Bevordering welvaart leden der maatschappij

Inhoudsopgave van deze pagina:

47.

Maatschappij verschaft arbeid aan Nijveren, onderstand aan Onvermogenden - Weering Bedelarij

De Maatschappij, bedoelende in alles de welvaart van al haare Leden, verschaft arbeid aan den Nijveren, onderstand aan den Onvermogenden. Moedwillige lediggangers hebben daarop geene aanspraak. De Maatschappij vordert de volstrekte weering van Bedelarij.

48.

Armen-bestuur

Het Vertegenwoordigend Lichaam regelt, binnen zes Maanden na Deszelfs eerste zitting, bij eene uitdruklijke Wet, het Armen-bestuur over de geheele Republiek.

Deze Wet bepaalt de algemeene voorschriften en plaatslijke beschikkingen, hiertoe vereischt.

49.

Opvoeding verworpen Kinders

Er zal gezorgd worden voor de opvoeding van verworpen Kinders.

50.

Maatschappij ontvangt en beschermt vreemdelingen

De Maatschappij ontvangt alle Vreemdelingen, die de weldaaden der vrijheid vreedzaam wenschen te genieten, in haar midden, verleenende denzelven alle zekerheid en bescherming.

51.

Stimulering economie

Zij moedigt alle Konstenaars en Handwerkslieden aan, en wil de spoedigste en krachtdaadigste inrigtingen, waardoor de bloeij van alle Inlandsche Fabrieken en Trafieken, Koophandel, Zeevaart, en Visscherijen, en daardoor van Ambagten, Neeringen en Hanteeringen, bijzonderlijk de Handel met de Buitenlandsche bezittingen en Coloniën van den Staat, zal worden bevorderd.

52.

Geen belemmering bij doorvoer, koop en verkoop van vaderlandschen productie

Van de aanneming der Constitutie af, zal er aan den doorvoer, koop en verkoop, van alle voordbrengselen van den vaderlandschen grond, gelijk mede van alle goederen binnen deze Republiek bewerkt of vervaardigd, door en in alle Departementen en Plaatsen, geenerlei belemmering, hoe ook genoemd, worden toegebragt.

53.

Afschaffing Gilden, Regt oprichting Fabrieken of Trafieken

Bij de aanneming der Staatsregeling, worden vervallen verklaard alle Gilden, Corporatiën of Broederschappen van Neeringen, Ambachten, of Fabrieken.

Ook heeft ieder Burger, in welke Plaats woonachtig, het regt zoodanige Fabriek of Trafiek op te rigten, of zoodanig eerlijk bedrijf aan te vangen als hij verkiezen zal.

Het Vertegenwoordigend Lichaam zorgt, dat de goede orde, het gemak en gerief der ingezetenen, ten dezen opzigte, worden verzekerd.

54.

Bevordering landbouw, bloeij ledige en woeste gronden

De Maatschappij beveelt, ingelijks, de meeste bevordering van den Landbouw, en deszelfs bloeij, bijzonderlijk ten aanzien der nog ledige en woeste gronden, door de gantsche Republiek.

55.

Toezigt openbaare Magt op Wisselbanken

Alle openbaare Inrigtingen, ter bevordering of staaving van het openbaar crediet, inzonderheid alle Wisselbanken, worden aangemerkt als afzonderlijke bemoeijingen der daarbij onmiddellijk belang hebbende Burgers. De openbaare Magt oefent daaromtrent geene andere, dan toeziende, beschikking. De gantsche Natie waarborgt allen binnen- en buitenlandschen eigendom, in die Wisselbanken geplaatst.

56.

Nationalisering Provinciale Beleenbanken

Alle zoogenoemde Provinciaale Beleenbanken worden Nationaal verklaard.

Het Vertegenwoordigend Lichaam doet dezelven ten spoedigsten brengen onder eene Nationaale Beheering.

Ook dit laatste word, binnen den kortstmooglijken tijd, toegepast op de gewoone plaatslijke Beleenbanken.

57.

Verbod op eenig uitsluitend Voorregt

De Maatschappij verbied, in alle gevallen, dat eenig uitsluitend Voorregt verleend worde.

Zij beloont de verdiensten door bewijzen van eer, of door praemiën. Alle vergeldingen worden, in geval van voordduuring, jaarlijks vernieuwd, en, op geenerlei wijze, erflijk gemaakt tot Kinderen of Nakoomlingen.

58.

Maatschappij verleent pensioen slechts voor getrouwe diensten aan Republiek

De Maatschappij verleent nimmer eenig Pensioen, dan voor zoo verr', na het gestrengst onderzoek, gebleken zij, zoo van de getrouwe diensten, aan de Republiek bewezen door hun, die daarop aanspraak maaken, als van derzelver volstrekt onvermogen, om, hetzij door ouderdom, of door eenig lichaamlijk gebrek den Lande langer van dienst te zijn, en van hunne eigen middelen te bestaan.