Artikel 35: Buiten staatverklaring uitoefening koninklijk gezag

34
Artikel 35
36
  • 1. 
    Wanneer de ministerraad van oordeel is dat de Koning buiten staat is het koninklijk gezag uit te oefenen, bericht hij dit onder overlegging van het daartoe gevraagde advies van de Raad van State aan de Staten-Generaal, die daarop in verenigde vergadering bijeenkomen.
  • 2. 
    Delen de Staten-Generaal dit oordeel, dan verklaren zij dat de Koning buiten staat is het koninklijk gezag uit te oefenen. Deze verklaring wordt bekend gemaakt op last van de voorzitter der vergadering en treedt terstond in werking.
  • 3. 
    Zodra de Koning weer in staat is het koninklijk gezag uit te oefenen, wordt dit bij de wet verklaard. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering. Terstond na de bekendmaking van deze wet hervat de Koning de uitoefening van het koninklijk gezag.
  • 4. 
    De wet regelt zo nodig het toezicht over de persoon van de Koning indien hij buiten staat is verklaard het koninklijk gezag uit te oefenen. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.

In andere talen:

English "English"
Français "Français"
Deutsch "Deutsch"
Español "Español"

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting

Een koning kan niet meer in staat zijn het koninklijk gezag uit te oefenen. Te denken valt aan lichamelijke of geestelijke gebreken, of als de koning ergens is waar het koninklijk gezag niet is uit te oefenen. De ministerraad kan dan de procedure tot 'buiten staat-verklaring' starten:

  • de ministerraad vraagt advies aan de Raad van State
  • de ministerraad bericht de Staten-Generaal en stuurt het advies van de Raad van State mee
  • de Staten-Generaal komen in verenigde vergadering bijeen
  • en verklaren vervolgens, tenminste als zij het met de ministerarraad eens zijn, de koning buiten staat het koninklijk gezag uit te oefenen.

Een regent neemt het koninklijk gezag waar. Dat is in artikel 37 is geregeld.

Als de koning weer in staat is het koninklijk gezag uit te oefenen moet dat in een wet die in een verenigde vergadering wordt behandeld, worden verklaard. Het recht van initiatief is van toepassing, dus de Staten-Generaal kunnen buiten de ministerraad om de koning het koninklijk gezag weer teruggeven.

De koning kan ook zelf het initiatief nemen het koninklijk gezag tijdelijk neer te leggen. Dat is in artikel 36 geregeld.

2.

Formele toelichting

Een tweetal artikelen bepaalt dat de ministerraad aan de Staten-Generaal het oordeel kan voorleggen dat de Koning niet in staat is het koninklijk gezag uit te oefenen (artikel 35), terwijl ook de Koning uit eigen beweging het koninklijk gezag tijdelijk kan neerleggen (artikel 36).

3.

In eenvoudig Nederlands

  • 1. 
    Als de ministers vinden dat de Koning niet kan werken, vragen zij hierover advies aan de Raad van State. Daarna vertellen de ministers dit aan de Eerste en Tweede Kamer. De ministers geven de Eerste en Tweede Kamer daarbij het advies van de Raad van State. Daarna vergaderen de Eerste en Tweede Kamer samen over dit probleem.
  • 2. 
    Als de Eerste en Tweede Kamer ook vinden dat de Koning niet kan werken, dan maakt de voorzitter van de Eerste Kamer dit bekend. Vanaf dat moment mag de Koning niet meer werken.
  • 3. 
    Als de Koning wel weer kan werken, dan maken de regering en de Eerste en Tweede Kamer samen een wet waarin dat staat. Als de wet er is, gaat de Koning weer werken.
  • 4. 
    Als de Koning niet mag werken, staat in de wet wie toezicht op hem houdt. De Eerste en Tweede Kamer vergaderen samen over deze wet. Ze nemen daar samen een beslissing over. In deze wet kan ook staan dat iemand anders dit doet.

Uitleg

Wat gebeurt er als de Koning niet kan werken? Als hij ziek is bijvoorbeeld. In dit artikel staat wat er dan gebeurt.

Als de ministers vinden dat de Koning niet kan werken, dan vragen zij eerst advies aan de Raad van State. Als de ministers dat advies hebben gekregen, sturen zij het advies naar de Eerste en Tweede Kamer. De Eerste en Tweede Kamer moeten beslissen wat er moet gebeuren. De Eerste en Tweede Kamer gaan dan samen vergaderen. Samen beslissen ze wat er moet gebeuren.

