Artikel 132a: Caribische openbare lichamen

132
Artikel 132a
133
  • 1. 
    Bij de wet kunnen in het Caribische deel van Nederland andere territoriale openbare lichamen dan provincies en gemeenten worden ingesteld en opgeheven.
  • 2. 
    De artikelen 124, 125 en 127 tot en met 132 zijn ten aanzien van deze openbare lichamen van overeenkomstige toepassing.
  • 3. 
    In deze openbare lichamen worden verkiezingen gehouden voor een kiescollege voor de Eerste Kamer. Artikel 129 is van overeenkomstige toepassing.
  • 4. 
    Voor deze openbare lichamen kunnen regels worden gesteld en andere specifieke maatregelen worden getroffen met het oog op bijzondere omstandigheden waardoor deze openbare lichamen zich wezenlijk onderscheiden van het Europese deel van Nederland.

In andere talen:

English "English"
Français "Français"
Deutsch "Deutsch"
Español "Español"

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting

Dit artikel regelt de constitutionele basis van de eilanden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba in Caribisch Nederland. Het artikel bepaalt dat bij wet in Caribisch Nederland openbare lichamen ingesteld en opgeheven kunnen worden. Daarnaast wordt met de wijziging bepaald dat in de openbare lichamen verkiezingen voor een kiescollege worden gehouden.

Tenslotte wordt nog bepaald dat door de bijzondere positie van Caribisch Nederland - ver van Europees Nederland en de positie als een 'eiland' bijzondere regels en maatregelen kunnen gelden.

2.

Formele toelichting

Voor de Eerste Kamer voorziet de Grondwet in een stelsel van indirecte verkiezing door de leden van provinciale staten en, indien op grond van artikel 132a Caribische openbare lichamen zijn ingesteld, de leden van de kiescolleges voor de Eerste Kamer in die openbare lichamen (artikel 55).

Voorgeschreven wordt dat de verkiezing, behoudens in geval van ontbinding van de kamer, gehouden wordt binnen drie maanden na de verkiezing van de leden van provinciale staten. Hierdoor is verzekerd dat de samenstelling van een nieuwe Eerste Kamer gebaseerd is op een recente uitspraak van de kiezers. Eventuele nieuwe politieke ontwikkelingen die zich bij de verkiezingen van provinciale staten voordoen, zullen hierdoor op korte termijn hun doorwerking kunnen vinden in de samenstelling van de Eerste Kamer.

De zittingsduur van provinciale staten is op vier jaar gesteld, behoudens bij de wet te bepalen uitzonderingen (artikel 129, vierde lid). Ingeval de wetgever van deze mogelijkheid gebruik maakt, zal de zittingsduur van de Eerste Kamer aangepast moeten kunnen worden aan de eventuele verlenging of verkorting van de zittingsduur van de colleges van provinciale staten. In artikel 52, tweede lid, wordt deze afwijking van de normale zittingsduur van vier jaar mogelijk gemaakt.

Indien slechts voor één of enkele provincies van de normale zittingsduur wordt afgeweken, bij voorbeeld bij een provinciale herindeling, zal echter geen verkorting van de zittingsduur en geen tussentijdse verkiezing van de Eerste Kamer nodig zijn.

3.

Achtergronden

Na het opheffen van de Nederlandse Antillen op 10 oktober 2010 werden deze eilanden als een soort gemeente in het Nederlandse rechtssysteem opgenomen. De eilandbewoners kregen stemrecht voor de Tweede Kamer en de Eilandraden - vergelijkbaar met een gemeenteraad. Omdat de eilanden niet provinciaal werden ingedeeld moest er een oplossing komen voor de ontbrekende vertegenwoordiging in de Eerste Kamer. Immers, Provinciale Staten kiezen de leden van de Eerste Kamer.

Aanvankelijk lag het in de bedoeling de Eerste Kamerleden mede door de eilandraden te laten kiezen. Maar niet-Nederlanders op de eilanden hebben - analoog aan de gemeenteraadsverkiezingen - onder bepaalde voorwaarden daar stemrecht voor. Dat zou betekenen dat niet-Nederlanders invloed zouden kunnen hebben op de samenstelling van de Eerste Kamer.

Dat werd onwenselijk geacht. Daarom werd voor de constructie van een kiescollege gekozen - waar alleen eilandbewoners met de Nederlandse nationaliteit stemrecht voor hebben, Het kiescollege stemt vervolgens net als de Provinciale Staten bij de Eerste Kamerverkiezingen. Daarvoor werd artikel 55 gewijzigd. Een en ander moet nog bij wet worden uitgewerkt.

4.

Ontwikkeling artikel

2017
  • 1. 
    Bij de wet kunnen in het Caribische deel van Nederland andere territoriale openbare lichamen dan provincies en gemeenten worden ingesteld en opgeheven.
  • 2. 
    De artikelen 124, 125 en 127 tot en met 132 zijn ten aanzien van deze openbare lichamen van overeenkomstige toepassing.
  • 3. 
    In deze openbare lichamen worden verkiezingen gehouden voor een kiescollege voor de Eerste Kamer. Artikel 129 is van overeenkomstige toepassing.
  • 4. 
    Voor deze openbare lichamen kunnen regels worden gesteld en andere specifieke maatregelen worden getroffen met het oog op bijzondere omstandigheden waardoor deze openbare lichamen zich wezenlijk onderscheiden van het Europese deel van Nederland.
2018
  • 1. 
    Bij de wet kunnen in het Caribische deel van Nederland andere territoriale openbare lichamen dan provincies en gemeenten worden ingesteld en opgeheven.
  • 2. 
    De artikelen 124, 125 en 127 tot en met 132 zijn ten aanzien van deze openbare lichamen van overeenkomstige toepassing.
  • 3. 
    In deze openbare lichamen worden verkiezingen gehouden voor een kiescollege voor de Eerste Kamer. Artikel 129 is van overeenkomstige toepassing.
  • 4. 
    Voor deze openbare lichamen kunnen regels worden gesteld en andere specifieke maatregelen worden getroffen met het oog op bijzondere omstandigheden waardoor deze openbare lichamen zich wezenlijk onderscheiden van het Europese deel van Nederland.