Artikel 92: Toelaatbare en ontoelaatbare staatssteun

91
Artikel 92
93
  • 1. 
    Behoudens de afwijkingen waarin dit Verdrag voorziet, zijn steunmaatregelen van de Staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde produkties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de Lid-Staten ongunstig beïnvloedt.
  • 2. 
    Met de gemeenschappelijke markt zijn verenigbaar:
    • a) 
      steunmaatregelen van sociale aard aan individuele verbruikers op voorwaarde dat deze toegepast worden zonder onderscheid naar de oorsprong van de produkten,
    • b) 
      steunmaatregelen tot herstel van de schade veroorzaakt door natuurrampen of andere buitengewone gebeurtenissen,
    • c) 
      steunmaatregelen aan de economie van bepaalde streken van de Bondsrepubliek Duitsland die nadeel ondervinden van de deling van Duitsland, voor zover deze steunmaatregelen noodzakelijk zijn om de door deze deling berokkende economische nadelen te compenseren.
  • 3. 
    Als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt kunnen worden beschouwd:
    • a) 
      steunmaatregelen ter bevordering van de economische ontwikkeling van streken waarin de levensstandaard abnormaal laag is of waar een ernstig gebrek aan werkgelegenheid heerst,
    • b) 
      steunmaatregelen om de verwezenlijking van een belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang te bevorderen of een ernstige verstoring in de economie van een Lid-Staat op te heffen,
    • c) 
      steunmaatregelen om de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid of van bepaalde regionale economieën te vergemakkelijken, mits de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt daardoor niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad. Echter worden de op 1 januari 1957 bestaande steunmaatregelen voor de scheepsbouw, doch slechts in de mate waarin deze overeenkomen met het ontbreken van douanebescherming, geleidelijk verminderd overeenkomstig de bepalingen die gelden voor het afschaffen van de douanerechten, onder voorbehoud van de bepalingen van dit Verdrag betreffende de gemeenschappelijke handelspolitiek ten aanzien van derde landen,
    • d) 
      andere soorten van steunmaatregelen aangewezen bij besluit van de Raad, genomen met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, op voorstel van de Commissie.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting Nederlandse regering

Lid 1

Lid 1 behelst de grondregel. Hij richt zich tegen alle vormen van steun, rechtstreeks of zijdelings door middel van de Overheid bekostigd, waardoor het handelsverkeer tussen de Lid-Staten ongunstig wordt beïnvloed en de mededinging tussen ondernemingen of categorieën van ondernemingen kan worden vervalst.

De bepaling heeft niet alleen betrekking op financiële steun van de Staten, maar ook van de lagere publiekrechtelijke organen. Zij dekt zowel het geval van bijdragen uit de kas van de Overheid als van ontheffing van financiële lasten, die normaliter zouden moeten worden ondergebracht.

Afwijkingen van dit beginsel zijn voorzien in de leden 2 en 3 van dit artikel. Voorts zijn afwijkingen voorzien in de landbouw (artikel 42) en op het gebied van het vervoer (artikel 77).

Lid 2

Lid 2 behelst een aantal uitzonderingen, welke van rechtswege gelden; een voorafgaande toestemming of beoordeling van de organen der Gemeenschap is niet noodzakelijk. Dit betekent niet, dat de Staten, die onder de dekmantel van deze uitzonderingen misbruik zouden maken van de toegestane vrijheid, niet in gebreke gesteld zouden kunnen worden.

De algemene bevoegdheid van de Europese Commissie, in de artikelen 93 en 169 voorzien, biedt hier voldoende waarborgen. Dit kan met name van belang zijn voor steunmaatregelen, genoemd onder c van dit lid, in Duitsland, welke verband houden met de verdeling van dat land. Tot de gebieden, welke deze steun krijgen, behoren o.m. Berlijn, de Saar en een strook langs de interzonale demarcatielijn (zie ook artikel 82).

Lid 3

Lid 3 maakt verdere uitzonderingen op de algemene regel van het eerste lid mogelijk. Het vermeldt drie categorieën. Of een bepaalde maatregel daaronder valt en, zo ja, of hij dan voor een uitzonderingsbehandeling in aanmerking komt, is een zaak, die aan de Europese Commissie ter beoordeling is overgelaten.

De omschrijving der gevallen is zo ruim gehouden, dat het mogelijk is door toepassing van deze bepalingen tot een zeker gemeenschappelijk subsidiebeleid te komen. Voor zover de omschrijvingen daartoe nog te veel beperkingen zouden bevatten, voorziet het gestelde in lid 3, onder d, en voorts artikel 93, lid 2, alinea 3, de mogelijkheid van verdere verruiming.

Onder c is een speciale bepaling opgenomen m.b.t. subsidies aan, de scheepsbouw, voor zover deze bedoeld zijn dezelfde functie te vervullen als invoerrechten. Deze subsidies moeten geleidelijk worden afgeschaft; de Europese Commissie heeft hier geen mogelijkheid een andere beslissing te treffen; slechts de Raad zou dat, met eenparigheid van stemmen, kunnen doen.

Uitzondering voor vervoer

Artikel 77 vormt een uitzondering op het algemene subsidieverbod van artikel 92. Het betreft hier financiële steun aan vervoerondernemingen ten behoeve van de vervoercoördinatie. Het compenseren van bepaalde lasten, welke een uitvloeisel kunnen zijn van het karakter van openbare dienst van sommige transportondernemingen, vormt hiervan eigenlijk een onderdeel.

Nederland is geen voorstander van deze bepaling geweest. De overweging echter, dat dit voorschrift enerzijds bepaalde grenzen aan de subsidieverlening stelt en anderzijds in sommige gevallen kan voorkomen, dat een streven ontstaat naar uitbreiding van bepaalde lasten tot andere, concurrerende vervoertakken, heeft ertoe geleid, dat de Nederlandse Regering ook dit artikel niet onaanvaardbaar acht.

2.

Ontwikkeling artikel

1957
  • 1. 
    Behoudens de afwijkingen waarin dit Verdrag voorziet, zijn steunmaatregelen van de Staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde produkties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de Lid-Staten ongunstig beïnvloedt.
  • 2. 
    Met de gemeenschappelijke markt zijn verenigbaar:
    • a) 
      steunmaatregelen van sociale aard aan individuele verbruikers op voorwaarde dat deze toegepast worden zonder onderscheid naar de oorsprong van de produkten,
    • b) 
      steunmaatregelen tot herstel van de schade veroorzaakt door natuurrampen of andere buitengewone gebeurtenissen,
    • c) 
      steunmaatregelen aan de economie van bepaalde streken van de Bondsrepubliek Duitsland die nadeel ondervinden van de deling van Duitsland, voor zover deze steunmaatregelen noodzakelijk zijn om de door deze deling berokkende economische nadelen te compenseren.
  • 3. 
    Als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt kunnen worden beschouwd:
    • a) 
      steunmaatregelen ter bevordering van de economische ontwikkeling van streken waarin de levensstandaard abnormaal laag is of waar een ernstig gebrek aan werkgelegenheid heerst,
    • b) 
      steunmaatregelen om de verwezenlijking van een belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang te bevorderen of een ernstige verstoring in de economie van een Lid-Staat op te heffen,
    • c) 
      steunmaatregelen om de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid of van bepaalde regionale economieën te vergemakkelijken, mits de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt daardoor niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad. Echter worden de op 1 januari 1957 bestaande steunmaatregelen voor de scheepsbouw, doch slechts in de mate waarin deze overeenkomen met het ontbreken van douanebescherming, geleidelijk verminderd overeenkomstig de bepalingen die gelden voor het afschaffen van de douanerechten, onder voorbehoud van de bepalingen van dit Verdrag betreffende de gemeenschappelijke handelspolitiek ten aanzien van derde landen,
    • d) 
      andere soorten van steunmaatregelen aangewezen bij besluit van de Raad, genomen met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, op voorstel van de Commissie.
2002
  • 1. 
    Behoudens de afwijkingen waarin dit Verdrag voorziet, zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt, voorzover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt.
  • 2. 
    Met de gemeenschappelijke markt zijn verenigbaar:
    • a) 
      steunmaatregelen van sociale aard aan individuele verbruikers op voorwaarde dat deze toegepast worden zonder onderscheid naar de oorsprong van de producten;
    • b) 
      steunmaatregelen tot herstel van de schade veroorzaakt door natuurrampen of andere buitengewone gebeurtenissen;
    • c) 
      steunmaatregelen aan de economie van bepaalde streken van de Bondsrepubliek Duitsland die nadeel ondervinden van de deling van Duitsland, voorzover deze steunmaatregelen noodzakelijk zijn om de door deze deling berokkende economische nadelen te compenseren.
  • 3. 
    Als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt kunnen worden beschouwd:
    • a) 
      steunmaatregelen ter bevordering van de economische ontwikkeling van streken waarin de levensstandaard abnormaal laag is of waar een ernstig gebrek aan werkgelegenheid heerst;
    • b) 
      steunmaatregelen om de verwezenlijking van een belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang te bevorderen of een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen;
    • c) 
      steunmaatregelen om de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid of van bepaalde regionale economieën te vergemakkelijken, mits de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt daardoor niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad;
    • d) 
      steunmaatregelen om de cultuur en de instandhouding van het culturele erfgoed te bevorderen, wanneer door deze maatregelen de voorwaarden inzake het handelsverkeer en de mededingingsvoorwaarden in de Gemeenschap niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad;
    • e) 
      andere soorten van steunmaatregelen aangewezen bij besluit van de Raad, genomen met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, op voorstel van de Commissie.