Hoofdstuk 9 - Overgangsbepalingen en andere bepalingen

Inhoudsopgave van deze pagina:

42.

Algemene bepallingen

  • 2. 
    De centrale banken van de lidstaten die vallen onder een derogatie als bedoeld in artikel III-197, lid 1, van de Grondwet behouden hun bevoegdheden op het gebied van het monetair beleid overeenkomstig de nationale wetgeving.
  • 6. 
    "Het geplaatste kapitaal van de Europese Centrale Bank" wordt gelezen als "het kapitaal van de Europese Centrale Bank dat is geplaatst bij de nationale centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben" in artikel 10, lid 3, en artikel 30, lid 2.

43.

Overgangstaken van de Europese Centrale Bank

De Europese Centrale Bank neemt de in artikel III-199, lid 2, van de Grondwet bedoelde vroegere functies van het Europees Monetair Instituut over die na de invoering van de euro wegens de derogaties van een of meer lidstaten nog moeten worden vervuld.

De Europese Centrale Bank verstrekt advies bij de voorbereiding van het intrekken van de derogaties bedoeld in artikel III-198 van de Grondwet.

44.

Algemene Raad van de Europese Centrale Bank

  • 2. 
    De Algemene Raad bestaat uit de president en de vice-president van de Europese Centrale Bank en de presidenten van de nationale centrale banken. De overige leden van de directie mogen zonder stemrecht deelnemen aan de vergaderingen van de Algemene Raad.
  • 3. 
    De verantwoordelijkheden van de Algemene Raad zijn volledig opgesomd in artikel 46.

45.

Werking van de Algemene Raad

  • 1. 
    De president of, bij zijn afwezigheid, de vice-president van de Europese Centrale Bank zit de vergaderingen van de Algemene Raad van de Europese Centrale Bank voor.
  • 2. 
    De voorzitter van de Raad en een lid van de Commissie mogen zonder stemrecht deelnemen aan vergaderingen van de Algemene Raad.
  • 3. 
    De president bereidt de vergaderingen van de Algemene Raad voor.
  • 4. 
    In afwijking van artikel 12, lid 3, neemt de Algemene Raad zijn reglement van orde aan.
  • 5. 
    Het secretariaat van de Algemene Raad wordt verzorgd door de Europese Centrale Bank.

46.

Verantwoordelijkheden van de Algemene Raad

  • 2. 
    De Algemene Raad verleent medewerking aan:
    • a) 
      het verzamelen van statistische gegevens als bedoeld in artikel 5;
    • b) 
      de in artikel 15 bedoelde rapportage-activiteiten van de Europese Centrale Bank;
    • c) 
      het opstellen van de in artikel 26, lid 4, bedoelde regels die nodig zijn voor de toepassing van artikel 26;
    • d) 
      het treffen van alle andere in artikel 29, lid 4, bedoelde maatregelen die nodig zijn voor de toepassing van artikel 29;
    • e) 
      het vaststellen van de in artikel 36 bedoelde arbeidsvoorwaarden van het personeel van de Europese Centrale Bank.
  • 3. 
    De Algemene Raad verleent medewerking aan de nodige voorbereidingen voor het onherroepelijk vaststellen van de wisselkoersen van de valuta's van de lidstaten die vallen onder een derogatie ten opzichte van de euro, als bedoeld in artikel III-198, lid 3, van de Grondwet.
  • 4. 
    De Algemene Raad wordt door de president van de Europese Centrale Bank in kennis gesteld van de besluiten van de Raad van bestuur.

47.

Overgangsbepalingen voor het kapitaal van de Europese Centrale Bank

Overeenkomstig artikel 29 wordt aan elke nationale centrale bank een weging toegekend in de verdeelsleutel voor inschrijving op het kapitaal van de Europese Centrale Bank. In afwijking van artikel 28, lid 3, storten de centrale banken van de lidstaten die vallen onder een derogatie het kapitaal waarop zij hebben ingeschreven niet, tenzij de Algemene Raad met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen die ten minste tweederde van het geplaatste kapitaal van de Europese Centrale Bank en ten minste de helft van de aandeelhouders vertegenwoordigt, besluit dat een minimumpercentage moet worden gestort als bijdrage aan de bedrijfskosten van de Europese Centrale Bank.

