Artikel 95: Non-discriminatie bij fiscalisering produkten

94
Artikel 95
96

De Lid-Staten heffen op produkten van de overige Lid-Staten, al dan niet rechtstreeks, geen hogere binnenlandse belastingen van welke aard ook dan die welke, al dan niet rechtstreeks, op gelijksoortige nationale produkten worden geheven.

Bovendien heffen de Lid-Staten op de produkten van de overige Lid-Staten geen zodanige binnenlandse belastingen, dat daardoor andere produkties zijdelings worden beschermd.

Uiterlijk aan het begin van de tweede etappe zullen de Lid-Staten de bepalingen die bij de inwerkingtreding van dit Verdrag bestaan en strijdig zijn met bovengenoemde regels afschaffen of herzien.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting Nederlandse regering

De concurrentieverhoudingen binnen de Gemeenschap kunnen, behalve door de hiervoor besproken steunmaatregelen van de Staat, ook nadelig worden beïnvloed door de fiscale wetgeving.

In beginsel behouden de Lid-Staten ten volle hun zelfstandigheid ten aanzien van hun fiscale politiek. Ten einde het vrije goederenverkeer binnen de Gemeenschap niet te belemmeren door een ongelijkheid van behandeling op fiscaal gebied, is ten aanzien van de indirecte belastingen bepaald zoals ook reeds in de Overeenkomst voor Tarieven en Handel was geschied dat elke discriminatie vermeden dient te worden.

De eerste jaren van de Gemeenschappelijke Markt voor Kolen en Staal hebben reeds geleerd, dat de toepassing van de indirecte belastingen geredelijk tot verschil van mening aanleiding kan geven.

Artikel 95 bepaalt, dat produkten, herkomstig uit andere Lid-Staten, niet zwaarder door binnenlandse belastingen mogen worden getroffen dan soortgelijke nationale produkten en dat vermeden moet worden, dat door de heffing van binnenlandse belastingen ten aanzien van goederen, ingevoerd uit partnerlanden, de produktie in eigen land van substitutieprodukten wordt beschermd. Voor zoveel nodig dient de belastingwetgeving van de Lid-Staten vóór het einde van de eerste etappe met voornoemde bepalingen in overeenstemming te worden gebracht.

2.

Ontwikkeling artikel

1957

De Lid-Staten heffen op produkten van de overige Lid-Staten, al dan niet rechtstreeks, geen hogere binnenlandse belastingen van welke aard ook dan die welke, al dan niet rechtstreeks, op gelijksoortige nationale produkten worden geheven.

Bovendien heffen de Lid-Staten op de produkten van de overige Lid-Staten geen zodanige binnenlandse belastingen, dat daardoor andere produkties zijdelings worden beschermd.

Uiterlijk aan het begin van de tweede etappe zullen de Lid-Staten de bepalingen die bij de inwerkingtreding van dit Verdrag bestaan en strijdig zijn met bovengenoemde regels afschaffen of herzien.

2002

De lidstaten heffen op producten van de overige lidstaten, al dan niet rechtstreeks, geen hogere binnenlandse belastingen van welke aard ook dan die welke, al dan niet rechtstreeks, op gelijksoortige nationale producten worden geheven.

Bovendien heffen de lidstaten op de producten van de overige lidstaten geen zodanige binnenlandse belastingen, dat daardoor andere producties zijdelings worden beschermd.