Titel I - De Instellingen van de Unie

Inhoudsopgave van deze pagina:

14.

Europees Parlement

Het Europese Parlement wordt door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen bij vrije, geheime stemming door de burgers van de Unie gekozen. De duur van de zittingsperiode is vijf jaar.

Bij organieke wet zal een uniforme verkiezingsprocedure worden vastgesteld; zolang deze wet nog niet in werking is getreden, is de verkiezingsprocedure van toepassing welke geldt voor de verkiezing van het Parlement van de Europese Gemeenschappen.

15.

Leden van het Parlement

De leden van het Parlement handelen en stemmen individueel en persoonlijk. Zij mogen niet gebonden zijn door instructies en geen bindend mandaat aanvaarden.

16.

Taken van het Parlement

Het Parlement,

  • neemt overeenkomstig dit Verdrag deel aan de wetgevings- en de begrotingsprocedure en het sluiten van internationale overeenkomsten,
  • verleent de Commissie haar investituur door haar beleidsprogramma goed te keuren,
  • oefent politiek toezicht uit op de Commissie,
  • kan met gekwalificeerde meerderhéid een motie van afkeuring aannemen die de leden van de Commissie dwingt gezamenlijk hun functie neer te leggen,
  • bezit het recht van enquête en neemt de verzoekschriften in ontvangst die de burgers van de Unie tot het Parlement richten,
  • oefent de overige bevoegdheden uit die hem bij dit Verdrag zijn verleend.

17.

Meerderheid in het Parlement

  • 1. 
    Het Parlement besluit met gewone meerderheid, dat wil zeggen met de meerderheid van de uitgebrachte stemmen, waarbij onthoudingen niet worden meegerekend.
  • 2. 
    In de uitdrukkelijk in het Verdrag voorziene gevallen besluit het Parlement:
    • a) 
      hetzij met volstrekte meerderheid, dat wil zeggen met de meerderheid van de stemmen van zijn leden;
    • b) 
      hetzij met gekwalificeerde meerderheid, dat wil zeggen met de meerderheid van de stemmen van zijn leden en 2/3 van de uitgebrachte stemmen, waarbij onthoudingen niet worden meegerekend. Bij de stemming in tweede lezing over de begroting is de gekwalificeerde meerderheid de meerderheid van de leden van het Parlement en 3/5 van de uitgebrachte stemmen, waarbij onthoudingen niet worden meegerekend;

18.

Enquêterecht en verzoekschriften

De wijze van uitoefening van het enquêterecht van het Parlement, alsmede van het recht van de burgers van de Unie om verzoekschriften tot het Parlement te richten, worden vastgesteld bij organieke wetten.

19.

Reglement van orde van het Parlement

Het Parlement stelt zijn Reglement van orde met volstrekte meerderheid vast.

20.

Raad van de Unie

De Raad van de Unie bestaat uit vertegenwoordigingen van de Lid-Staten die worden benoemd door hun regeringen; iedere vertegenwoordiging wordt geleid door een minister die speciaal en permanent is belast met de aangelegenheden van de Unie.

21.

Taken van de Raad van de Unie

De Raad,

  • neemt overeenkomstig dit Verdrag deel aan de wetgevings- en de begrotingsprocedure en het sluiten van internationale overeenkomsten,
  • oefent de bevoegdheden uit die hem zijn toegekend op het gebied van de internationale betrekkingen en beantwoordt de schriftelijke en mondelinge vragen van leden van het Parlement op dit gebied,
  • oefent de overige bevoegdheden uit die hem bij dit Verdrag zijn verleend.

22.

Weging van stemmen in de Raad van de Unie

De stem van elke vertegenwoordiging wordt gewogen overeenkomstig het bepaalde in artikel 148, lid 2, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap.[*]

Bij toetreding van nieuwe Lid-Staten wordt de weging van de hun toe te kennen stemmen bepaald door het toetredingsverdrag.

 

23.