Als de Eerste en Tweede Kamer ook vinden dat de Koning niet kan werken, dan vertelt de voorzitter van de Eerste Kamer dit aan de Koning en aan de Nederlandse bevolking. De Koning mag dan meteen zijn werk niet meer doen. Als dat nodig is, maken de Eerste en Tweede Kamer een wet waarin staat wie toezicht houdt op de Koning. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn, als de Koning dement wordt.

Als de Koning wel weer kan werken, dan maken de Eerste en Tweede Kamer een wet waarin dat staat. Ook nu doen de Eerste en Tweede Kamer dit samen. Vanaf dat moment mag de Koning weer gaan werken.

4.

Achtergronden

In de 19e eeuw is koning Willem III is tot twee maal 'buiten staat' verklaard:

  • op 2 en 3 april 1889 behandelde de Verenigde Vergadering het verslag van de ministerraad over het buiten staat geraken van koning Willem III om de regering nog langer waar te nemen. Op 2 mei verklaarde de Verenigde Vergadering dat de koning weer in staat was om te regeren.
  • op 28 en 29 oktober 1890 vergaderde de Verenigde Vergadering opnieuw over een verslag van de ministerraad over het buiten staat geraken van koning Willem III om de regering nog langer waar te nemen. De 'buiten staat' eindigde op 23 november 1890 door het overlijden van de Willem III.

5.

Ontwikkeling artikel

1814

De gemelde schikkingen omtrent een regentschap hebben mede plaats, ingevalle de Souvereine Vorst buiten staat geraakt de regering waartenemen.

Wanneer aan den Raad van State, zamengesteld uit de leden, daarin gewone zitting hebbende, en de hoofden der ministeriële departementen, na een naauwkeurig gemeenschappelijk onderzoek gebleken is, dat zulk een geval bestaat, roept dezelve Raad de Staten Generaal bijeen, ten einde daarin achtervolgens de vastgestelde bepalingen, gedurende het bestaande geval, te voorzien.

1815

Het Koninklijk gezag wordt mede waargenomen door een Regent, in geval de Koning buiten staat geraakt de regering waar te nemen.

Wanneer aan den Raad van State, zamengesteld uit de leden daarin gewone zitting hebbende, en de Hoofden der ministeriële Departementen, na een naauwkeurig onderzoek gebleken is, dat zulk een geval bestaat, roept dezelve de Staten-Generaal, en wel de Tweede Kamer in dubbelen getale bijeen, ten einde daarin gedurende het bestaande beletsel te voorzien.

De leden der Staten-Generaal, die zich op den één-en-twintigsten dag na deze oproeping ter plaatse bevinden, waar de zetel van het Goevernement gevestigd is, openen de vergadering.

1840: art 45
1848

Het Koninklijk gezag wordt mede aan eenen Regent opgedragen, ingeval de Koning buiten staat geraakt de regering waar te nemen.

Wanneer dit aan den Raad van State, vereenigd met de hoofden der ministeriële departementen, na een naauwkeurig onderzoek, is gebleken, roept deze vergadering onverwijld de Staten-Generaal in dubbelen getale bijeen, om hun van het voorhanden geval verslag te doen.

1887: art 38, 1917: art 38, 1922: art 36
1938

Het Koninklijk gezag wordt mede aan een Regent opgedragen, ingeval de Koning buiten staat geraakt de regeering waar te nemen.

Wanneer de ministers, in rade vereenigd, oordeelen dat dit geval aanwezig is, geven zij van hunne bevinding kennis aan den Raad van State met uitnoodiging om binnen een bepaalden termijn advies uit te brengen.

1948: art 38, 1953: art 38, 1956: art 38, 1963: art 38, 1972: art 38
1983
  • 1. 
    Wanneer de ministerraad van oordeel is dat de Koning buiten staat is het koninklijk gezag uit te oefenen, bericht hij dit onder overlegging van het daartoe gevraagde advies van de Raad van State aan de Staten-Generaal, die daarop in verenigde vergadering bijeenkomen.
  • 2. 
    Delen de Staten-Generaal dit oordeel, dan verklaren zij dat de Koning buiten staat is het koninklijk gezag uit te oefenen. Deze verklaring wordt bekend gemaakt op last van de voorzitter der vergadering en treedt terstond in werking.
  • 3. 
    Zodra de Koning weer in staat is het koninklijk gezag uit te oefenen, wordt dit bij de wet verklaard. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering. Terstond na de bekendmaking van deze wet hervat de Koning de uitoefening van het koninklijk gezag.
  • 4. 
    De wet regelt zo nodig het toezicht over de persoon van de Koning indien hij buiten staat is verklaard het koninklijk gezag uit te oefenen. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.
1987: art 35, 1995: art 35, 1999: art 35, 2000: art 35, 2002: art 35, 2005: art 35, 2006: art 35, 2008: art 35, 2017: art 35