Van de Regtspleging over het Volk van Oorlog

Inhoudsopgave van deze pagina:

298.

Volk van Oorlog onderworpen aan Burgerlijken Regter

Het Volk van Oorlog blijft, zonder onderscheiding van rang, in alle civile zaken, en voords in commune delicten, alleenlijk onderworpen aan den Burgerlijken Regter.

299.

Mandaat Garnisoens-Krijgsraaden

Zoodanige feiten, echter, die in den Dienst, en door den Krijgsman alleen, kunnen worden bedreven, worden aan Garnisoens-Krijgsraaden verwezen, die, op confessie, vonnis wijzen, zonder hooger beroep.

De Wet zal nader bepaalen de gevallen, op welke deze regel toepaslijk zij.

Het Reglement van Krijgs-Tugt (Art. 117) bepaalt derzelver zamenstelling, vooral ten aanzien der Auditeuren Militair, en Fiskaals.

300.

Herziening Vonnissen Garnisoens-Krijgsraaden in tijd van Vrede

In tijd van Vrede, kan, in crimineele gevallen, eene herziening der Vonnissen van genoemde Garnisoens-Krijgsraaden gevorderd worden, om te beöordeelen, of de straf, bij de Wet bepaald, naar behooren is toegepast.

In dat geval, dienen de vijf oudste Hoofd-Officieren van de Brigade, en de naastbijzijnde Auditeur-Militair, mids niet in dezelfde zaak bij den Krijgsraad gediend hebbende.

301.

Hooger beroep bij Hooge Vierschaar

In militaire Vonnissen, door Garnisoens-Krijgsraaden zonder confessie geslagen, zal een hooger beroep zijn op eene Hooge Vierschaar.

Dezelve zal bestaan uit vijf Hoofd-Officieren, en een Fiskaal.

De Wet bepaalt, in dit geval, de werkzaamheden van den Agent van Oorlog, en de betrekkingen van den Fiskaal en der Auditeurs-Militair, gelijk mede de wijze van zamenstelling dezer Vierschaar.

302.

Krijgsraad voor mariniers

Eene gelijksoortige vorming en werking van Krijgsraaden heeft plaats, ten aanzien der Mariniers, zoodra zij zig aan boord van 's Lands Schepen bevinden.

De wet maakt ook, ten dezen opzigte, zoortgelijke bepaalinge , als in Art. 300 tot 302 zijn uitgedrukt.