48.

Latere storting van kapitaal, reserves en voorzieningen van de Europese Centrale Bank

  • 1. 
    De centrale bank van een lidstaat waarvan de derogatie is ingetrokken, stort haar aandeel in het kapitaal van de Europese Centrale Bank ten belope van hetzelfde percentage als de andere centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben en draagt overeenkomstig artikel 30, lid 1, haar externe reserves aan de Europese Centrale Bank over. Het over te dragen bedrag wordt bepaald door de euro-waarde tegen lopende wisselkoersen van de reeds overeenkomstig artikel 30, lid 1, aan de Europese Centrale Bank overgedragen externe reserves te vermenigvuldigen met de ratio tussen het aantal aandelen waarop de betrokken nationale centrale bank heeft ingeschreven en het aantal aandelen dat de andere nationale centrale banken al hebben volgestort.
  • 2. 
    Behalve de storting die overeenkomstig lid 1, moet worden verricht, draagt de betrokken nationale centrale bank bij tot de reserves van de Europese Centrale Bank, tot de met reserves gelijkgestelde voorzieningen, en tot het bedrag dat nog moet worden toegerekend aan de reserves en voorzieningen overeenkomstig het saldo van de winst- en verliesrekening per 31 december van het jaar voorafgaand aan de intrekking van de derogatie. De verschuldigde bijdrage wordt bepaald door het bedrag van de reserves, als hierboven omschreven en als voorkomend op de goedgekeurde balans van de Europese Centrale Bank, te vermenigvuldigen met de ratio tussen het aantal aandelen waarop de betrokken centrale bank heeft ingeschreven en het aantal aandelen dat de andere centrale banken al hebben volgestort.
  • 3. 
    Zodra één of meer landen lid van de Unie worden en hun respectieve nationale centrale banken deel gaan uitmaken van het Europees Stelsel van Centrale Banken, worden het geplaatste kapitaal van de Europese Centrale Bank en het plafond voor de externe reserves die aan de Europese Centrale Bank mogen worden overgedragen, automatisch verhoogd. De verhoging wordt bepaald door de op dat ogenblik geldende bedragen te vermenigvuldigen met de ratio tussen de weging, in het kader van de verdeelsleutel voor de inschrijving op het uitgebreide kapitaal, van de toetredende nationale centrale banken enerzijds, en de weging van de nationale centrale banken die reeds deel uitmaken van het Europees Stelsel van Centrale Banken anderzijds. De weging van elke nationale centrale bank in de verdeelsleutel wordt berekend naar analogie van artikel 29, lid 1, en in overeenstemming met artikel 29, lid 2. De referentieperioden voor de statistische gegevens zijn dezelfde als die welke zijn toegepast voor de laatste vijfjaarlijkse aanpassing van de wegingen krachtens artikel 29, lid 3.

49.

Afwijking van artikel 32

  • 1. 
    Wanneer de Raad van bestuur na de aanvang van de derde fase besluit dat de toepassing van artikel 32 resulteert in aanzienlijke wijzigingen in de relatieve inkomensposities van de nationale centrale banken, wordt het bedrag aan inkomsten dat ingevolge artikel 32 moet worden toegedeeld, verminderd met een uniform percentage, dat in het eerste boekjaar na de aanvang van de derde fase niet meer dan 60 mag bedragen, en dat in elk volgend boekjaar met ten minste 12 procentpunten afneemt.
  • 2. 
    Lid 1, is niet langer van toepassing dan vijf boekjaren na de aanvang van de derde fase.

50.

Inwisseling van bankbiljetten en valuta's van de lidstaten

Na de onherroepelijke vaststelling van de wisselkoersen overeenkomstig artikel III-198, lid 3, van de Grondwet treft de Raad van bestuur de noodzakelijke maatregelen om te verzekeren dat bank biljetten luidende in valuta's van de lidstaten met onherroepelijk vastgestelde wisselkoersen door de nationale centrale banken worden ingewisseld tegen hun respectieve pari-waarden.

51.

Toepasselijkheid van de overgangsbepalingen

Indien en zolang er lidstaten zijn die onder een derogatie vallen, zijn de artikelen 42 tot en met 47 van toepassing.