Artikel 64: Kamerontbinding
- Elk der kamers kan bij koninklijk besluit worden ontbonden.
- Het besluit tot ontbinding houdt tevens de last in tot een nieuwe verkiezing voor de ontbonden kamer en tot het samenkomen van de nieuw gekozen kamer binnen drie maanden.
- De ontbinding gaat in op de dag waarop de nieuw gekozen kamer samenkomt.
- De wet stelt de zittingsduur van een na ontbinding optredende Tweede Kamer vast; de termijn mag niet langer zijn dan vijf jaren. De zittingsduur van een na ontbinding optredende Eerste Kamer eindigt op het tijdstip waarop de zittingsduur van de ontbonden kamer zou zijn geëindigd.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
De regering kan zowel de Tweede als de Eerste Kamer tussentijds ontbinden en nieuwe verkiezingen organiseren. Ontbinding van de Eerste Kamer is zeldzaam. Het is alleen voorgekomen in 1904. Na een ontbinding moeten er altijd verkiezingen worden gehouden.
De Grondwet schrijft voor dat de verkiezing van een nieuwe Kamer en de eerste samenkomst van de nieuwe Kamer binnen drie maanden na de ontbinding moeten plaatsvinden. Dat er altijd een Kamer beschikbaar is, is gewaarborgd doordat de ontbinding pas ingaat op de dag waarop de nieuw gekozen Kamer voor het eerst samenkomt.
Voor een Tweede Kamer die na een Kamerontbinding is gekozen wordt de zittingsduur in een wet vastgelegd. De zittingsduur is dan maximaal vijf jaar. Daarmee kunnen de reguliere verkiezingen weer op het gewenste moment over ruim vier jaar in maart of mei worden gebracht, afhankelijk of er dat jaar ook gemeenteraads- en/of provinciale statenverkiezingen zijn.
Voor een Eerste Kamer die na Kamerontbinding is gekozen, blijft de zittingsduur gelijk aan die van de ontbonden Eerste Kamer, omdat de zittingsduur van de Eerste Kamer is gekoppeld aan die van Provinciale Staten.
Formele toelichting
Zowel de Tweede als de Eerste Kamer kunnen tussentijds bij koninklijk besluit worden ontbonden. Ontbinding van de Eerste Kamer is zeldzaam en is alleen in 1904 voorgekomen.
De Grondwet schrijft voor dat de verkiezing van een nieuwe Kamer en de eerste samenkomst van de nieuwe Kamer binnen drie maanden na de ontbinding moeten plaatsvinden. De parlementaire continuïteit is gewaarborgd door de bepaling dat de ontbinding ingaat op de dag waarop de nieuw gekozen Kamer samenkomt.
In eenvoudig Nederlands
- De regering kan de Eerste Kamer en de Tweede Kamer ontslaan.
- Als de regering dat beslist, moeten er verkiezingen komen. De nieuw gekozen kamer moet binnen drie maanden de eerste vergadering houden.
- Het ontslag begint op de dag dat de nieuw gekozen kamer haar eerste vergadering houdt.
- In de wet staat hoe lang de Tweede Kamer die na het ontslag is gekozen, mag blijven. De Tweede Kamer mag niet langer dan vijf jaar blijven. De Eerste Kamer mag na het ontslag blijven tot het moment van de volgende verkiezingen door de provinciale staten.
Uitleg
De regering kan een Kamer ontslaan. Soms moet de regering beide Kamers ontslaan, bijvoorbeeld als we een nieuwe Koning moeten benoemen (artikel 30). In artikel 137 staat dat de regering de Tweede Kamer moet ontslaan als de regering de Grondwet wil veranderen. Hier heeft de regering namelijk twee verschillende Tweede Kamers voor nodig. Een oude. En een nieuwe, na verkiezingen.
In dit artikel staat geen reden. Maar in de praktijk zal de regering één of twee Kamers ontslaan als ze een groot verschil van mening hebben in de ministerraad. Dan vindt de regering dus eigenlijk dat de kiezers maar moeten beslissen wat er dan gebeurt.
Nadat de regering de Tweede Kamer heeft ontslagen, moet zij snel verkiezingen organiseren. De nieuwe Kamer moet al binnen drie maanden na de verkiezingen beginnen met werken.
Het ontslag van de oude Kamer begint pas echt als de nieuwe Kamer begint. We hebben dus altijd een Eerste en Tweede Kamer.
De gekozen Kamers mogen niet lang blijven werken. De Tweede Kamer mag in totaal niet langer dan vijf jaar werken. En de Eerste Kamer mag na het ontslag doorwerken tot de volgende verkiezingen door de provinciale staten. Niet langer.
Historische ontwikkeling
De Eerste en Tweede Kamer kunnen bij koninklijk besluit worden ontbonden. Het ontbindingsbesluit houdt tevens in dat nieuwe verkiezingen moeten worden georganiseerd en dat de nieuw gekozen Kamer binnen drie maanden moet samenkomen. Sinds 1983 gaat de ontbinding pas in op de dag waarop de nieuwe Kamer samenkomt, zodat er nooit een vertegenwoordigingsvacuüm ontstaat.
De Eerste Kamer is slechts één keer ontbonden vanwege een conflict met de regering. Dat gebeurde in 1904 onder het kabinet-Kuyper. Daarnaast werd de Eerste Kamer tot 1995 ontbonden in het kader van een grondwetsherziening. Sinds de wijziging van artikel 137 in 1995 vereist een grondwetsherziening alleen nog ontbinding van de Tweede Kamer.
Een tussentijdse ontbinding van de Tweede Kamer is meestal het sluitstuk van een kabinetscrisis. Recente voorbeelden zijn de val van het kabinet-Rutte IV in 2023 en de val van het kabinet-Schoof in 2025.
Debat
Discussie over tussentijdse verkiezingen
In Buitenhof pleitte scheidend vicepresident van de Raad van State Thom de Graaf op 14 juni 2026 voor het doorbreken van de gewoonte dat na een kabinetsval automatisch nieuwe verkiezingen volgen. Beter zou zijn dat er, net als in andere landen, eerst een lijmpoging of een nieuwe formatie volgt. Volgens De Graaf heeft Nederland behoefte aan langetermijnpolitiek, en zijn de vele tussentijdse verkiezingen daarvoor schadelijk. Kamerleden krijgen nauwelijks de kans om te groeien in hun vak en kiezers wisselen snel van voorkeur. Hij wees op Denemarken, waar het parlement in beginsel vier jaar blijft zitten. Net als bij gemeenten en provincies zou dat de stabiliteit versterken.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd