Hoofdstuk V - Van de economische bevoegdheden der Gemeenschap

Inhoudsopgave van deze pagina:

82.

De gemeenschappelijke markt

De Gemeenschap heeft tot taak tussen de deelnemende Staten geleidelijk een gemeenschappelijke markt tot stand te brengen, die gegrondvest is op het vrije verkeer van goederen, geld en personen onder toepassing van de in de artikelen 2, 3 en 4 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal geformuleerde beginselen.

Voor de verwezenlijking van de in de eerste alinea genoemde taak heeft de Gemeenschap tot opdracht de coördinatie te bevorderen van de politiek op financieel en monetair terrein en van de credietpolitiek.

De Gemeenschap is bevoegd om de nodige maatregelen te nemen overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 84 tot 87.

83.

Vrijheid van vestiging, vrijheid van beweging

Na het in werking treden van dit Verdrag hebben alle onderdanen van de deelnemende Staten, die dienst hebben gedaan bij de gewapende Europese macht, het recht zich vrijelijk te verplaatsen binnen de Gemeenschap en vrijheid van vestiging op het grondgebied van een deelnemende Staat onder dezelfde voorwaarden, welke voor de onderdanen van het land van vestiging gelden.

Dezelfde vrijheden gelden voor de onderdanen der deelnemende Staten, die geboren worden na het in werking treden van dit Verdrag.

84.

Overgangsbepalingen

  • 1. 
    De Gemeenschap kan de in artikel 82 bedoelde bevoegdheden niet uitoefenen dan na het verstrijken van een termijn van een jaar na het van kracht worden van dit Verdrag.
  • 2. 
    Na afloop van de in het vorige lid gestelde termijn en gedurende een tijdvak van vijf jaar, worden de krachtens artikel 82 te nemen maatregelen ontworpen door de Europese Uitvoerende Raad in overeenstemming met de Raad van Nationale Ministers, die met eenparigheid van stemmen besluit, nadat zijn leden zo zij dit nodig oordelen hun onderscheiden Parlementen hebben geraadpleegd. Deze ontwerpen worden het Parlement van de Gemeenschap ter goedkeuring voorgelegd. De daarin vervatte bepalingen worden als wetten van de Gemeenschap afgekondigd.
  • 3. 
    Aan het einde van dit tijdvak worden de krachtens artikel 82 te nemen maatregelen ontworpen door de Europese Uitvoerende Raad in overeenstemming met de Raad van Nationale Ministers. Deze ontwerpen worden ter goedkeuring voorgelegd aan de Kamer der Volkeren, die met een gewone meerderheid besluit en aan de Senaat die hierover met twee derde meerderheid moet beslissen. De daarin vervatte bepalingen worden als wetten van de Gemeenschap afgekondigd.

85.

Europees Wederaanpassingsfonds

  • 1. 
    Teneinde de geleidelijke totstandkoming van de gemeenschappelijke markt, bedoeld in artikel 82, te vergemakkelijken, wordt een Europees Wederaanpassingsfonds ingesteld, dat bestemd is, ingeval daaraan behoefte bestaat, hulp te verlenen aan ondernemingen en arbeiders; de aard van deze hulpverlening is bepaald in artikel 56 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal.

    Verzoeken tot het verlenen van bijstand kunnen ook door de Regeringen van de deelnemende Staten worden ingediend.

  • 2. 
    Dit Fonds wordt gevoed:

    (i) door bijdragen van de deelnemende Staten;

    (ii) door leningen van de Gemeenschap;

    (iii) door een jaarlijkse heffing van ten hoogste 5 ten honderd over het bedrag van de bestellingen, die gedaan zijn ter uitvoering van de in artikel 101 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Defensie Gemeenschap bedoelde programma's.

    Het tarief van de heffing, binnen de hierboven bepaalde grenzen, en de wijze van heffing en inning worden door een wet van de Gemeenschap bepaald.

  • 3. 
    Het Fonds wordt door de Europese Uitvoerende Raad beheerd onder contrôle van het Parlement.

    De Economische en Sociale Raad kan geraadpleegd worden over het beheer en de werkzaamheden van het Fonds.

86.

Beroepsmogelijkheden bij het Hof

Een of meer deelnemende Staten kunnen bij het in artikel 73 bedoelde scheidsgerecht in beroep komen en indien deze instantie nog niet gevormd is, bij het Hof, inzake de door de Gemeenschap krachtens artikel 84, lid 3, genomen maatregelen, als zij van mening zijn dat deze maatregelen ernstige en duurzame verstoringen kunnen veroorzaken in hun volkshuishouding.

Door het scheidsgerecht of door het Hof wordt, op verzoek van de belanghebbende Staat of Staten, het werkelijke bestaan van deze moeilijkheden of een op handen zijnde dreiging daarvan vastgesteld. Op verzoek van dezelfde Staat of Staten schorst het Hof of het scheidsgerecht de toepassing van de maatregelen totdat door de bevoegde instelling van de Gemeenschap de nodige maatregelen ter vermijding van deze moeilijkheden zijn aangenomen.

Het scheidsgerecht of het Hof beslist met spoed. Het stelt de Voorzitter van iedere Kamer op de hoogte van de indiening van het verzoek en vervolgens van zijn beslissingen.

87.

Verplichting van deelnemende Staten om advies bij Europese Uitvoerende Raad in te winnen

De deelnemende Staten winnen het advies van de Europese Uitvoerende Raad in alvorens met elkander overeenkomsten aan te gaan, waardoor het goederenverkeer en de uitwisseling van arbeidskrachten kunnen worden beperkt, of alvorens maatregelen te treffen, die, inzonderheid op monetair gebied, dezelfde gevolgen zouden kunnen hebben.

Indien de Europese Uitvoerende Raad vaststelt, dat dergelijke maatregelen met de doeleinden van dit Verdrag, inzonderheid met de doelstellingen van artikel 82, in strijd zijn of er toe leiden ernstige en permanente verstoringen in de volkshuishouding van de deelnemende Staten te veroorzaken dan wel de toepassing van de maatregelen, voorzien bij artikel 67 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal zouden medebrengen kan de Europese Uitvoerende Raad, met goedkeuring van de Raad van Nationale Ministers, de vereiste voorstellen doen aan de Regeringen van de betrokken deelnemende Staten.