Artikel 134: Censuskiesregt bij stemmen over openvallende plaatsen in Kiezers-kollegiën; stemprocedure

133
Artikel 134
135

De openvallende plaatsen, in de kiezers-kollegiën, worden vervuld bij meerderheid van stemmen der gezeten burgeren, eene zekere, in iedere stad bij het stedelijk reglement te bepalen som betalende in de beschrevene middelen. Daar over brengt elk dier burgeren eens in het jaar zijne stem uit, bij behoorlijk geteekende en gesloten briefjes, die aan de huizen opgehaald worden van wege de regering.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting Staatsblad

De verkiezing der leden van de Staten-Generaal is ook bij het nieuwe ontwerp aan de provinciale Staten verbleven: daar deze toch middellijk of onmiddellijk door de natie zelve verkozen worden, zoo zoude het geheel overtollig zijn een ander kieskollegie, ten gemelden einde, opterigten. Het is boven dien geheel overeenkomstig met den geest der grondwet, die zonder aanleiding te geven tot alle de ongelegenheden van eigenlijk gezegde volksvergaderingen, alle de gestelde magten als schakels van eene gemeene keten beschouwd, door van de een tot de andere af te dalen, zelfs eindelijk tot de lagere standen der maatschappij, welke, hoezeer een gering gedeelte in de vervulling der behoeften van den staat bijdragende, echter belang hebben in de nationale vertegenwoordiging (art. 133, 134).

Ten aanzien van het getal der leden, door elke tot de vergadering der Staten-Generaal te benoemen, heeft eenig verschil van gevoelen plaats gehad. Sommige leden der commissie waren van meening, dat daartoe de bevolking als de eenvoudigste, billijkste en zekerste grond in aanmerking komen moest, en bragten vele redenen en voorbeelden bij tot staving van dit gevoelen; anderen dachten, dat de juistheid van dezen grond, en vooral ook deszelfs toepassing op de vereeniging onzer provinciën met klem kon worden tegengesproken, en er wierd wijders aangemerkt dat de buitenlandsche bezittingen, welke de noordelijke provinciën tot moederland hebben, de uitgebreidheid van den handel daaruit geboren, en de millioenen inwoners onder hare regering hebbende, niet gedoogden den grondslag voor de vertegenwoordiging, enkel in de Europeesche bevolking te zoeken; eindelijk dat het eenige middel tot vestiging van eene opregte, en altoosdurende vereeniging tusschen de twee gedeelten van het Rijk was een geheel gelijke vertegenwoordiging van beiden. Met dit gevoelen heeft zich de meerderheid vereenigd.

Het getal van leden uit elk der noordelijke provinciën is hetzelfde gebleven; dat der zuidelijke is op een billijke wijze, en in evenredigheid zoo van het getal der ingezetenen, als van dat der gedeputeerden, door welke zij reeds waren vertegenwoordigd, geregeld (art. 79.)

Dan er is een ander deel der Staten-Generaal, Sire! hetwelk wij meenen dat niet behoort te worden afgewisseld. De vergrooting van den Staat, de rang dien dezelve onder de Volken van Europa bekleedt, de verschillende bestanddeelen waaruitdezelve is zamengesteld, deszelfs meer ingewikkelde belangen maakten ons ten pligt met de ondervinding te rade te gaan.

Ten einde dan alle overijling in de raadpleging te voorkomen, in moeijelijke tijden aan de driften heilzame palen te stellen, den Troon te omringen door een bolwerk, waar tegen alle partijen afstuiten, aan de natie eene volkomen zekerheid te waarborgen tegen alle willekeurige uitbreiding van gezag, oordeelden wij het nuttig, Sire! op het voorbeeld van magtige Rijken en bloeijende Gemeenebesten de Vertegenwoordiging des Volks in twee kamers aftedeelen; wij hebben te dezen aanzien echter geene vreemde instellingen nagevolgd, welke met onze zeden niet waren overeen te brengen; wij hebben de gronden en Wijziging dezer instelling gezocht in het wezenlijk doel van dezelve.