Meerderheid in de Raad van de Unie

  • 1. 
    De Raad besluit met gewone meerderheid, dat wil zeggen met de meerderheid van de uitgebrachte gewogen stemmen, waarbij de onthoudingen niet worden meegerekend.
  • 2. 
    In de uitdrukkelijk in het Verdrag voorziene gevallen besluit de Raad
    • a) 
      hetzij met volstrekte meerderheid, dat wil zeggen met de meerderheid van de gewogen stemmen, waarbij onthoudingen niet worden meegerekend, en met ten minste de helft van de vertegenwoordigingen,
    • b) 
      hetzij met gekwalificeerde meerderheid, dat wil zeggen met de meerderheid van 2/3 van de gewogen stemmen, waarbij onthoudingen niet worden meegerekend, en de meerderheid van de vertegenwoordigingen. Bij de stemming in tweede lezing over de begroting is de gekwalificeerde meerderheid de meerderheid van 3/5 van de gewogen stemmen, waarbij onthoudingen niet worden meegerekend, en de meerderheid van de vertegenwoordigingen,
    • c) 
      hetzij met eenparigheid van stemmen van de vertegenwoordigingen, waarbij onthoudingen niet worden meegerekend.
  • 3. 
    Gedurende een overgangsperiode van tien jaar wordt de stemming uitgesteld om het vraagstuk opnieuw te bestuderen, indien een vertegenwoordiging zich beroept op een vitaal nationaal belang dat door het te nemen besluit wordt geraakt en dat als zodanig door de Commissie is erkend. De redenen voor dit verzoek om uitstel moeten worden gepubliceerd.

24.

Reglement van orde van de Raad van de Unie

De Raad stelt zijn Reglement van orde vast met volstrekte meerderheid. Het Reglement bepaalt dat de vergaderingen tijdens welke de Raad optreedt als wetgevende of budgettaire autoriteit, openbaar zijn.

25.

Commissie

De Commissie treedt binnen zes maanden na de verkiezing van het Parlement in functie.

Bij de aanvang van elke zittingsperiode benoemt de Europese Raad de voorzitter van de Commissie. Laatstgenoemde stelt de Commissie samen, na raadpleging van de Europese Raad.

De Commissie legt haar programma aan het Parlement voor. Zijn treedt in functie na van het Parlement de investituur te hebben verkregen. Zij blijft in functie totdat de nieuwe Commissie wordt geïnstalleerd.

26.

Samenstelling van de Commissie

De structuur en de werking van de Commissie alsmede de rechtspositie van haar leden worden bij een organieke wet vastgesteld.

Zolang deze wet niet in werking is getreden, is de regeling betreffende de structuur en de werking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen alsmede de rechtspositie van haar leden van toepassing op de Commissie van de Unie.

27.

Reglement van orde van de Commissie

De Commissie stelt haar Reglement van orde vast.

28.

Taken van de Commissie

De Commissie:

  • stippelt in het programma dat zij ter goedkeuring aan het Parlement voorlegt het beleid van de Unie uit,
  • neemt passende initiatieven om dit ten uitvoer te leggen,
  • heeft het recht wetsvoorstellen te doen en neemt deel aan de wetgevingsprocedure,
  • vaardigt verordeningen uit tot uitvoering van de wetten en neemt de noodzakelijke uitvoeringsbesluiten,
  • dient het ontwerp van begroting in,
  • voert de begroting uit,
  • vertegenwoordigt de Unie in de externe betrekkingen in de in dit Verdrag genoemde gevallen,
  • ziet toe op de toepassing van het Verdrag en de wetten van de Unie,
  • oefent de overige bevoegdheden uit die haar bij dit Verdrag zijn verleend.

29.

Verantwoordelijkheid van de Commissie tegenover het Parlement

  • 1. 
    De Commissie is verantwoordelijk jegens het Parlement.
  • 2. 
    Zij beantwoordt de door de leden van het Parlement gestelde schriftelijke en mondelinge vragen.
  • 3. 
    Indien het Parlement met gekwalificeerde meerderheid een motie van afkeuring aanneemt, dienen de leden van de Commissie gezamenlijk hun functie neer te leggen. De stemming over de motie van afkeuring is openbaar en mag niet eerder plaatsvinden dan, ten minste drie dagen na indiening van de motie.
  • 4. 
    Na de afkeuring wordt een nieuwe Commissie samengesteld volgens de in artikel 25 van dit Verdrag neergelegde procedure. Totdat de nieuwe Commissie is geïnstalleerd, behartigt de oude Commissie de lopende zaken.

