Hoofdstuk II - Van de integratie van de EGKS en van de EDG binnen de Gemeenschap

Inhoudsopgave van deze pagina:

56.

Uitoefening van de bevoegdheden van de EGKS en de EDG

De Gemeenschap oefent met inachtneming van het gestelde in artikel 5 de bevoegdheden uit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en die van de Europese Defensie Gemeenschap.

57.

Verdragen tot oprichting van de EGKS en van de EDG blijven van kracht

Rekening houdend met de artikelen 5 en 56 blijven de bepalingen van de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en van de Europese Defensie Gemeenschap van kracht, behoudens het bepaalde in de artikelen 39, 58 tot 65 [dit hoofdstuk], 109 en 116 en het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Gemeenschap.

58.

Goedkeuring door Europees Parlement van beschikkingen door Hoge Autoriteit

De beschikkingen, die de Hoge Autoriteit of het Commissariaat gemachtigd zijn te nemen volgens het bepaalde in de eerste alinea van artikel 95 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en van artikel 124 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Defensie Gemeenschap, worden aan de voorafgaande goedkeuring van het Parlement onderworpen.

In geval van dringende noodzaak worden de genomen beschikkingen onverwijld ter latere bekrachtiging aan het Parlement voorgelegd.

59.

Integratie van de EGKS en van de EDG binnen de Gemeenschap

De integratie van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en van de Europese Defensie Gemeenschap binnen de Gemeenschap zal tijdens een aanpassingsperiode van ten hoogste twee jaar, te rekenen van de oprichting van de Kamer der Volkeren af, in toenemende mate worden verwezenlijkt.

60.

Integratie van de Instellingen van de EGKS en de EDG

  • 1. 
    Van de oprichting van de Kamer der Volkeren af treedt het Parlement in de plaats van de Gemeenschappelijke Vergadering van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en van de Europese Defensie Gemeenschap en oefent haar bevoegdheden uit met inachtneming van de in artikel 62, lid 1 (ii) bedoelde overgangsmaatregel.
  • 2. 
    Van de inwerkingtreding van dit Verdrag af :
    • treedt de Raad van Nationale Ministers in de plaats van de Bijzondere Raden van Ministers van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en van de Europese Defensie Gemeenschap en oefent hij hun bevoegdheden uit;
    • wordt de in dit Statuut bedoelde rechtspraak uitgeoefend door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en van de Europese Defensie Gemeenschap.

61.

Controle door Europese Uitvoerende Raad tijdens overgangsperiode

Gedurende de in artikel 59 bepaalde periode oefenen de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Commissariaat van de Europese Defensie Gemeenschap hun functies uit onder de verantwoordelijkheid en de contrôle van de Europese Uitvoerende Raad.

62.

Overgangsbepalingen

  • 1. 
    Gedurende de in artikel 59 bepaalde periode:

    (i) hebben de Voorzitter van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Voorzitter van het Commissariaat van de Europese Defensie Gemeenschap van rechtswege zitting in de Europese Uitvoerende Raad en zijn stemgerechtigd;

    (ii) behoudt de Voorzitter van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal zijn rechtspositie, zoals deze uit het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal voortspruit. De in artikel 24 van dat Verdrag geregelde verantwoordelijkheid kan slechts in de Senaat in het geding komen.

  • 2. 
    Zodra de eerste Europese Uitvoerende Raad zijn functies aanvaard heeft, is het Commissariaat van de Europese Defensie Gemeenschap verantwoordelijk tegenover het Parlement, op dezelfde wijze als de Europese Uitvoerende Raad.

63.

Opheffing Commissariaat EDG, wijzigingen in Hoge Autoriteit EGKS

Na het verstrijken van de in artikel 59 bepaalde periode en rekening houdend met de artikelen 5 en 56:

  • 1. 
    treedt de Europese Uitvoerende Raad in de plaats van het Commissariaat van de Europese Defensie Gemeenschap en oefent diens bevoegdheden uit;
  • 2. 
    blijft de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal bestaan als een collegiaal bestuursorgaan. De leden worden door de Europese Uitvoerende Raad benoemd op voordracht van de nationale Regeringen. Het oefent zijn functies uit onder leiding en toezicht van de Europese Uitvoerende Raad, overeenkomstig de bepalingen van artikel 88.

64.

Begroting en financiering tijdens overgangsperiode

  • 1. 
    Het begrotings- en financieringsstelsel van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal blijft van toepassing gedurende de in artikel 59 bepaalde periode.
  • 2. 
    Met ingang van de oprichting van de Kamer der Volkeren wordt de begroting van de Europese Defensie Gemeenschap goedgekeurd door het Parlement volgens het bepaalde in artikel 76 van dit Verdrag.
  • 3. 
    Na het verstrijken van de in artikel 59 bepaalde periode treedt de regeling voorzien in de artikelen 75-81 in werking ; nochtans blijft de bestemming der ontvangsten die voortspruiten uit de toepassing van de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Defensie Gemeenschap gehandhaafd.

65.

Rol Europese Uitvoerende Raad tijdens overgangsperiode

Tijdens de in artikel 59 bepaalde periode neemt de Europese Uitvoerende Raad de beslissingen, die vereist zijn voor de tenuitvoerlegging van de artikelen 5 en 56.

Wanneer deze maatregelen een herziening van een of meer andere bepalingen van de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en van de Europese Defensie Gemeenschap medebrengen dan die, welke reeds door dit Verdrag, met name door de artikelen 5, 56 en 59 tot 64 [is dit hoofdstuk] worden gewijzigd, zal deze herziening overeenkomstig de artikelen 59 tot 64 geschieden.

66.

Inwerkingtreding Verdrag tot oprichting van de Europese Defensie Gemeenschap

De bepalingen van dit Verdrag, welke betrekking hebben op de Europese Defensie Gemeenschap, zijn eerst van toepassing wanneer dit Verdrag alsmede het Verdrag tot oprichting van de Europese Defensie Gemeenschap beide van kracht zijn.