Aan de afdeeling der Staten-Generaal daargesteld met oogmerk om driften en dwalingen van het oogenblik tegen te gaan, is niet toegekend het regt om eenige voorstellen te doen, - zij behoort enkel lijdelijk te wezen, en bepaalt zich alzoo tot de aanneming of verwerping der voorsteHen aan hun gezonden, - voorzichtigheid en wijsheid zijn de groote vereischten in hare leden, - de ontworpen grondwet vordert een ouderdom van 40 jaren.

De grootste waarborg, welken zij aan den Staat kunnen geven, is het groot belang, dat zij zelven bij het algemeen welzijn hebben; - zij worden daarom gekozen uit hen, die door diensten aan den Staat bewezen, door hunne geboorte, of door hun vermogen tot de aanzienlijkste van den lande behooren. - Niets is er bijna, wat elk mensch krachtdadiger zoekt te handhaven, dan persoonlijke achting en aanzien, en de herinnering en de belooning der diensten door hem beweezen: hartelijk dus moet de verkleefdheid zijn aan het Vaderland, van hen, die het aanzijn, dat hij geniet, verschuldigd is aan eenen naam dien zijne voorouders door werkelijke diensten aan het Vaderland verëdeld hebben. - De Bezitters van een groot vermogen, in vaste goederen gevestigd, aan den Staat verstrekt, of nuttiglijk in den handel aangelegd, zullen buiten twijfel zorgvuldig waken, dat geen bron van algemeene welvaart worde gestopt of uitgedroogd.

Om hen eene nuttige onafhankelijkheid te bezorgen, hebben wij voorgedragen dat zij voor hun leven zullen worden aangesteld. - Hunne benoeming staat geheel aan den Koning. De geest der monarchie en het belang der natie vorderen dit om strijd; daardoor bekomt de Vorst op de eerste standen der maatschappij eenen invloed, welks nut zich allerwege verspreid. - Wij hebben ons steeds ten vasten regel uitgekozen, de grondwet overeen te brengen met den waren aard eener gematigde monarchie (art. 80.)

2.

Ontwikkeling artikel

1798

Zij, die zig mogen doen inschrijven in zoodanig Stemregister, moeten hebben de navolgende vereischten:

  • a. 
    Dat zij den vollen ouderdom van twintig jaaren hebben bereikt, in de lasten der Maatschappij hun aandeel dragen, en, Inboorlingen zijnde, ten minsten geduurende de laatste twee Jaaren, doch, Vreemdelingen zijnde, ten minsten geduurende de laatste tien Jaaren, in deze Republiek hunne vaste woonplaats gehouden hebben, en in staat zijn de Nederduitsche Taal te lezen en te schrijven.

    Dit laatste vereischte zal, onmiddellijk na de aanneming der Staatsregeling, gelden, ten aanzien van allen, die door het Volk tot eenige openbaare daad, post, of ambt, geroepen worden; doch voor het overige, een jaar na de invoering dezer Staatsregeling, ten aanzien van alle Stembevoegden, die alsdan in het Stemregister worden ingeschreven.

    Ook kunnen Vreemdelingen, die de Republiek te Water of te Lande gediend hebben, volstaan met eene inwooning van zeven jaaren.

  • b. 
    Dat zij in handen van den Vóórzitter van het Plaatslijk Bestuur, hebben afgelegd, en geteekend de navolgende Verklaaring :

    "Ik houde het Bataafsche Volk voor een vrij en onafhanglijk Volk, en beloof aan hetzelve trouw. Ik verklaar mijnen onveranderlijken afkeer van het Stadhouderlijk Bestuur, het Foederalismus, de Aristocratie en Regeeringloosheid. Ik beloof, dat ik, in alle mijne verrigtingen, hetzij als stemoefenend Burger, hetzij als Kiezer, alle de voorschriften der Staatsregeling getrouwlijk zal opvolgen, en nimmer mijne Stem geven aan iemand, wien ik houde te zijn een voorstander van het Stadhouderlijk, Foederatief Bestuur, de Aristocratie en Regeeringloosheid."

