soms ook burgers. Bijvoorbeeld bij rampen zoals overstromingen en bosbranden.

De derde opdracht is dat het leger moet helpen bij het zorgen voor de veiligheid en de vrede in de wereld. En bij het beschermen van de mensenrechten.

Nederland is een democratie. Daarom heeft het leger nooit de hoogste macht. Die macht heeft de regering. Dat betekent dat de minister van Defensie de baas is van het leger.

4.

Praktijkvragen

Via de Rijksoverheid komen veel vragen over binnen, zoals:

Hebt u een andere vraag? Bel 1400 (U betaalt alleen de gebruikelijke belkosten).

5.

Ontwikkeling artikel

1798

Het Bataafsche Volk vat nimmer de waapenen op, dan ter handhavinge zijner vrijheid, ter bewaaringe van zijn grondgebied, en ter verdediging zijner Bondgenooten. Het beveelt, tot dat einde, eene zorgvuldige inrigting zijner Krijgsmagt, bovenal ter Zee, als het bolwerk van den nationaalen voorspoed.

Het gelast de stipste onzijdigheid van het Bestuur ten aanzien der mogendheden. Het bewaart, zooveel mooglijk, den vrede met alle Volken, en koomt zijne verbindtenissen met denzelven heiliglijk na. Het eerbiedigt derzelver regten, en wil, dat, in tijd van Oorlog, de rampen der menschheid, bij wederzijdsch verdrag, zoo veel doenlijk, verzagt worden.

1814

Dienvolgens is het ook ten allen tijde eene der eerste zorgen van den Souvereinen Vorst, dat er eene toereikende Zee- en Landmagt onderhouden worde, aangeworven uit vrijwilligers, het zij inboorlingen of vreemden, ten einde te dienen in of buiten Europa naar de omstandigheden.

1815: art 204, 1840: art 202, 1848: art 178
1887

Tot bescherming der belangen van den Staat is er eene zee- en eene landmacht, bestaande uit vrijwillig dienenden en uit dienstplichtigen.

De wet regelt den verpligten krijgsdienst. Zij regelt ook de verpligtingen, die aan hen, die niet tot de zee- of landmagt behooren, ten aanzien van 's Lands verdediging opgelegd kunnen worden.

1917: art 181, 1922: art 182, 1938: art 188, 1948: art 188, 1953: art 195
1956

Tot bescherming der belangen van de Staat is er een krijgsmacht, bestaande uit vrijwillig dienenden en uit dienstplichtigen.

De wet regelt de verplichte krijgsdienst. Zij regelt ook de verplichtingen, die aan hen, die niet tot de krijgsmacht behoren, ten aanzien van 's Lands verdediging opgelegd kunnen worden.

1963: art 195, 1972: art 195
1983
  • 1. 
    Tot bescherming der belangen van de staat is er een krijgsmacht, bestaande uit vrijwillig dienenden en uit dienstplichtigen.
  • 2. 
    De regering heeft het oppergezag over de krijgsmacht.
  • 3. 
    De wet regelt de verplichte krijgsdienst. Zij regelt ook de verplichtingen die aan hen, die niet tot de krijgsmacht behoren, ten aanzien van 's lands verdediging opgelegd kunnen worden.
1987: art 98
1995
  • 1. 
    Tot bescherming van de belangen van de staat is er een krijgsmacht die bestaat uit vrijwillig dienenden en mede kan bestaan uit dienstplichtigen.
  • 2. 
    De regering heeft het oppergezag over de krijgsmacht.
  • 3. 
    De wet regelt de verplichte krijgsdienst en de bevoegdheid tot opschorting van de oproeping in werkelijke dienst. Zij regelt ook de verplichtingen die aan hen, die niet tot de krijgsmacht behoren, ten aanzien van 's lands verdediging opgelegd kunnen worden.
1999: art 98
2000
  • 1. 
    Ten behoeve van de verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede ten behoeve van de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde, is er een krijgsmacht.
  • 2. 
    De regering heeft het oppergezag over de krijgsmacht.
2002: art 97, 2005: art 97, 2006: art 97, 2008: art 97, 2017: art 97