32411 - Initiatiefvoorstel Toevoeging aan de Grondwet van handicap en seksuele gerichtheid als non-discriminatiegrond (Grondwetswijziging, eerste lezing)

Dit wetsvoorstel werd op 14 juni 2010 aanhangig gemaakt door de Tweede Kamerleden Van der Ham (D66) , Azough (GL) en Timmer (PvdA) en wordt momenteel verdedigd door de Tweede Kamerleden Özütok (GL) , Bergkamp (D66) en Van den Hul (PvdA) .

 

Dit voorstel is gebaseerd op de overweging, dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot toevoeging van handicap en hetero- of homoseksuele gerichtheid als non-discriminatiegrond.

 

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Stand van zaken

Het wetsvoorstel ligt bij de Tweede Kamer. Het verslag is uitgebracht op 26 november 2012 .

2.

Kerngegevens

Aanhangig gemaakt
14 juni 2010

Volledige titel
Voorstel van wet van de leden Van der Ham, Van Tongeren en Heijnen houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot toevoeging van handicap en hetero- of homoseksuele gerichtheid als non-discriminatiegrond

Ondertekenende bewindslieden

De minister van Algemene Zaken
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Kamercommissies

3.

Uit de memorie van toelichting

De gelijkwaardigheid van mensen is een van de fundamentele beginselen van onze rechtsorde.

Bij de Grondwetherziening in 1983 werd het gelijkheidsbeginsel neergelegd in het eerste artikel. Na de zinsnede dat allen in gelijke gevallen gelijk behandeld worden, werd een tweede toegevoegd waarin het verbod op discriminatie wordt uitgedrukt. Het erkent en verankert ieders gelijkwaardigheid én individualiteit. Tijdens de Kamerbehandeling van de huidige Grondwet sprak toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Van Thijn over artikel 1 als ‘de vlag op de nieuwe Grondwet’. Hiermee onderstreepte hij de grote waarde van het non-discriminatie-artikel. [Noot 1: Kamerstukken II, Handelingen 1981-1982, p. 281.]

Bij het discriminatieverbod werd uiteindelijk gekozen voor een open formulering. Discriminatie werd verboden ‘op welke grond dan ook’. Een vijftal kenmerken – godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras en geslacht – werd daarbij echter expliciet benoemd als ‘bij voorbaat verdachte discriminatiegrond’.

Dit wetsvoorstel dient tot het toevoegen van de gronden ‘handicap’ en ‘hetero- of homoseksuele gerichtheid’. Toevoeging van deze gronden aan artikel 1 Grondwet geeft een sterk signaal af, enerzijds als bevestiging en verankering van hetgeen reeds bereikt is op het vlak van participatie van mensen met een functionele beperking en de gelijke behandeling tussen hetero’s en homo’s, anderzijds deze zaken te bewaken, en voorts aan te sporen deze verder te verbeteren.

Voor deze wijziging is in het verleden meermaals gepleit, zowel in de Tweede Kamer als door maatschappelijke organisaties. In 2001 werd de motie-Rouvoet c.s. aangenomen, waarin de Kamer zich uitsprak voor het opnemen van de grond handicap. Organisaties zoals de Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Nederland (CG-Raad) en de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) hebben hier ook voor gepleit. Ook voor de toevoeging van ‘hetero- of homoseksuele gerichtheid’ is regelmatig gepleit. Niet alleen de CGB en het COC, ook het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) adviseerde om seksuele gerichtheid op te nemen in artikel 1 Grondwet.

Als voldoende reden om gronden toe te voegen aan artikel 1 van de Grondwet wordt doorgaans genoemd dat er maatschappelijke en juridische noodzaak toe bestaat. De indieners zijn van mening dat deze noodzaak er is. De participatie van mensen met een handicap blijft een punt van zorg en verdient aanhoudende aandacht. Daarnaast is de tolerantie, acceptatie en gelijke behandeling tussen hetero’s en homo’s geen vanzelfsprekendheid. Expliciete opname in de Grondwet biedt hiertoe een bijzondere waarborg. Het moedigt ook aan om middels (nieuwe) wetgeving blijvende zorg te dragen om ongelijkheid van kansen weg te nemen. Bovendien heeft expliciete opname in de Grondwet een werking voor onderling maatschappelijk verkeer en draagt het bij aan de herkenbaarheid van de Grondwet.

De indieners constateren dat de bezwaren die geuit zijn bij de totstandkoming van het huidige artikel 1 Gw zijn vervallen. Bij de grond handicap was het voornaamste bezwaar dat de term ‘gelijke behandeling’ bij handicap niet dienstig zou zijn omdat bij iemand met een handicap juist een extra inspanning nodig is om op de zelfde wijze te participeren. Indieners constateren dat de wetgeving en de jurisprudentie inmiddels zo verder gevorderd is dat dit bezwaar niet meer geldt. Voor het toevoegen van de grond ‘hetero- of homoseksuele gerichtheid’ werd destijds aangevoerd dat die grond nog niet voldoende paste bij ‘heersende overtuigingen’. Indieners constateren dan sinds de totstandkoming van het huidige artikel de gelijke behandeling zowel in wetgeving als in maatschappelijk draagvlak juist is versterkt. Indieners menen dat ook dit toen genoemde argument niet meer volstaat.

Ten slotte constateren de indieners dat expliciete opname van de twee bepleite gronden in de Grondwet past in een internationale ontwikkeling. Andere landen en organisaties hebben sinds de totstandkoming van het huidige artikel ook de gronden ‘handicap’ en ‘hetero- of homoseksuele gerichtheid’ opgenomen.

De genoemde argumenten zullen de indieners hierna verder uitwerken.

4.

Documenten

(9 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

2 27 december 2017, bijgewerkte tekst,    
Bijgewerkte tekst, bijgewerkt t/m nr. 7 (Overnamebrief d.d. 21 december 2017)
 
2 21 december 2017, brief, nr. 7     KST324117
Brief lid / fractie; Brief van de leden Bergkamp, Özütok en Van der Hul inzake overname van de verdediging van het initiatiefvoorstel
 
2 6 december 2012, regeling van werkzaamheden, ...; 32411, 4; ...     HTK20122013-32-4
Regeling van werkzaamheden (donderdag 6 december 2012) -
vergadering: 6 december 2012
 
2 26 november 2012, verslag, nr. 6     KST324116
Verslag
 
2 17 september 2012, advies en reactie indiener(s), nr. 5     KST324115
Advies van de Raad van State en reactie van de indieners
 
2 17 september 2012, brief, nr. 4     KST324114
Brief over de verdediging van het wetsvoorstel - Voorstel van wet van de leden Van der Ham, Azough en Timmer houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot toevoeging van handicap en hetero- of homoseksuele gerichtheid als non-discriminatiegrond
 
2 14 juni 2010, memorie van toelichting, nr. 3     KST324113
Memorie van toelichting - Voorstel van wet van de leden Van der Ham, Azough en Timmer houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot toevoeging van handicap en hetero- of homoseksuele gerichtheid als non-discriminatiegrond
 
2 14 juni 2010, voorstel van wet, nr. 2     KST324112
Voorstel van wet - Voorstel van wet van de leden Van der Ham, Azough en Timmer houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot toevoeging van handicap en hetero- of homoseksuele gerichtheid als non-discriminatiegrond
 
2 14 juni 2010, geleidende brief, nr. 1     KST324111
Geleidende brief - Voorstel van wet van de leden Van der Ham, Azough en Timmer houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot toevoeging van handicap en hetero- of homoseksuele gerichtheid als non-discriminatiegrond
 

5.

Andere bronnen

6.

Over dit dossier

Dit parlementaire dossier is door PDC automatisch samengesteld en verrijkt en redactioneel gecheckt. Op basis van dezelfde methoden en technieken creëert PDC 24/7 actuele dossiers in de Parlementaire Monitor en in de EU Monitor. Met behulp van de monitoren volgt u Den Haag en Brussel op de voet of blikt u terug op eerdere besluitvorming. Neem contact op als u meer wilt weten over de parlementaire data van PDC of over een abonnement op een monitor.