    "Dit verklaar ik op mijne Burgertrouw!"

1801

Om Stemgerechtigd Burger te zyn wordt vereischt;

  • 1. 
    De inschrijving in het Nationaal Stemregister van elke woonplaats;
  • 2. 
    De volle ouderdom van twintig Jaren of Lidmaatschap der Gewapende Burgermagt;
  • 3. 
    Bestendige inwoning binnen de Republiek, geduurende het laatste Jaar voor Inboorlingen, en geduurende de laatste zes Jaren voor Vreemdelingen;
  • 5. 
    Het afleggen van de volgende belofte: "Ik belove trouw aan de Constitutie, en onderwerping aan de Wet."
1805

De Vereischten tot de uitoefening van het Stemregt blijven bij provisie, bepaald op den tegenwoordigen voet. De thans bestaande Voorschriften deswegens kunnen gewijzigd worden overeenkomsig hetalgemeen belang; deze wijzigingen, echter, kunnen nimmer strijdig zijn met de beginselen van Persoonlijke Onafhanklijkheid en eigendommen.

1806

De Wet bepaalt de vereischten tot de uitoefening van het Stemregt, en de wijze, waar op hetzelve zal worden uitgeoefend.

Deze Wet zal echter nimmer kunnen strijdig zijn met de beginzelen van persoonlijke onafhankelijkheid en eigendom.

1814

De open vallende plaatsen in de Kiezers-kollegiën worden vervuld bij meerderheid van stemmen der gezeten burgeren, eene zekere, in elke stad bij het stedelijk reglement te bepalen, som betalende in de beschreven middelen. Daarover brengt elk dier burgeren eens in het jaar zijne stem uit bij behoorlijk geteekende en gesloten briefjes, die aan de huizen opgehaald worden van wege de Regering.

1815: art 134
1840

De openvallende plaatsen, in de kiezers-kollegiën, worden vervuld bij meerderheid van stemmen der gezeten burgeren, eene zekere, in iedere stad bij in de wet te bepalen som betalende in de beschrevene middelen. Daar over brengt elk dier burgeren eens in het jaar zijne stem uit, bij behoorlijk geteekende en gesloten briefjes, die aan de huizen opgehaald worden van wege de regering.

1848

De leden der Tweede Kamer worden in de kiesdistricten, waarin het Rijk verdeeld wordt, gekozen door de meerderjarige ingezetenen, Nederlanders, in het volle genot der burgerlijke en burgerschapsregten, en betalende in de directe belastingen eene som, die overeenkomstig met de plaatselijke gesteldheid, doch niet beneden het bedrag van f 20, noch boven dat van f 160, in de kieswet zal worden vereischt.

1887

De leden der Tweede Kamer worden regtstreeks gekozen door de mannelijke ingezetenen, tevens Nederlanders, die de door de kieswet te bepalen kenteekenen van geschiktheid en maatschappelijken welstand bezitten en den door die wet te bepalen leeftijd, welke niet beneden drie en twintig jaren mag zijn, hebben bereikt.

De wet bepaalt, in hoeverre de uitoefening van het kiesregt wordt geschorst voor de militairen beneden den rang van officier bij de zee- en de landmagt voor den tijd, gedurende welken zij zich onder de wapenen bevinden.