30.

Hof van Justitie

  • 1. 
    Het Hof van Justitie verzekert de eerbiediging van het recht bij de uitlegging en toepassing van dit Verdrag en van de uit hoofde daarvan aangenomen besluiten.
  • 2. 
    De leden van het Hof worden voor de helft door het Parlement en voor de helft door de Raad van de Unie benoemd. Indien het aantal leden oneven is; benoemt het Parlement één lid meer dan de Raad.
  • 3. 
    De organisatie van het Hof, het aantal en de rechtspositie van zijn leden en de ambtsperiode worden geregeld bij een organieke wet, waarin tevens de procedure voor hun benoeming en de daarvoor vereiste meerderheden zijn vastgelegd. Tot de inwerkingtreding van deze wet zijn de ter zake geldende voorschriften van de communautaire Verdragen en de uitvoerings maatregelen daarvan van toepassing op het Hof van Justitie van de Unie.
  • 4. 
    Het Hof van Justitie stelt zijn Reglement van orde vast.

31.

Europese Raad

De Europese Raad bestaat uit de staatshoofden of regeringsleiders van de Lid-Staten van de Unie en de Voorzitter van de Commissie, die deelneemt aan de werkzaamheden van de Europese Raad, behalve wanneer er wordt beraadslaagd over de benoeming van zijn opvolger en over de opstelling van mededelingen en aanbevelingen aan de Commissie.

32.

Taken van de Europese Raad

  • 1. 
    De Europese Raad:
    • doet aanbevelingen en gaat verplichtingen aan op het terrein van de samenwerking,
    • besluit in de door dit Verdrag genoemde gevallen en overeenkomstig de in artikel 11 vervatte procedure over de uitbreiding van de bevoegdheden van de Unie,
    • benoemt de Voorzitter van de Commissie,
    • richt mededelingen aan de andere instellingen van de Unie,
    • brengt het Parlement periodiek op de hoogte van de werkzaamheden van de Unie op de onder zijn bevoegdheid vallende gebieden,
    • beantwoordt de schriftelijke en mondelinge vragen van leden van het Parlement,
    • oefent de overige bevoegdheden uit die hem bij dit Verdrag zijn verleend.
  • 2. 
    De Europese Raad stelt zijn besluitvormingsprocedures vast.

33.

Organen van de Unie

  • 1. 
    De Unie heeft de volgende organen:
    • De Rekenkamer,
    • het Economisch en Sociaal Comité,
    • de Europese Investeringsbank,
    • het Europees Monetair Fonds.

    Bij organieke wetten worden de bevoegdheden, de organisatie en de samenstelling van deze organen geregeld.

  • 2. 
    De leden van de Rekenkamer worden voor de helft door het Parlement en voor de helft door de Raad van de Unie benoemd.
  • 3. 
    Het Economisch en Sociaal Comité is een adviesorgaan van de Commissie, het Parlement, de Raad van de Unie en de Europesè Raad, en kan daaraan op eigen initiatief advies uitbrengen. Het Comité wordt geraadpleegd over elk voorstel dat van beslissende invloed is voor de uitstippeling en de tenuitvoerlegging van het economisch beleid en het maatschappijbeleid.

    Het Comité stelt zijn Reglement van orde vast. Bij de samenstelling van het Comité dient ervoor te worden gezorgd dat de verschillende sectoren van het economische en sociale leven naar behoren vertegenwoordigd zijn.

  • 4. 
    Het Europees Monetair Fonds bezit de autonomie die nodig is om de monetaire stabiliteit te waarborgen.
  • 5. 
    Op alle eerdergenoemde organen zijn de bepalingen van toepassing die op het moment van de inwerkingtreding van dit Verdrag gelden voor de overeenkomstige communautaire organen.

De Unie, kan bij organieke wet andere organen in het leven roepen die voor haar werking noodzakelijk zijn.