Artikel 17: Ius de non evocando; Wettelijke toekenning rechter

16
Artikel 17
18
  • 1. 
    Ieder heeft bij het vaststellen van zijn rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging recht op een eerlijk proces binnen een redelijke termijn voor een onafhankelijke en onpartijdige rechter.
  • 2. 
    Niemand kan tegen zijn wil worden afgehouden van de rechter die de wet hem toekent.

In andere talen:

English "English"
Français "Français"
Deutsch "Deutsch"
Español "Español"

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting

Een burger die van een mogelijk strafbaar feit wordt verdacht heeft recht op het oordeel van een onafhankelijke en onpartijdige rechter binnen een redelijke termijn. Ook iedere burger kan aan een onafhankelijke en onpartijdige rechter een geschil met een medeburger of de overheid voorleggen als dit in de wet is bepaald. Niemand kan dat recht tegenhouden. Het recht om het oordeel van een onafhankelijke en onpartijdige rechter te vragen is een van de pijlers van de rechtsstaat.

Uiteraard kunnen personen uit vrije wil overeenkomen dat een geschil op een andere manier zal worden opgelost.

2.

In eenvoudig Nederlands

Als de overheid denkt dat je iets strafbaars hebt gedaan of als je ruzie hebt met iemand anders of de overheid, kan niemand je tegenhouden het oordeel van een onafhankelijke en onpartijdige rechter te vragen, die dan binnen een redelijke termijn moet zeggen of je gelijk hebt of niet. In de wet staat wanneer en naar welke rechter je moet gaan.

Uitleg

Het recht om naar een onafhankelijke en onpartijdige rechter te gaan is een van de pijlers van de rechtsstaat. In een rechtsstaat zijn de rechten en plichten van burgers en overheid vastgelegd zodat iedereen weet waar hij of zij aan toe is.

3.

Aanpassing artikel in 2022

Het recht op een eerlijk proces was niet met zoveel woorden in de Grondwet opgenomen. De elementen van het recht op een eerlijk proces werden weliswaar verdeeld door de Grondwet heen gegarandeerd, maar het recht werdt niet expliciet genoemd. Een voorstel om het recht wel expliciet in de Grondwet is in 2022 aangenomen.

4.

Ontwikkeling artikel

1798

Buiten de wettig aangestelde Magten, kan geen Burger, noch ook eenig gedeelte des Volks, eenig openbaar gezag uitoefenen. Het is alleen in de Grond-Vergaderingen, dat alle Staatkundige Regten door de Burgeren worden geöefend.

1801

De rechterlyke Magt wordt alleen uitgeoefend door Rechters, welke by of ingevolge de Staatsregeling vastgesteld zyn of zullen worden.

1805

De Regterlijke Magt wordt alleen uitgeoefend door Regters, ingevolge de Staatsregeling aangesteld. Geene Politieke Magt oefent eenigen invloed op de Regterlijke Magt uit.

1806

De Regterlijke Magt wordt alleen uitgeoefend door Regters, ingevolge de Wet aangesteld. Geene Politieke Magt vermag de onafhankelijkheid der Regters in de uitoefening van eenig gedeelte van hunne werkzaamheden te belemmeren.

1814

Ten einde aan de Ingezetenen dezer Landen te waarborgen de onschatbare voorregten van burgerlijke vrijheid en persoonlijke veiligheid, zullen de volgende regelen de grondslagen der wettelijke beschikkingen uitmaken.

  • a. 
    Wanneer een Ingezeten in buitengewone omstandigheden door het politiek gezag mogt worden gearresteerd, is hij, op wiens bevel zoodanige arrestatie heeft plaats gehad, gehouden daarvan terstond aan den plaatselijken regter kennis te geven, en voorts den gearresteerden binnen den tijd van drie dagen aan deszelfs competenten regter overteleveren.

    De criminele regtbanken zijn bevoegd en verpligt, elk in haar ressort, te zorgen, dat zulks stiptelijk worde nagekomen.

  • b. 
    De regterlijke magt wordt alleen uitgeoefend door regtbanken, welke bij of ten gevolge dezer grondwet worden ingesteld.
  • c. 
    Niemand kan tegen zijnen wil worden afgetrokken van den regter, dien de wet hem toekent.
  • d. 
    Op geene misdaad mag ten straf gesteld worden de verbeurdverklaring der goederen, den schuldigen toebehoorende.
  • e. 
    Bij criminele vonnissen, ten laste van eenen beschuldigden gewezen, moet de misdaad worden uitgedrukt.
  • f. 
    Alle vonnissen moeten met opene deuren worden uitgesproken.
1815

Niemand kan tegen zijnen wil worden afgetrokken van den regter, dien de wet hem toekent.

1840: art 165
1848

Niemand kan tegen zijnen wil worden afgetrokken van den regter, dien de wet hem toekent.

De wet regelt de wijze, waarop geschillen over bevoegdheid, tusschen de administrative en regterlijke magt ontstaan, worden beslist.

1887: art 156, 1917: art 156, 1922: art 157, 1938: art 163, 1948: art 163, 1953: art 170
1983

Niemand kan tegen zijn wil worden afgehouden van de rechter die de wet hem toekent.

1987: art 17, 1995: art 17, 1999: art 17, 2000: art 17, 2002: art 17, 2005: art 17, 2006: art 17, 2008: art 17, 2017: art 17, 2018: art 17
2022
  • 1. 
    Ieder heeft bij het vaststellen van zijn rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging recht op een eerlijk proces binnen een redelijke termijn voor een onafhankelijke en onpartijdige rechter.
  • 2. 
    Niemand kan tegen zijn wil worden afgehouden van de rechter die de wet hem toekent.