Van de uitoefening van het kiesregt zijn uitgesloten zij, wien dat regt bij regterlijke uitspraak is ontzegd; zij die in gevangenschap of hechtenis zijn; zij die bij regterlijke uitspraak de beschikking of het beheer over hunne goederen hebben verloren; zij die in het burgerlijk jaar, voorafgaande aan de vaststelling der kiezerslijsten, van eene instelling van weldadigheid of van een gemeentebestuur onderstand hebben genoten en, voor zoover de kieswet, hetzij zeker bedrag van den aanslag in eene of meer Rijks directe belastingen, hetzij het bezit van een of meer grondslagen van zoodanigen aanslag als vereischte van kiesbevoegdheid stelt, zij die hun aanslag in die belasting of belastingen niet hebben voldaan.

1917

De leden der Tweede Kamer worden rechtstreeks gekozen door de mannelijke ingezetenen, tevens Nederlanders of door de wet als Nederlandsche onderdanen erkend, die den door de wet te bepalen leeftijd, welke niet beneden drie en twintig jaren mag zijn, hebben bereikt en door de vrouwelijke ingezetenen, die aan gelijke voorwaarden voldoen, indien en voor zoover de wet haar, niet uit hoofde van aan het bezit van maatschappelijken welstand ontleende redenen, kiesbevoegd verklaart. Ieder kiezer brengt slechts ééne stem uit.

De wet bepaalt, in hoeverre de uitoefening van het kiesrecht wordt geschorst voor de militairen bij de zee- en de landmacht voor den tijd, gedurende welken zij zich onder de wapenen bevinden.

Van de uitoefening van het kiesrecht zijn uitgesloten zij, wien dat recht bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak is ontzegd; zij die rechtens van hunne vrijheid zijn beroofd; zij die krachtens onherroepelijke rechterlijke uitspraak wegens krankzinnigheid of zwakheid van vermogens, de beschikking of het beheer over hunne goederen hebben verloren en zij die van de ouderlijke macht of de voogdij over een of meer hunner kinderen ontzet zijn. Aan onherroepelijke veroordeeling tot eene vrijheidsstraf van meer dan een jaar of wegens bedelarij of landlooperij, zoomede aan meer dan twee, binnen een door de wet te bepalen tijdperk vallende, onherroepelijke rechterlijke uitspraken openbare dronkenschap vaststellende, verbindt de wet tijdelijk of blijvend verlies van kiesrecht.

De uitoefening van het kiesrecht is verplicht volgens regels door de wet te stellen.

1922

De leden der Tweede Kamer worden rechtstreeks gekozen door de ingezetenen, tevens Nederlanders of door de wet als Nederlandsche onderdanen erkend, die den door de wet te bepalen leeftijd, welke niet beneden drie en twintig jaren mag zijn, hebben bereikt. Ieder kiezer brengt slechts ééne stem uit.

De wet bepaalt, in hoeverre de uitoefening van het kiesrecht wordt geschorst voor de militairen bij de zee- en de landmacht voor den tijd, gedurende welken zij zich onder de wapenen bevinden.

Van de uitoefening van het kiesrecht zijn uitgesloten zij, wien dat recht bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak is ontzegd; zij die rechtens van hunne vrijheid zijn beroofd; zij die krachtens onherroepelijke rechterlijke uitspraak wegens krankzinnigheid of zwakheid van vermogens, de beschikking of het beheer over hunne goederen hebben verloren en zij die van de ouderlijke macht of de voogdij over een of meer hunner kinderen ontzet zijn. Aan onherroepelijke veroordeeling tot eene vrijheidsstraf van meer dan een jaar of wegens bedelarij of landlooperij, zoomede aan meer dan twee, binnen een door de wet te bepalen tijdperk vallende, onherroepelijke rechterlijke uitspraken openbare dronkenschap vaststellende, verbindt de wet tijdelijk of blijvend verlies van kiesrecht.

1938: art 83, 1948: art 83, 1953: art 90
1956

De leden der Tweede Kamer worden rechtstreeks gekozen door de ingezetenen, tevens Nederlanders of door de wet als Nederlandse onderdanen erkend, die de door de wet te bepalen leeftijd, welke niet beneden drie en twintig jaren mag zijn, hebben bereikt. Ieder kiezer brengt slechts één stem uit.

De wet bepaalt, in hoeverre de uitoefening van het kiesrecht wordt geschorst voor de militairen voor de tijd, gedurende welke zij zich onder de wapenen bevinden.

Van de uitoefening van het kiesrecht zijn uitgesloten zij, wie dat recht bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak is ontzegd; zij die rechtens van hun vrijheid zijn beroofd; zij die krachtens onherroepelijke rechterlijke uitspraak wegens krankzinnigheid of zwakheid van vermogens, de beschikking of het beheer over hun goederen hebben verloren en zij die van de ouderlijke macht of de voogdij over een of meer hunner kinderen ontzet zijn. Aan onherroepelijke veroordeling tot een vrijheidsstraf van meer dan een jaar of wegens bedelarij of landloperij, zomede aan meer dan twee, binnen een door de wet te bepalen tijdperk vallende, onherroepelijke rechterlijke uitspraken openbare dronkenschap vaststellende, verbindt de wet tijdelijk of blijvend verlies van kiesrecht.

1963: art 90
1972

De leden der Tweede Kamer worden rechtstreeks gekozen door de ingezetenen, tevens Nederlanders of door de wet als Nederlandse onderdanen erkend, die de door de wet te bepalen leeftijd, welke niet beneden achttien jaren mag zijn, hebben bereikt. Ieder kiezer brengt slechts één stem uit.

De wet bepaalt, in hoeverre de uitoefening van het kiesrecht wordt geschorst voor de militairen voor de tijd, gedurende welke zij zich onder de wapenen bevinden.

Van de uitoefening van het kiesrecht zijn uitgesloten zij, wie dat recht bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak is ontzegd; zij die rechtens van hun vrijheid zijn beroofd; zij die krachtens onherroepelijke rechterlijke uitspraak wegens krankzinnigheid of zwakheid van vermogens, de beschikking of het beheer over hun goederen hebben verloren en zij die van de ouderlijke macht of de voogdij over een of meer hunner kinderen ontzet zijn. Aan onherroepelijke veroordeling tot een vrijheidsstraf van meer dan een jaar of wegens bedelarij of landloperij, zomede aan meer dan twee, binnen een door de wet te bepalen tijdperk vallende, onherroepelijke rechterlijke uitspraken openbare dronkenschap vaststellende, verbindt de wet tijdelijk of blijvend verlies van kiesrecht.

1983
  • 1. 
    De leden van de Tweede Kamer worden rechtstreeks gekozen door de Nederlanders die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, behoudens bij de wet te bepalen uitzonderingen ten aanzien van Nederlanders die geen ingezetenen zijn.
  • 2. 
    Van het kiesrecht is uitgesloten:
    • a. 
      hij die wegens het begaan van een daartoe bij de wet aangewezen delict bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak is veroordeeld tot een vrijheidsstraf van ten minste een jaar en hierbij tevens is ontzet van het kiesrecht;
    • b. 
      hij die krachtens onherroepelijke rechterlijke uitspraak wegens een geestelijke stoornis onbekwaam is rechtshandelingen te verrichten.
1987: art 54, 1995: art 54, 1999: art 54, 2000: art 54, 2002: art 54, 2005: art 54, 2006: art 54
2008
  • 1. 
    De leden van de Tweede Kamer worden rechtstreeks gekozen door de Nederlanders die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, behoudens bij de wet te bepalen uitzonderingen ten aanzien van Nederlanders die geen ingezetenen zijn.
  • 2. 
    Van het kiesrecht is uitgesloten hij die wegens het begaan van een daartoe bij de wet aangewezen delict bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak is veroordeeld tot een vrijheidsstraf van ten minste een jaar en hierbij tevens is ontzet van het kiesrecht.
2017: art 54, 2018: art 54